Stille tijd. Dat was rond mijn 11e jaar echt zo’n big issue. Omdat ik er nooit zin in had en omdat mama een boekje voor me had gekocht. Er stond op in kleurrijke letters: ‘een stukje Bijbel voor elke dag’. Wauw. Wat werd ik daar enthousiast van, zeg! Niet dus. Ik had een hekel aan stille tijd, elke ochtend was het stille strijd in plaats van tijd met God.
Gelukkig is het goed gekomen.
Lang leve de dag dat ik stille tijd liet voor wat het is en de meest beste manier voor mezelf ontdekte om God te leren kennen. Gewoon, op de fiets als ik naar school reed bad ik hardop. Of in het zonnetje in de bus, tegen het raam aan geleund, overdacht ik mijn fouten en beleed ik deze. Of eigenlijk gewoon wanneer ik met Hem bezig was, of dat nu s’ochtends of s’ avonds was. God liet Zich vinden. (lees: laat)
Vanmiddag deed ik ook stille tijd. Ik zat in de trein van Utrecht naar Den Haag en samen met een meisje van 3,5, wat van haar moeder naast mij moest zitten omdat er bij haar geen plek meer was, keek ik naar de koeien. Naar de kantoren, en naar de mensen in de trein. Een half uur was ik bezig (met alle plezier, hoor ;] ) om dat meisje te entertainen. Maar het was ook tijd met God. Eigenlijk wilde ik keihard evangeliseren: die koeien, dat gras, de zon, de wolken en die stralend blauwe lucht: dat heeft de Heere God gemaakt. Maar dat durfde ik toch niet echt aan. En samen kenen we hoe mooi het wel niet was. De Dabartekst van een paar weken schoot door mijn hoofd: Heer, ik prijs U omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt (ps 139:14). Het meisje wees weer naar de koeien: mooi, mooi, mooie vlekken, zwart en wit. Blauwe lucht. Ik beaamde het: mooi! 'En weet je wie er ook mooi is? Jij!' Het meisje keek naar me. 'Mooi'. En in stilte bad ik of dit kind ook zou gaan beseffen Wie haar zo mooi gemaakt had.
Stille tijd. Je hoeft niet altijd met een Bijbel in je hand stil te worden voor God. Ik werd stil van wat Hij heeft gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat dit mijn God is, de God van wie ik hou en waarmee ik tijd wil doorbrengen. En dat kan voor mij zus werken en voor jou weer zo.
Geen punt bij God.
Totaal aantal pageviews
woensdag 17 augustus 2011
maandag 8 augustus 2011
Jezus in een Volkswagen Golf.
Een aantal nachten geleden kwam ik Jezus tegen. Vermomd met een lichtbruine teint, zwarte krullen en twee paar bezorgde ogen.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
Abonneren op:
Posts (Atom)