Totaal aantal pageviews

dinsdag 29 november 2011

Vertrouw uw weg aan de Heere toe
en vertrouw op Hem!
Hij zal het doen.

#psalm37:5

zondag 27 november 2011

de lat te hoog
de grens overschreden
het doel te ver
God
ik kan het niet meer
alleen

ik geef het aan U over

#teveelaanmijnhoofdje.

woensdag 23 november 2011

Sinterklaaslootjes.

ghehe, heeeerlijk die nieuwsgierigheid.
Ik heb Zora getrokken natuurlijk :P

maar dat mag je niet doorvertellen..

#flaauuww! ;)

maandag 21 november 2011

ontketend

In Zijn ontboezeming kwam ik aan het licht
Vredig, doelbewust, God gericht
Ik zie de zware silhouetten staan
Donkere wolken vervormen, ze staren me aan
Zonen van de satan
Dan,
verdubbelde hij zijn bagage
Als nutteloze maar vernietigende ravage
Ik begon met strijden maar verloor
Zwoor nimmermeer altijd, tegen of voor
Hem te komen
zonder vragen of zonder dromen
Ja, de duivel, die lacht
(kort)
Maar wat Hij had bedacht
Het strijden, het bevrijden, het stille lijden
DAT werd mijn kracht

zondag 20 november 2011

mistig

het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
ik had wel dood kunnen zijn
of
minstens in het ziekenhuis

maar hij is boos
en zegt geen woord
ik ben misselijk

het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
maar
voor hoelang

de schroeven van de zoldertrap zitten weer in de trap
de lange ladder staat weer in de schuur
maar het traphekje is kapot

doordat ik bleef hangen
ik nog niet
maar
voor hoelang?

#au-ik-ben-van-de-trap-gevallen-en-dat-past-niet-in-het-plaatje
ikwordersomszomoevan.

ik heb besloten dat ik niet meer mijn nieuwe (jaja,daargaatmnspaarrekening) laptop aan mag zetten als ik al in bed lig en als er wordt verwacht dat ik slaap want dan blog ik alleen maar depressieve dingen. okee. maar nu moet dat gewoon even dus laat me. ;)

vrijdag 18 november 2011

belijdeniscatechisatie

En dé uitspraak van de dag is:
Zoo, van die catechismus wordt je echt wel slimmer! :)
maar inderdaad, ik kan mijn standpunt over bekering nu wel verwoorden! :)

werkweek

Voor het eerst in mijn leven liep ik door de gangen van een asielzoekerscentrum.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter een jongen zonder verblijfsvergunning aan.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter iemand aan die al bijna heel zijn leven in onzekerheid hier in Nederland woont.
Voor het eerst in mijn leven maakte ik een grapje met iemand zonder paspoort, een buitenlander, die goed Nederlands kon.

Voor het eerst in mijn leven legde ik mijn hand in de hand van een Afghaanse man.
Voor het eerst in mijn leven huilde een Afghaanse vrouw omdat ik op bezoek kwam.
Voor het eerst in mijn leven zag ik papieren dat de Afghaanse man te vertrouwen was.
Voor het eerst in mijn leven at ik Afghaans eten.

Voor het eerst in mijn leven zat ik op matjes op de grond, zoals ze dat in Afghanistan ook doen.
Voor het eerst in mijn leven zat ik in een huiskamer waar geen stoelen of tafels stonden, gewoon omdat daar het geld niet voor was.
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hoe zwaar het was om van 220 euro per maand 6 personen te onderhouden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een stapelbed van driehoog.

Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat 4 vierkante meter per persoon heel klein is om van te leven.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe weinig privacy je dan hebt.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een slaapkamer van iets groter dan 2 bij 3 met zes dunne matrasjes.
Voor het eerst in mijn leven realiseerde ik me dat varkens zelfs nog beter behandeld werden.

Voor het eerst in mijn leven zag ik een man van 65 die nog maar een paar dagen een dak boven zijn hoofd had omdat hij uit het AZC moest.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man in een asielzoekerscentrum met boosheid en onbegrip.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik dat ook: je zou maar 16 jaar in onzekerheid leven.
En voor het eerst in mijn leven vond ik dat die mensen van de regering zelf maar eens een week in een AZC moeten leven.

Voor het eerst in mijn leven snap ik er echt geen zak van!
Voor het eerst in mijn leven bid ik voor asielzoekers
Voor het eerst in mijn leven snap ik dat je gek wordt als je meer dan dan 10 jaar in onzekerheid op een kleine kamer moet leven.
En voor het eerst zie ik in hoe gelukkig en dankbaar ik moet zijn als mijn oom niet gezocht wordt door de regering of dat ze mij het liefst dood willen hebben omdat ik bij de verkeerde partij hoor.

Voor het eerst in mijn leven voelde ik me echt echt echt enorm machteloos.
Voor het eerst in mijn leven wilde ik onbekende mensen een hele dikke knuffel geven.
Voor het eerst in mijn leven hoopte ik dat buitenlanders een verblijfsvergunning zouden krijgen.
Voor het eerst in mijn leven liep ik met tranen in mijn ogen een gebouw uit.

#heavymomentsindewerkweek.
Wat dan wel weer heel leuk was: ik heb gewoon gekleid met een lief klein Joods ventje met een keppeltje op! Te schattig gewoon! =)

zondag 13 november 2011

Gerend. Alsmaar doorgegaan. Nooit gestopt. Waarom zou ik? Het waren geen verkeerde dingen. Het was goed. Ik genoot met volle teugen. Maar ik was moe. Zo ontzettend moe. Maar alles ging prima. Stoppen kon ik niet. Wilde ik niet.

Gedwongen. Gedwongen ging ik het leerproces in. Door de omstandigheden. Door de dingen die er gebeurden. Ingrijpende veranderingen in mijn leven. Het begin van een leerproces. Van tevoren iets anders voorgesteld. Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen.

Eerst de voorbereiding. Rustig. Kalm. Doelen opstellen. Karaktervorming. Dingen die ik wilde leren. Dingen waarvan ik wist dat ik ze nodig had. Nu, maar ook later. Altijd. Daarna de val in het diepe. Gedwongen. Geen weg meer terug. Het moest wel. Het begin van een proces. Een leerproces dat mijn leven vormt. Mijn karakter. Nu al. Eerst ongemerkt. Nu waarneembaar.

Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen. Een weg die ik niet zelf gekozen zou hebben. Die voor mij gekozen is. Een weg die niet de makkelijkste is. Maar die ik nodig heb. Een weg van volharding. Hoop. Kracht. Steun. Een weg die me sterker maakt.

vrijdag 11 november 2011

Och Absalom, Absalom, mijn zoon

Afgelopen week mocht ik op stage vertellen over Absalom, de zoon van David. En eerst raakte het me niet. Tot ik halfhuilend op woensdagmiddag samen met m´n mentrix voorbereidde. Verdriet omdat het me niet raakte. Verdriet omdat ik het niet zag. Verdriet omdat bij de kinderen niet overkwam wat ik wilde zeggen, verdriet omdat God zo ver weg leek. We mochten samen bidden, en toen ik wist dat God hielp, juist door alle pijn heen, zag ik wat God wilde zeggen:
Ik ben voor jou gestorven.
Hij stierf, voor mijn momenten van twijfel, voor mijn momenten van pijn. Hij stierf voor mijn moment van zwakte.

Absalom, daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.

Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage.

Absalom, bungelend aan zijn lange haren. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen.

Welke breuk is er groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?
Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.

Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.

Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?

En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.

Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.

Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste.

Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere Zoon van David die Jezus heet.

Mijn uur is nog niet gekomen, zegt Hij en Hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt Zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je. Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.