Totaal aantal pageviews
vrijdag 2 december 2011
dinsdag 29 november 2011
zondag 27 november 2011
woensdag 23 november 2011
Sinterklaaslootjes.
ghehe, heeeerlijk die nieuwsgierigheid.
Ik heb Zora getrokken natuurlijk :P
maar dat mag je niet doorvertellen..
#flaauuww! ;)
Ik heb Zora getrokken natuurlijk :P
maar dat mag je niet doorvertellen..
#flaauuww! ;)
maandag 21 november 2011
ontketend
In Zijn ontboezeming kwam ik aan het licht
Vredig, doelbewust, God gericht
Ik zie de zware silhouetten staan
Donkere wolken vervormen, ze staren me aan
Zonen van de satan
Dan,
verdubbelde hij zijn bagage
Als nutteloze maar vernietigende ravage
Ik begon met strijden maar verloor
Zwoor nimmermeer altijd, tegen of voor
Hem te komen
zonder vragen of zonder dromen
Ja, de duivel, die lacht
(kort)
Maar wat Hij had bedacht
Het strijden, het bevrijden, het stille lijden
DAT werd mijn kracht
Vredig, doelbewust, God gericht
Ik zie de zware silhouetten staan
Donkere wolken vervormen, ze staren me aan
Zonen van de satan
Dan,
verdubbelde hij zijn bagage
Als nutteloze maar vernietigende ravage
Ik begon met strijden maar verloor
Zwoor nimmermeer altijd, tegen of voor
Hem te komen
zonder vragen of zonder dromen
Ja, de duivel, die lacht
(kort)
Maar wat Hij had bedacht
Het strijden, het bevrijden, het stille lijden
DAT werd mijn kracht
zondag 20 november 2011
mistig
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
ik had wel dood kunnen zijn
of
minstens in het ziekenhuis
maar hij is boos
en zegt geen woord
ik ben misselijk
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
maar
voor hoelang
de schroeven van de zoldertrap zitten weer in de trap
de lange ladder staat weer in de schuur
maar het traphekje is kapot
doordat ik bleef hangen
ik nog niet
maar
voor hoelang?
#au-ik-ben-van-de-trap-gevallen-en-dat-past-niet-in-het-plaatje
ikwordersomszomoevan.
ik heb besloten dat ik niet meer mijn nieuwe (jaja,daargaatmnspaarrekening) laptop aan mag zetten als ik al in bed lig en als er wordt verwacht dat ik slaap want dan blog ik alleen maar depressieve dingen. okee. maar nu moet dat gewoon even dus laat me. ;)
het is mijn redding geweest
ik had wel dood kunnen zijn
of
minstens in het ziekenhuis
maar hij is boos
en zegt geen woord
ik ben misselijk
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
maar
voor hoelang
de schroeven van de zoldertrap zitten weer in de trap
de lange ladder staat weer in de schuur
maar het traphekje is kapot
doordat ik bleef hangen
ik nog niet
maar
voor hoelang?
#au-ik-ben-van-de-trap-gevallen-en-dat-past-niet-in-het-plaatje
ikwordersomszomoevan.
ik heb besloten dat ik niet meer mijn nieuwe (jaja,daargaatmnspaarrekening) laptop aan mag zetten als ik al in bed lig en als er wordt verwacht dat ik slaap want dan blog ik alleen maar depressieve dingen. okee. maar nu moet dat gewoon even dus laat me. ;)
vrijdag 18 november 2011
belijdeniscatechisatie
En dé uitspraak van de dag is:
Zoo, van die catechismus wordt je echt wel slimmer! :)maar inderdaad, ik kan mijn standpunt over bekering nu wel verwoorden! :)
werkweek
Voor het eerst in mijn leven liep ik door de gangen van een asielzoekerscentrum.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter een jongen zonder verblijfsvergunning aan.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter iemand aan die al bijna heel zijn leven in onzekerheid hier in Nederland woont.
Voor het eerst in mijn leven maakte ik een grapje met iemand zonder paspoort, een buitenlander, die goed Nederlands kon.
Voor het eerst in mijn leven legde ik mijn hand in de hand van een Afghaanse man.
Voor het eerst in mijn leven huilde een Afghaanse vrouw omdat ik op bezoek kwam.
Voor het eerst in mijn leven zag ik papieren dat de Afghaanse man te vertrouwen was.
Voor het eerst in mijn leven at ik Afghaans eten.
Voor het eerst in mijn leven zat ik op matjes op de grond, zoals ze dat in Afghanistan ook doen.
Voor het eerst in mijn leven zat ik in een huiskamer waar geen stoelen of tafels stonden, gewoon omdat daar het geld niet voor was.
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hoe zwaar het was om van 220 euro per maand 6 personen te onderhouden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een stapelbed van driehoog.
Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat 4 vierkante meter per persoon heel klein is om van te leven.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe weinig privacy je dan hebt.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een slaapkamer van iets groter dan 2 bij 3 met zes dunne matrasjes.
Voor het eerst in mijn leven realiseerde ik me dat varkens zelfs nog beter behandeld werden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man van 65 die nog maar een paar dagen een dak boven zijn hoofd had omdat hij uit het AZC moest.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man in een asielzoekerscentrum met boosheid en onbegrip.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik dat ook: je zou maar 16 jaar in onzekerheid leven.
En voor het eerst in mijn leven vond ik dat die mensen van de regering zelf maar eens een week in een AZC moeten leven.
Voor het eerst in mijn leven snap ik er echt geen zak van!
Voor het eerst in mijn leven bid ik voor asielzoekers
Voor het eerst in mijn leven snap ik dat je gek wordt als je meer dan dan 10 jaar in onzekerheid op een kleine kamer moet leven.
En voor het eerst zie ik in hoe gelukkig en dankbaar ik moet zijn als mijn oom niet gezocht wordt door de regering of dat ze mij het liefst dood willen hebben omdat ik bij de verkeerde partij hoor.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik me echt echt echt enorm machteloos.
Voor het eerst in mijn leven wilde ik onbekende mensen een hele dikke knuffel geven.
Voor het eerst in mijn leven hoopte ik dat buitenlanders een verblijfsvergunning zouden krijgen.
Voor het eerst in mijn leven liep ik met tranen in mijn ogen een gebouw uit.
#heavymomentsindewerkweek.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter een jongen zonder verblijfsvergunning aan.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter iemand aan die al bijna heel zijn leven in onzekerheid hier in Nederland woont.
Voor het eerst in mijn leven maakte ik een grapje met iemand zonder paspoort, een buitenlander, die goed Nederlands kon.
Voor het eerst in mijn leven legde ik mijn hand in de hand van een Afghaanse man.
Voor het eerst in mijn leven huilde een Afghaanse vrouw omdat ik op bezoek kwam.
Voor het eerst in mijn leven zag ik papieren dat de Afghaanse man te vertrouwen was.
Voor het eerst in mijn leven at ik Afghaans eten.
Voor het eerst in mijn leven zat ik op matjes op de grond, zoals ze dat in Afghanistan ook doen.
Voor het eerst in mijn leven zat ik in een huiskamer waar geen stoelen of tafels stonden, gewoon omdat daar het geld niet voor was.
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hoe zwaar het was om van 220 euro per maand 6 personen te onderhouden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een stapelbed van driehoog.
Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat 4 vierkante meter per persoon heel klein is om van te leven.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe weinig privacy je dan hebt.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een slaapkamer van iets groter dan 2 bij 3 met zes dunne matrasjes.
Voor het eerst in mijn leven realiseerde ik me dat varkens zelfs nog beter behandeld werden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man van 65 die nog maar een paar dagen een dak boven zijn hoofd had omdat hij uit het AZC moest.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man in een asielzoekerscentrum met boosheid en onbegrip.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik dat ook: je zou maar 16 jaar in onzekerheid leven.
En voor het eerst in mijn leven vond ik dat die mensen van de regering zelf maar eens een week in een AZC moeten leven.
Voor het eerst in mijn leven snap ik er echt geen zak van!
Voor het eerst in mijn leven bid ik voor asielzoekers
Voor het eerst in mijn leven snap ik dat je gek wordt als je meer dan dan 10 jaar in onzekerheid op een kleine kamer moet leven.
En voor het eerst zie ik in hoe gelukkig en dankbaar ik moet zijn als mijn oom niet gezocht wordt door de regering of dat ze mij het liefst dood willen hebben omdat ik bij de verkeerde partij hoor.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik me echt echt echt enorm machteloos.
Voor het eerst in mijn leven wilde ik onbekende mensen een hele dikke knuffel geven.
Voor het eerst in mijn leven hoopte ik dat buitenlanders een verblijfsvergunning zouden krijgen.
Voor het eerst in mijn leven liep ik met tranen in mijn ogen een gebouw uit.
#heavymomentsindewerkweek.
Wat dan wel weer heel leuk was: ik heb gewoon gekleid met een lief klein Joods ventje met een keppeltje op! Te schattig gewoon! =)
zondag 13 november 2011
Gerend. Alsmaar doorgegaan. Nooit gestopt. Waarom zou ik? Het waren geen verkeerde dingen. Het was goed. Ik genoot met volle teugen. Maar ik was moe. Zo ontzettend moe. Maar alles ging prima. Stoppen kon ik niet. Wilde ik niet.
Gedwongen. Gedwongen ging ik het leerproces in. Door de omstandigheden. Door de dingen die er gebeurden. Ingrijpende veranderingen in mijn leven. Het begin van een leerproces. Van tevoren iets anders voorgesteld. Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen.
Eerst de voorbereiding. Rustig. Kalm. Doelen opstellen. Karaktervorming. Dingen die ik wilde leren. Dingen waarvan ik wist dat ik ze nodig had. Nu, maar ook later. Altijd. Daarna de val in het diepe. Gedwongen. Geen weg meer terug. Het moest wel. Het begin van een proces. Een leerproces dat mijn leven vormt. Mijn karakter. Nu al. Eerst ongemerkt. Nu waarneembaar.
Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen. Een weg die ik niet zelf gekozen zou hebben. Die voor mij gekozen is. Een weg die niet de makkelijkste is. Maar die ik nodig heb. Een weg van volharding. Hoop. Kracht. Steun. Een weg die me sterker maakt.
Gedwongen. Gedwongen ging ik het leerproces in. Door de omstandigheden. Door de dingen die er gebeurden. Ingrijpende veranderingen in mijn leven. Het begin van een leerproces. Van tevoren iets anders voorgesteld. Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen.
Eerst de voorbereiding. Rustig. Kalm. Doelen opstellen. Karaktervorming. Dingen die ik wilde leren. Dingen waarvan ik wist dat ik ze nodig had. Nu, maar ook later. Altijd. Daarna de val in het diepe. Gedwongen. Geen weg meer terug. Het moest wel. Het begin van een proces. Een leerproces dat mijn leven vormt. Mijn karakter. Nu al. Eerst ongemerkt. Nu waarneembaar.
Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen. Een weg die ik niet zelf gekozen zou hebben. Die voor mij gekozen is. Een weg die niet de makkelijkste is. Maar die ik nodig heb. Een weg van volharding. Hoop. Kracht. Steun. Een weg die me sterker maakt.
vrijdag 11 november 2011
Och Absalom, Absalom, mijn zoon
Afgelopen week mocht ik op stage vertellen over Absalom, de zoon van David. En eerst raakte het me niet. Tot ik halfhuilend op woensdagmiddag samen met m´n mentrix voorbereidde. Verdriet omdat het me niet raakte. Verdriet omdat ik het niet zag. Verdriet omdat bij de kinderen niet overkwam wat ik wilde zeggen, verdriet omdat God zo ver weg leek. We mochten samen bidden, en toen ik wist dat God hielp, juist door alle pijn heen, zag ik wat God wilde zeggen:
Ik ben voor jou gestorven.
Hij stierf, voor mijn momenten van twijfel, voor mijn momenten van pijn. Hij stierf voor mijn moment van zwakte.
Absalom, daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.
Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage.
Absalom, bungelend aan zijn lange haren. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen.
Welke breuk is er groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?
Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.
Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.
Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?
En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.
Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.
Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste.
Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere Zoon van David die Jezus heet.
Mijn uur is nog niet gekomen, zegt Hij en Hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt Zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je. Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.
Ik ben voor jou gestorven.
Hij stierf, voor mijn momenten van twijfel, voor mijn momenten van pijn. Hij stierf voor mijn moment van zwakte.
Absalom, daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.
Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage.
Absalom, bungelend aan zijn lange haren. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen.
Welke breuk is er groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?
Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.
Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.
Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?
En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.
Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.
Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste.
Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere Zoon van David die Jezus heet.
Mijn uur is nog niet gekomen, zegt Hij en Hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt Zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je. Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.
zaterdag 29 oktober 2011
De man in de straat,
met grijsgroene gordijnen
en een nietszeggende
brievenbus,
zag door zijn raam de schaduw
van de kat die hij jaren geleden
verloor, toen hij zijn
moestuin met wintergoed
versierde.
Zijn ijzige wangen verkleurden
en de eenzame rimpel verdween
alsof zijn vrouw weer
haar tenen wiebelde,
tot hij besefte
dat het schaduwbeest slechts een
hoopje takken was,
een ingekleurde droom.
Voortaan kleurt hij buiten
de lijntjes.
met grijsgroene gordijnen
en een nietszeggende
brievenbus,
zag door zijn raam de schaduw
van de kat die hij jaren geleden
verloor, toen hij zijn
moestuin met wintergoed
versierde.
Zijn ijzige wangen verkleurden
en de eenzame rimpel verdween
alsof zijn vrouw weer
haar tenen wiebelde,
tot hij besefte
dat het schaduwbeest slechts een
hoopje takken was,
een ingekleurde droom.
Voortaan kleurt hij buiten
de lijntjes.
donderdag 20 oktober 2011
Cadeau
praatje van de sing-in van Dabar van afgelopen zomer.
Een paar weken geleden zat ik er gewoon een beetje door heen. Ik weet eigenlijk al niet meer eens waarom, maar soms kun je je zo moe voelen, druk maken om niks en toch het gevoel houden alsof je overal achteraan moet rennen. Wat ik heb geleerd is dat ik op dat soort momenten terug naar God toe mag gaan. Maar op zulke momenten denk ik daar meestal niet aan. Toen ik aan een goede vriendin vertelde dat ik overal van baalde zei ze waarom ik naar God toe moest gaan. God zegt namelijk in de Bijbel dat je naar Hem toe mag gaan als je vermoeid bent, als je hoofd vol zit met vragen of als je het allemaal even niet meer weet. God heeft belooft dat Hij zal laten zien dat Hij het rustpunt in die het midden van je chaotische gedachten, in het midden van je vragen, je twijfels.
Als ik even heel persoonlijk ben, vind ik dat toch wel lastig. Ik wil zelf oplossen waar ik mee zit. Toch nodigt God je uit: vertel me wat je dwars zit, Ik luister naar je. Huil maar, schreeuw het uit, of zucht maar eens. Ik weet wat je bedoelt.
En ik plofte op mijn bed, pakte mijn Bijbel erbij en ik hoopte maar dat God ervoor zou zorgen dat ik de Bijbel op een bepaalde bladzijde open zou slaan en dat ik iets zou lezen waar ik wat mee kon..
Ik las Handelingen 16 over Paulus die droomt dat een man uit Macedonië hem roept om te komen helpen.
Ik stelde me voor hoe dat geweest moet zijn. Voor Paulus was het in één keer duidelijk wat God bedoelde en hij ging zo snel mogelijk op reis om in Macedonië te vertellen over God.
Was het bij mij ook maar zo. Hoe vaak heb je wel niet het gevoel dat je kan schreeuwen, kan huilen, kan roepen, kan zuchten wat je wilt, maar dat God je niet hoort.
Ik begon te denken en ik zag Jezus. Gewoon als mens, Hij zag er leuk uit. Hij had een mooi huis aan de zee, open ramen en Hij schreef brieven aan een bureautje bij het raam. Stel je het eens voor. Jezus, wonend op zo’n vredige plek. Hij kwam zijn huis uitlopen, stapte in het bootje en voer naar een eiland. Op dat eiland zat ik. Ik woonde in een krot. Een huisje van golfplaten, karton en vuilniszakken. Jezus stapte op het land en nodigde me uit mee te gaan uit eten. Hij pakte mijn hand toen ik in het bootje stapte en we voeren terug naar Zijn huis. Galant als Hij is liet Hij me eerst uitstappen. We aten en we hadden een goede tijd, toen bracht Hij me terug. Dat ging zo een paar weken door, af en aan en elke keer was het zo gezellig. Op een middag dobberden we ergens rond. Ik denk dat Jezus oprecht houdt van plezierige dingen met ons doen. Genieten van elkaar of de zonsondergang, of zoals Hij liet ziet: samen varen in Zijn bootje op de golven van mijn leven.
Het volgende wat Hij zei raakte me enorm.
Hij hield een enorm cadeau voor mijn neus. Glimmend inpak papier met een grote strik. Hij zei: “Dit is voor jou Lianne” Ik schrok ervan en zei met een brok in mijn keel: “Maar dat heb ik helemaal niet verdient Jezus, want..” en ik somde al mijn slechte dingen en fouten op die ik door de jaren heen had gemaakt. Eerst zag ik aan de ene kant van het bootje alleen maar haaien. Mijn zonde. Mijn verleden. Toen aan de andere kant zag ik allemaal goudvissen zwemmen. Zegeningen! Hij zei: “Maar Lianne, het zou zo fijn zijn als je nu gewoon simpel dankjewel zei en glimlachte en dit cadeau aanneemt. Want kijk eens naar het goud wat Ik je geef, Ik gun het je allemaal”. Ik zei niets. Ik kon alleen maar huilen. En we voeren verder en Hij bracht me terug naar het eiland. Het krot was er niet meer.
Paulus kreeg een duidelijke boodschap: hij moest naar Macedonië gaan. En soms baal ik ervan dat God niet duidelijk is, dat Hij iets vaags is, dat ik Hem niet snap. Toch is God zo duidelijk als het maar kan! In de Bijbel staat het allemaal. Hoe God begonnen is de aarde te maken, hoe er ziekten en nog veel meer verkeerde dingen kwamen. Er staat dat God ervan baalt dat er nu zonde op de aarde is. Ik weet zeker dat God immens verdrietig is als een arts tegen ouders moet zeggen: ik heb een slechte boodschap. Jullie kind heeft kanker. En ik weet ook zeker dat God ervan baalt als mensen hun geweer pakken en zomaar andere mensen doodschieten. God heeft alle mensen gemaakt, dus ook de mensen die vermoord worden, ook de mensen die moordenaar zijn. God heeft Zijn Zoon Jezus naar de aarde gestuurd. Niet om alle verkeerde dingen te laten stoppen. Deze verkeerde dingen zijn van de duivel en de duivel heeft haast evenveel macht als God. Maar Jezus heeft ervoor gezorgd dat God de verkeerde dingen die de mens doen, kan vergeven. Als de moordenaar berouw heeft van wat hij heeft gedaan, en als hij dit tegen God vertelt, zegt God: jongen, ik ben blij dat je beseft wat je hebt gedaan. Het is niet goed te praten, maar ik vergeet het. Ik vergeef het. Je bent een kanjer! En ik vertelde tegen God: God, het is niet goed geweest dat ik U helemaal vergeten ben. Toen ik er helemaal doorheen zat, heb ik dat niet eens vertelt. En God zei tegen mij: weet je nog, dat cadeau wat ik je geef. Er zit genade in. Omdat jij bij mij hoort. Nu moet je het nog aanpakken..
Heb jij er soms moeite mee om Gods genade echt te accepteren? Ten volle? In de zin van dat je dan ook accepteert dat God je leven kan en gaat zegenen.
God slikt je verleden allang. Hij kijkt er niet meer naar om. De meest egoïstische fouten die jij en ik maken, vergeeft Hij als jij daarom vraagt. Hij zit er niet mee. Ik soms nog wel. Het draait in dit leven om genade. Leef je daarin of zeg je er alleen maar amen op omdat het elke zondag zo mooi klinkt in de kerk?
Genade is eigenlijk een levensstijl. Voor Jezus in ieder geval wel. Genade is dichtbij te vinden, en God belooft het zo vaak in de Bijbel dat het voor ons allemaal duidelijk moet zijn. Genade is de zon in je gezicht, de boterham die je eet, genade is het goede nieuws wat je bereikt, genade is gedag roepen aan de Turkse mevrouw bij jou in de straat, genade is groot, genade is klein, genade is puur en echt. Breekbaar, maar zo krachtig. Genade is geven en geschonken worden.
Genade is het feit dat God jou ziet als een kanjer, als een prinses, als een stoere vent en niet als dat meisje wat vroeger altijd gepest heeft, die puber die de schuur in brand gestoken heeft. God ziet jou niet als iemand die zichzelf lelijk vindt, God ziet jou niet als een vervelend iemand. Als Hij naar je kijkt zegt hij: Wat ben je toch een mooi mens! Je bent een parel!
God wil iedere dag een cadeau aanbieden maar wanneer wij Hem steeds tegenhouden omdat we onszelf te min achten -wat regelrechte bullshit is in Zijn ogen- beperken we Hem en Zijn zegen. Bovenal onszelf.
Dus, pak jij dat cadeau uit, of laat je het liggen?
dinsdag 18 oktober 2011
ik denk dat u een moment uit uw kindertijd nodig heeft. voor het geval er eens iets mis zou gaan, als u stilaan naar bed gaat en zich realiseert dat vandaag weer een dag was die wel degelijk iets opleverde, maar alleen voor anderen. ik denk dat iedereen een moment van vroeger nodig heeft om eens in het jaar af te spelen en eventjes de buikkriebels weer terug te krijgen die nodig waren om gelukkig te zijn, op zijn minst het proberen te zijn, doen alsof.
ik denk dat ik vandaag zo een moment had. ik zou mezelf bijna gelukkig noemen.
ik denk dat ik vandaag zo een moment had. ik zou mezelf bijna gelukkig noemen.
C=
zondag 16 oktober 2011
Sterk in U.
Zoveel ligt te wachten,
tot ik het aanpak Heer.
Een dag vol werk en taken,
soms is het veel te veel.
Bij ’t opstaan in de morgen,
beklemt me al dat juk.
Soms maak ik me zorgen,
zo onmachtig onder druk.
Ik zal gaan vertrouwend,
doen wat U van mijn vraagt.
Lichtend zijn en zoutend,
door alles heen vandaag.
Ik zie weer helder verder,
als ik mij op U richt.
Ik hoef het niet alleen te doen,
U houdt me steeds in zicht.
Dus ik kniel voor U neer,
van wie ik hulp verwacht.
Mijn blik is op U Heer,
‘k wil sterk zijn in Uw kracht.
Dus ik kniel voor U neer,
om daarna sterk te staan.
Omdat vandaag ook weer,
Christus voor zal gaan.
#AtOnce.
tot ik het aanpak Heer.
Een dag vol werk en taken,
soms is het veel te veel.
Bij ’t opstaan in de morgen,
beklemt me al dat juk.
Soms maak ik me zorgen,
zo onmachtig onder druk.
Ik zal gaan vertrouwend,
doen wat U van mijn vraagt.
Lichtend zijn en zoutend,
door alles heen vandaag.
Ik zie weer helder verder,
als ik mij op U richt.
Ik hoef het niet alleen te doen,
U houdt me steeds in zicht.
Dus ik kniel voor U neer,
van wie ik hulp verwacht.
Mijn blik is op U Heer,
‘k wil sterk zijn in Uw kracht.
Dus ik kniel voor U neer,
om daarna sterk te staan.
Omdat vandaag ook weer,
Christus voor zal gaan.
#AtOnce.
donderdag 13 oktober 2011
take my life, do with it whatever You like
God,
Ik wil niet gebroken worden
Ik wil alleen maar dromen
dromen dromen
genieten tot ik vind dat ik LEEF
God,
Maak mijn hart niet te zacht
voor de mensen om mij heen
want ik verlies het hard
en huil om hun pijnen
God,
Leer mij niet teveel wat vrijheid is
want ik sla mijn vleugels uit
en vlieg weg
als een vlinder de wereld in
God,
Breek mij maar niet
want ik ben bang U ten volle te ontdekken
ik ben bang voor de pijn en de mensen
die U me wilt laten zien
God,
U mocht alles doen
zei ik ooit
en nu pas
besef ik wat die keus inhoud
Ik wil niet gebroken worden
Ik wil alleen maar dromen
dromen dromen
genieten tot ik vind dat ik LEEF
God,
Maak mijn hart niet te zacht
voor de mensen om mij heen
want ik verlies het hard
en huil om hun pijnen
God,
Leer mij niet teveel wat vrijheid is
want ik sla mijn vleugels uit
en vlieg weg
als een vlinder de wereld in
God,
Breek mij maar niet
want ik ben bang U ten volle te ontdekken
ik ben bang voor de pijn en de mensen
die U me wilt laten zien
God,
U mocht alles doen
zei ik ooit
en nu pas
besef ik wat die keus inhoud
vrijdag 7 oktober 2011
Genade
U maakt me meer mij
dan ik ooit ben geweest
terwijl ik door anderen
word gezeeft
en gefilterd
ze halen door wat niet van toepassing is
maar U niet
U houdt van mij
en kan eigenlijk niet begrijpen waarom
dan ik ooit ben geweest
terwijl ik door anderen
word gezeeft
en gefilterd
maar U niet
U houdt van mij
en kan eigenlijk niet begrijpen waarom
woensdag 17 augustus 2011
Stille tijd
Stille tijd. Dat was rond mijn 11e jaar echt zo’n big issue. Omdat ik er nooit zin in had en omdat mama een boekje voor me had gekocht. Er stond op in kleurrijke letters: ‘een stukje Bijbel voor elke dag’. Wauw. Wat werd ik daar enthousiast van, zeg! Niet dus. Ik had een hekel aan stille tijd, elke ochtend was het stille strijd in plaats van tijd met God.
Gelukkig is het goed gekomen.
Lang leve de dag dat ik stille tijd liet voor wat het is en de meest beste manier voor mezelf ontdekte om God te leren kennen. Gewoon, op de fiets als ik naar school reed bad ik hardop. Of in het zonnetje in de bus, tegen het raam aan geleund, overdacht ik mijn fouten en beleed ik deze. Of eigenlijk gewoon wanneer ik met Hem bezig was, of dat nu s’ochtends of s’ avonds was. God liet Zich vinden. (lees: laat)
Vanmiddag deed ik ook stille tijd. Ik zat in de trein van Utrecht naar Den Haag en samen met een meisje van 3,5, wat van haar moeder naast mij moest zitten omdat er bij haar geen plek meer was, keek ik naar de koeien. Naar de kantoren, en naar de mensen in de trein. Een half uur was ik bezig (met alle plezier, hoor ;] ) om dat meisje te entertainen. Maar het was ook tijd met God. Eigenlijk wilde ik keihard evangeliseren: die koeien, dat gras, de zon, de wolken en die stralend blauwe lucht: dat heeft de Heere God gemaakt. Maar dat durfde ik toch niet echt aan. En samen kenen we hoe mooi het wel niet was. De Dabartekst van een paar weken schoot door mijn hoofd: Heer, ik prijs U omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt (ps 139:14). Het meisje wees weer naar de koeien: mooi, mooi, mooie vlekken, zwart en wit. Blauwe lucht. Ik beaamde het: mooi! 'En weet je wie er ook mooi is? Jij!' Het meisje keek naar me. 'Mooi'. En in stilte bad ik of dit kind ook zou gaan beseffen Wie haar zo mooi gemaakt had.
Stille tijd. Je hoeft niet altijd met een Bijbel in je hand stil te worden voor God. Ik werd stil van wat Hij heeft gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat dit mijn God is, de God van wie ik hou en waarmee ik tijd wil doorbrengen. En dat kan voor mij zus werken en voor jou weer zo.
Geen punt bij God.
Gelukkig is het goed gekomen.
Lang leve de dag dat ik stille tijd liet voor wat het is en de meest beste manier voor mezelf ontdekte om God te leren kennen. Gewoon, op de fiets als ik naar school reed bad ik hardop. Of in het zonnetje in de bus, tegen het raam aan geleund, overdacht ik mijn fouten en beleed ik deze. Of eigenlijk gewoon wanneer ik met Hem bezig was, of dat nu s’ochtends of s’ avonds was. God liet Zich vinden. (lees: laat)
Vanmiddag deed ik ook stille tijd. Ik zat in de trein van Utrecht naar Den Haag en samen met een meisje van 3,5, wat van haar moeder naast mij moest zitten omdat er bij haar geen plek meer was, keek ik naar de koeien. Naar de kantoren, en naar de mensen in de trein. Een half uur was ik bezig (met alle plezier, hoor ;] ) om dat meisje te entertainen. Maar het was ook tijd met God. Eigenlijk wilde ik keihard evangeliseren: die koeien, dat gras, de zon, de wolken en die stralend blauwe lucht: dat heeft de Heere God gemaakt. Maar dat durfde ik toch niet echt aan. En samen kenen we hoe mooi het wel niet was. De Dabartekst van een paar weken schoot door mijn hoofd: Heer, ik prijs U omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt (ps 139:14). Het meisje wees weer naar de koeien: mooi, mooi, mooie vlekken, zwart en wit. Blauwe lucht. Ik beaamde het: mooi! 'En weet je wie er ook mooi is? Jij!' Het meisje keek naar me. 'Mooi'. En in stilte bad ik of dit kind ook zou gaan beseffen Wie haar zo mooi gemaakt had.
Stille tijd. Je hoeft niet altijd met een Bijbel in je hand stil te worden voor God. Ik werd stil van wat Hij heeft gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat dit mijn God is, de God van wie ik hou en waarmee ik tijd wil doorbrengen. En dat kan voor mij zus werken en voor jou weer zo.
Geen punt bij God.
maandag 8 augustus 2011
Jezus in een Volkswagen Golf.
Een aantal nachten geleden kwam ik Jezus tegen. Vermomd met een lichtbruine teint, zwarte krullen en twee paar bezorgde ogen.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
zaterdag 30 juli 2011
Liefde wint.
Liefde wint, gek genoeg, van haat en wat al voor ellende niet meer.
Liefde wint, gek genoeg, en mijn zelfzuchtigheid verbleekt.
Liefde wint, gek genoeg, en de zwerver op de hoek stinkt niet meer. Ik ga op hem af.
Liefde wint, gek genoeg, en ik zie mooie mensen gemaakt door God. Want ik kijk door Zijn ogen.
Liefde wint, gek genoeg, uiteindelijk. Op het laatst. A happy ending!
Liefde wint, gek genoeg, en fluistert de boventoon.
Liefde wint, gek genoeg, en domineert op de meest zwarte plekken en in de meest zwarte harten, als we haar die kans gunnen.
Liefde wint, gek genoeg, aan een houten kruis op een eenzame heuvel. In het diepste graf.
Liefde wint, gek genoeg, en haalt uit naar al het slechte en maait ze neer. Voor eeuwig.
Liefde wint.
Liefde wint altijd.
Liefde wint, gek genoeg, en mijn zelfzuchtigheid verbleekt.
Liefde wint, gek genoeg, en de zwerver op de hoek stinkt niet meer. Ik ga op hem af.
Liefde wint, gek genoeg, en ik zie mooie mensen gemaakt door God. Want ik kijk door Zijn ogen.
Liefde wint, gek genoeg, uiteindelijk. Op het laatst. A happy ending!
Liefde wint, gek genoeg, en fluistert de boventoon.
Liefde wint, gek genoeg, en domineert op de meest zwarte plekken en in de meest zwarte harten, als we haar die kans gunnen.
Liefde wint, gek genoeg, aan een houten kruis op een eenzame heuvel. In het diepste graf.
Liefde wint, gek genoeg, en haalt uit naar al het slechte en maait ze neer. Voor eeuwig.
Liefde wint.
Liefde wint altijd.
vrijdag 15 juli 2011
De rozen
De wind doet een poging
Wolken weg te blazen
Ik tel ze in het raam
Het licht schijnt bedachtzaam
Alles waarvan ik wel wil
Je rozen staan mooi
Verder lijkt alles dood
Wolken weg te blazen
Ik tel ze in het raam
Het licht schijnt bedachtzaam
Alles waarvan ik wel wil
Je rozen staan mooi
Verder lijkt alles dood
Abonneren op:
Posts (Atom)