praatje van de sing-in van Dabar van afgelopen zomer.
Een paar weken geleden zat ik er gewoon een beetje door heen. Ik weet eigenlijk al niet meer eens waarom, maar soms kun je je zo moe voelen, druk maken om niks en toch het gevoel houden alsof je overal achteraan moet rennen. Wat ik heb geleerd is dat ik op dat soort momenten terug naar God toe mag gaan. Maar op zulke momenten denk ik daar meestal niet aan. Toen ik aan een goede vriendin vertelde dat ik overal van baalde zei ze waarom ik naar God toe moest gaan. God zegt namelijk in de Bijbel dat je naar Hem toe mag gaan als je vermoeid bent, als je hoofd vol zit met vragen of als je het allemaal even niet meer weet. God heeft belooft dat Hij zal laten zien dat Hij het rustpunt in die het midden van je chaotische gedachten, in het midden van je vragen, je twijfels.
Als ik even heel persoonlijk ben, vind ik dat toch wel lastig. Ik wil zelf oplossen waar ik mee zit. Toch nodigt God je uit: vertel me wat je dwars zit, Ik luister naar je. Huil maar, schreeuw het uit, of zucht maar eens. Ik weet wat je bedoelt.
En ik plofte op mijn bed, pakte mijn Bijbel erbij en ik hoopte maar dat God ervoor zou zorgen dat ik de Bijbel op een bepaalde bladzijde open zou slaan en dat ik iets zou lezen waar ik wat mee kon..
Ik las Handelingen 16 over Paulus die droomt dat een man uit Macedonië hem roept om te komen helpen.
Ik stelde me voor hoe dat geweest moet zijn. Voor Paulus was het in één keer duidelijk wat God bedoelde en hij ging zo snel mogelijk op reis om in Macedonië te vertellen over God.
Was het bij mij ook maar zo. Hoe vaak heb je wel niet het gevoel dat je kan schreeuwen, kan huilen, kan roepen, kan zuchten wat je wilt, maar dat God je niet hoort.
Ik begon te denken en ik zag Jezus. Gewoon als mens, Hij zag er leuk uit. Hij had een mooi huis aan de zee, open ramen en Hij schreef brieven aan een bureautje bij het raam. Stel je het eens voor. Jezus, wonend op zo’n vredige plek. Hij kwam zijn huis uitlopen, stapte in het bootje en voer naar een eiland. Op dat eiland zat ik. Ik woonde in een krot. Een huisje van golfplaten, karton en vuilniszakken. Jezus stapte op het land en nodigde me uit mee te gaan uit eten. Hij pakte mijn hand toen ik in het bootje stapte en we voeren terug naar Zijn huis. Galant als Hij is liet Hij me eerst uitstappen. We aten en we hadden een goede tijd, toen bracht Hij me terug. Dat ging zo een paar weken door, af en aan en elke keer was het zo gezellig. Op een middag dobberden we ergens rond. Ik denk dat Jezus oprecht houdt van plezierige dingen met ons doen. Genieten van elkaar of de zonsondergang, of zoals Hij liet ziet: samen varen in Zijn bootje op de golven van mijn leven.
Het volgende wat Hij zei raakte me enorm.
Hij hield een enorm cadeau voor mijn neus. Glimmend inpak papier met een grote strik. Hij zei: “Dit is voor jou Lianne” Ik schrok ervan en zei met een brok in mijn keel: “Maar dat heb ik helemaal niet verdient Jezus, want..” en ik somde al mijn slechte dingen en fouten op die ik door de jaren heen had gemaakt. Eerst zag ik aan de ene kant van het bootje alleen maar haaien. Mijn zonde. Mijn verleden. Toen aan de andere kant zag ik allemaal goudvissen zwemmen. Zegeningen! Hij zei: “Maar Lianne, het zou zo fijn zijn als je nu gewoon simpel dankjewel zei en glimlachte en dit cadeau aanneemt. Want kijk eens naar het goud wat Ik je geef, Ik gun het je allemaal”. Ik zei niets. Ik kon alleen maar huilen. En we voeren verder en Hij bracht me terug naar het eiland. Het krot was er niet meer.
Paulus kreeg een duidelijke boodschap: hij moest naar Macedonië gaan. En soms baal ik ervan dat God niet duidelijk is, dat Hij iets vaags is, dat ik Hem niet snap. Toch is God zo duidelijk als het maar kan! In de Bijbel staat het allemaal. Hoe God begonnen is de aarde te maken, hoe er ziekten en nog veel meer verkeerde dingen kwamen. Er staat dat God ervan baalt dat er nu zonde op de aarde is. Ik weet zeker dat God immens verdrietig is als een arts tegen ouders moet zeggen: ik heb een slechte boodschap. Jullie kind heeft kanker. En ik weet ook zeker dat God ervan baalt als mensen hun geweer pakken en zomaar andere mensen doodschieten. God heeft alle mensen gemaakt, dus ook de mensen die vermoord worden, ook de mensen die moordenaar zijn. God heeft Zijn Zoon Jezus naar de aarde gestuurd. Niet om alle verkeerde dingen te laten stoppen. Deze verkeerde dingen zijn van de duivel en de duivel heeft haast evenveel macht als God. Maar Jezus heeft ervoor gezorgd dat God de verkeerde dingen die de mens doen, kan vergeven. Als de moordenaar berouw heeft van wat hij heeft gedaan, en als hij dit tegen God vertelt, zegt God: jongen, ik ben blij dat je beseft wat je hebt gedaan. Het is niet goed te praten, maar ik vergeet het. Ik vergeef het. Je bent een kanjer! En ik vertelde tegen God: God, het is niet goed geweest dat ik U helemaal vergeten ben. Toen ik er helemaal doorheen zat, heb ik dat niet eens vertelt. En God zei tegen mij: weet je nog, dat cadeau wat ik je geef. Er zit genade in. Omdat jij bij mij hoort. Nu moet je het nog aanpakken..
Heb jij er soms moeite mee om Gods genade echt te accepteren? Ten volle? In de zin van dat je dan ook accepteert dat God je leven kan en gaat zegenen.
God slikt je verleden allang. Hij kijkt er niet meer naar om. De meest egoïstische fouten die jij en ik maken, vergeeft Hij als jij daarom vraagt. Hij zit er niet mee. Ik soms nog wel. Het draait in dit leven om genade. Leef je daarin of zeg je er alleen maar amen op omdat het elke zondag zo mooi klinkt in de kerk?
Genade is eigenlijk een levensstijl. Voor Jezus in ieder geval wel. Genade is dichtbij te vinden, en God belooft het zo vaak in de Bijbel dat het voor ons allemaal duidelijk moet zijn. Genade is de zon in je gezicht, de boterham die je eet, genade is het goede nieuws wat je bereikt, genade is gedag roepen aan de Turkse mevrouw bij jou in de straat, genade is groot, genade is klein, genade is puur en echt. Breekbaar, maar zo krachtig. Genade is geven en geschonken worden.
Genade is het feit dat God jou ziet als een kanjer, als een prinses, als een stoere vent en niet als dat meisje wat vroeger altijd gepest heeft, die puber die de schuur in brand gestoken heeft. God ziet jou niet als iemand die zichzelf lelijk vindt, God ziet jou niet als een vervelend iemand. Als Hij naar je kijkt zegt hij: Wat ben je toch een mooi mens! Je bent een parel!
God wil iedere dag een cadeau aanbieden maar wanneer wij Hem steeds tegenhouden omdat we onszelf te min achten -wat regelrechte bullshit is in Zijn ogen- beperken we Hem en Zijn zegen. Bovenal onszelf.
Dus, pak jij dat cadeau uit, of laat je het liggen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten