Ik zit op de fiets. Het liefst zou ik op de bank zitten, thuis. Maar ik kom net uit mijn werk, dus ik zal nog even mijn benen moeten bewegen voor ik onderuit op de bank kan zitten. En dat is nog niet het ergste. Ik ben moe en heb het gehad. Ik heb de afgelopen dagen 30 uur gewerkt, dus ik heb mijn rust wel verdiend. Maar het regent. En alsof dat nog niet genoeg is, zingt James Morrison zwoel door mijn oordopjes
‘If it's gonna be a rainy day there's nothing we can do to make it change. We can pray for sunny weather but that won't stop the rain.’ Of hij is realistisch, of hij is kleingelovig. Hoe dan ook, het stopt voorlopig nog niet met regenen. Even later hoor ik een ander liedje voorbij komen. Dat het Nick en Simon zijn weet ik dan nog niet, maar wat ze zingen is wel toepasselijk.
Luister maar even: De dag dat alles beter is - Nick en Simon
Zware wolken pakken zich nu samen
Je hoofd weerhoudt het laatste streepje licht
Je ziet de schaduw van je vingers
Ze wijzen allemaal naar jouw gezicht
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Hmm… Dus toch! Wat nou ‘that won’t stop the rain?!’ Alles wat je wenst dat krijg je echt. Het lijkt net een bijbeltekst...
Herinner je die ondergaande zon
De ochtend dat de dag te mooi begon
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is
Nog een religieus tintje aan het liedje. Bereid je maar vast voor… Tja, straks geen regen meer? Alleen nog zonneschijn?! Ik kan er nu al naar uitzien!
Je dromen rijzen uit 't diepe water
Ze nemen langzaam vaste vormen aan
Geen enkele seconde
Verspil jij nog aan kastelen in de lucht
Inderdaad, want het is de enige realiteit:
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Herinner je die ondergaande zon Ja.
De ochtend dat de dag te mooi begon Prachtig inderdaad.
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is Nog beter?
Ach, als het dan toch alleen nog maar beter wordt, dan kan ik James Morrison ook nog wel even uithouden. Ik ben nu toch al nat!
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
Totaal aantal pageviews
zondag 28 februari 2010
maandag 22 februari 2010
sleutel
Lang heeft hij door een doolhof gedwaald, op zoek naar die ene goede weg. En nou staat hij daar voor die deur. Die grote, zware deur. Wat daarachter is, hij weet het niet. Hij heeft geen vermoeden, hij ziet geen enkel aanknopingspunt. Het enig dat hij zien is een grote, zware deur. Hij zucht één keer diep, kijkt nog een keer achterom. Aarzelend laat hij zijn hand naar de deur gaan en bonst op de deur. Het geluid klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij kan niet meer terug, met geen mogelijkheid. Weer bonst hij op de deur, twee keer. Geen antwoord. De grote, zware deur blijft gesloten. Voor hem.
De volgende dag staat hij weer voor de deur. Vol twijfel en onrust gaat hij met zijn hand naar de deur en klopt. Geen antwoord. De volgende dag staat hij, en klopt. Elke dag weer staat hij voor die grote, zware deur en klopt. Zachtjes, niet te hard. Maar vol vertrouwen dat er achter die deur iets is. Iets waardevols. Iets moois aan het einde van deze wirwar van gangen waarin slechts een enkeling de goede weg vindt. En dat is hij.
Peinzend loopt hij om het huisje heen. Bekijkt de kozijnen, de ramen, het hout. Hij kijkt door het raam naar binnen, maar krijgt telkens maar een glimp te zien. Dagenlang loopt hij daar, verkent hij het huis. Dan, plotseling, na tientallen dagen merkt hij iets op. Aan een spijker, verborgen onder de planten, hangt een dikke, zware sleutel. Hij pakt de sleutel en loopt ermee naar de deur. Het geluid waarmee de sleutel in het slot valt klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij draait de sleutel om.
Heel langzaam gaat de deur open.
De volgende dag staat hij weer voor de deur. Vol twijfel en onrust gaat hij met zijn hand naar de deur en klopt. Geen antwoord. De volgende dag staat hij, en klopt. Elke dag weer staat hij voor die grote, zware deur en klopt. Zachtjes, niet te hard. Maar vol vertrouwen dat er achter die deur iets is. Iets waardevols. Iets moois aan het einde van deze wirwar van gangen waarin slechts een enkeling de goede weg vindt. En dat is hij.
Peinzend loopt hij om het huisje heen. Bekijkt de kozijnen, de ramen, het hout. Hij kijkt door het raam naar binnen, maar krijgt telkens maar een glimp te zien. Dagenlang loopt hij daar, verkent hij het huis. Dan, plotseling, na tientallen dagen merkt hij iets op. Aan een spijker, verborgen onder de planten, hangt een dikke, zware sleutel. Hij pakt de sleutel en loopt ermee naar de deur. Het geluid waarmee de sleutel in het slot valt klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij draait de sleutel om.
Heel langzaam gaat de deur open.
woensdag 17 februari 2010
De allerlekkerste spaghetti die ooit gemaakt is.
'Lianne, kom je koken vandaag?' Ik heb Bente aan de telefoon. Bente is een van mijn oppaskindjes en sinds ze een keer bij mij thuis lasagne gegeten heeft wil ze absoluut dat ik een keer ga koken voor haar ouders. Maar wil ik dat wel? Mijn kooktalent is niet bepaald denderend te noemen en op de standaardgerechten zoals de meeste pasta's en aardappelen/groenten/vlees kan ik niets bijzonders koken. Ik vraag Bente waarom ik vandaag zou moeten koken.. En dan moet ze opeens huilen. Ik schrik ervan en vraag wat er is. Ze is alleen thuis. Helemaal alleen. Mama is weg, en papa is ook weg. Ik weet dat Francine en Gert allebei vrij zijn op woensdag, dus ik zeg Bente dat ze wel televisie mag gaan kijken; papa en mama komen immers snel terug.
Ik bel Francine op haar mobiel. Ik zeg haar dat Bente alleen thuis zit en mij belde. Francine schrikt. Bente van 7 kan over het algemeen wel eventjes op zichzelf passen, maar Francine zit nu met Wesley in het ziekenhuis. Wesley is gevallen heeft waarschijnlijk zijn been gebroken. Zo snel als ze kon is Francine met hem naar het ziekenhuis gereden en vergat daarbij de ouders van de vrienden van haar andere twee kinderen te bellen. Francine vraagt mij wat Bente nog meer zei. Ik zeg haar dat ze vroeg of ik kwam koken. En terwijl ik dat zeg zie ik Francine een gat in het plafond van de huisartsenpostgangen springen. Ze vraagt of ik dat wil doen. Ik moet dan wel eerst boodschappen doen, maar dat doe ik wel vaker voor de ouders van mijn oppaskindjes.
Dus ik race naar de Albert Heijn, koop gauw alles wat er op een bord spaghetti hoort te liggen en smeek mijn moeder of ze me naar Melissant wil brengen. En samen met Bente en Stijn, die inmiddels ook thuisgekomen is, maken we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is! =) We bakten het gehakt en met een pot spaghettisaus en een zak roerbakgroenten is het geheel compleet.
Na het eten vraagt Stijn of ik met hem gitaar wil spelen. Als onervaren gitarist componeer ik samen met een nog onervarener gitarist een beterschapslied voor Wesley en dat zingen we als hij thuis komt. Wesley's gezichtje is nog nat van de tranen, maar er verschijnt weer een lach op. Zijn kleine beentje zit in het gips en op zijn kin zit een pleister, maar gelukkig is zijn been niet gebroken maar zit er een scheurtje in het bot en op zijn kin was het een schaafwond.
Zodra ons lied afgelopen is, en we zelf meeapplaudiseren om het tot een daverend applaus te doen laten komen, zegt Bente: 'Zo, leuk dat jullie weer thuis zijn, maar jullie hebben we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is gemist! En ík had het gekookt!'
Gert schiet in de lach en vraagt aan Bente of ze niet is heeft overgehouden. 'Nee', zegt Bente, en rent naar het fornuis waar de pan met spaghetti staat. Dan schiet Stijn zijn ouders te hulp: 'Kijk eens mama, een hele pan vol, helemaal voor jullie. Geniet ervan.' Als een echte ober bedient hij zijn ouders en zet zelfs een glaasje wijn op tafel. Wesley zegt: 'Hebbie ook toetje gekoopt?' Wesley is niet zo'n warm-eten-eter. En speciaal voor zijn zere beentje had ik een chocoladetoetje gekocht. Als ik dit tegen Wesley zeg, zegt zijn zus: 'Oh, dat is gemeen! Wij moesten yoghurt eten. Maar Wesley heeft een zeer been. Nou, vooruit dan maar. Hij mag het wel opeten!'
Wat een geweldige oppaskindertjes heb ik toch! =D
Ik bel Francine op haar mobiel. Ik zeg haar dat Bente alleen thuis zit en mij belde. Francine schrikt. Bente van 7 kan over het algemeen wel eventjes op zichzelf passen, maar Francine zit nu met Wesley in het ziekenhuis. Wesley is gevallen heeft waarschijnlijk zijn been gebroken. Zo snel als ze kon is Francine met hem naar het ziekenhuis gereden en vergat daarbij de ouders van de vrienden van haar andere twee kinderen te bellen. Francine vraagt mij wat Bente nog meer zei. Ik zeg haar dat ze vroeg of ik kwam koken. En terwijl ik dat zeg zie ik Francine een gat in het plafond van de huisartsenpostgangen springen. Ze vraagt of ik dat wil doen. Ik moet dan wel eerst boodschappen doen, maar dat doe ik wel vaker voor de ouders van mijn oppaskindjes.
Dus ik race naar de Albert Heijn, koop gauw alles wat er op een bord spaghetti hoort te liggen en smeek mijn moeder of ze me naar Melissant wil brengen. En samen met Bente en Stijn, die inmiddels ook thuisgekomen is, maken we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is! =) We bakten het gehakt en met een pot spaghettisaus en een zak roerbakgroenten is het geheel compleet.
Na het eten vraagt Stijn of ik met hem gitaar wil spelen. Als onervaren gitarist componeer ik samen met een nog onervarener gitarist een beterschapslied voor Wesley en dat zingen we als hij thuis komt. Wesley's gezichtje is nog nat van de tranen, maar er verschijnt weer een lach op. Zijn kleine beentje zit in het gips en op zijn kin zit een pleister, maar gelukkig is zijn been niet gebroken maar zit er een scheurtje in het bot en op zijn kin was het een schaafwond.
Zodra ons lied afgelopen is, en we zelf meeapplaudiseren om het tot een daverend applaus te doen laten komen, zegt Bente: 'Zo, leuk dat jullie weer thuis zijn, maar jullie hebben we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is gemist! En ík had het gekookt!'
Gert schiet in de lach en vraagt aan Bente of ze niet is heeft overgehouden. 'Nee', zegt Bente, en rent naar het fornuis waar de pan met spaghetti staat. Dan schiet Stijn zijn ouders te hulp: 'Kijk eens mama, een hele pan vol, helemaal voor jullie. Geniet ervan.' Als een echte ober bedient hij zijn ouders en zet zelfs een glaasje wijn op tafel. Wesley zegt: 'Hebbie ook toetje gekoopt?' Wesley is niet zo'n warm-eten-eter. En speciaal voor zijn zere beentje had ik een chocoladetoetje gekocht. Als ik dit tegen Wesley zeg, zegt zijn zus: 'Oh, dat is gemeen! Wij moesten yoghurt eten. Maar Wesley heeft een zeer been. Nou, vooruit dan maar. Hij mag het wel opeten!'
Wat een geweldige oppaskindertjes heb ik toch! =D
dinsdag 16 februari 2010
Man
zijn haren zijn zilver
het leven kromde zijn rug
klein is zijn taal
met ogen en hand voltooit
hij zijn zinnen
zijn lichaam is staal
spieren van duimendik
hennepen touw
de wijsheid in zijn enkele
woorden is groot en
ervaring van jaren
levend in de stilte van
de natuur. de tegen
slagen en de hoop liggen
in de korte woorden
die zo zeldzaam
zijn hart verlaten om zijn
gepantserde ziel te verraden
het leven kromde zijn rug
klein is zijn taal
met ogen en hand voltooit
hij zijn zinnen
zijn lichaam is staal
spieren van duimendik
hennepen touw
de wijsheid in zijn enkele
woorden is groot en
ervaring van jaren
levend in de stilte van
de natuur. de tegen
slagen en de hoop liggen
in de korte woorden
die zo zeldzaam
zijn hart verlaten om zijn
gepantserde ziel te verraden
maandag 15 februari 2010
open raam
Het gordijn was dicht
gesloten voor ogen
De winter bleef buiten
het voorjaar doet open
Het raam op een kier
Geluid gaat naar buiten
Zie leven komen
Hoor verhalen ontspruiten
Het nieuwe is hier
gesloten voor ogen
De winter bleef buiten
het voorjaar doet open
Het raam op een kier
Geluid gaat naar buiten
Zie leven komen
Hoor verhalen ontspruiten
Het nieuwe is hier
donderdag 11 februari 2010
In de wachtkamer van de dood
In feite is een bejaardentehuis, een verzorgingstehuis of zorgcentrum gewoon een wachtkamer van de dood. Iedere keer opnieuw lees je een advertentie in de krant dat een bewoner is overleden. Of je loopt langs een kamer met waar het naamplaatje verwijderd is van de deur. Mensen die je gewassen hebt, die je aangekleed hebt, mensen voor wie je een ontbijtje hebt gesmeerd, voor wie je al minstens 80 keer om half 6 je bed bent uitgegaan. Mensen voor wie je koffie hebt gehaald, mensen die je moest verschonen, mensen waar je naar toe rende omdat ze per ongeluk op de alarmknop hadden gedruk. Dan opeens zijn ze er niet meer. Dood. En je weet van sommige mensen dat ze niet geloofden. Aangrijpend.
En de wachtkamer vult zich weer nadat de sporen van de vele sigaretten verwijdert zijn, de wachtkamer vult zich met mensen die op hun dood gaan wachten terwijl er af en toe een zuster binnen komt. Ik zou willen dat ik, als ik in mijn witte uniform over de gang liep, tijd had om ze te vertellen van die machtige Vader daar in de hemel, die voor ze zorgt. Van een Zoon die óók voor hun stierf en opstond uit de dood zodat wij eeuwig zouden kunnen leven.
En de wachtkamer vult zich weer nadat de sporen van de vele sigaretten verwijdert zijn, de wachtkamer vult zich met mensen die op hun dood gaan wachten terwijl er af en toe een zuster binnen komt. Ik zou willen dat ik, als ik in mijn witte uniform over de gang liep, tijd had om ze te vertellen van die machtige Vader daar in de hemel, die voor ze zorgt. Van een Zoon die óók voor hun stierf en opstond uit de dood zodat wij eeuwig zouden kunnen leven.
dinsdag 9 februari 2010
Complex
Er heerst een volledige stilte. Het enige dat je hoort is het zoemen van de verwarming. Een schemering hangt in de kamer, twee kaarsjes branden op de tafel. Ineen gedoken zit ik op de hoek van de bank. Een klein boekje op mijn schoot, wit met oranje. De klok tikt ondertussen zachtjes verder. Af en toe sla ik een bladzijde om.
Woorden komen voorbij, veel woorden. Engelse woorden, Nederlandse woorden, Engelse zinnen met dikgedrukte woorden. Terwijl ik lees en leer neem ik zo nu en dan een slokje van de dampende thee die voor mij staat.
Engelse woorden met hun vertaling vliegen me om de oren en proberen allemaal een plekje te krijgen in mijn geheugen. De een verstopt zich wat verder weg dan de ander. Door het leren van Engels wordt mijn kennis over Nature and Environment, Crime, The law, Politics en Communication uitgebreid.
Met stiekem toch wel een beetje interesse en het idee dat ik hiermee kennis opdoe zit ik de Engelse zinnen te lezen. Ineen gedoken in een hoek van de bank en gehuld in een sfeervolle stilte. Dan kom ik bij een nieuwe bladzijde. Mijn ogen gaan voorbij aan de titel en ik lees de eerste zin. Dit komt me bekend voor. Ik sla een paar bladzijden terug en ik zie 'uitbreiding woordenschat' zien. Woorden die me herinneren aan de natuurkundeles van vandaag: het nieuwe hoofdstuk was niet zo zeer moeilijk. Het eerder geleerde werd herhaald, alleen een stukje complexer.
Op dat moment wordt de betovering verbroken. Het beeld van mijzelf als de doelgroep van dit verhaal valt in duigen. Het moet niet té moeilijk worden natuurlijk, woorden als 'complex' kent het publiek dat geïnteresseerd is in natuurkunde of Engels niet.
Woorden komen voorbij, veel woorden. Engelse woorden, Nederlandse woorden, Engelse zinnen met dikgedrukte woorden. Terwijl ik lees en leer neem ik zo nu en dan een slokje van de dampende thee die voor mij staat.
Engelse woorden met hun vertaling vliegen me om de oren en proberen allemaal een plekje te krijgen in mijn geheugen. De een verstopt zich wat verder weg dan de ander. Door het leren van Engels wordt mijn kennis over Nature and Environment, Crime, The law, Politics en Communication uitgebreid.
Met stiekem toch wel een beetje interesse en het idee dat ik hiermee kennis opdoe zit ik de Engelse zinnen te lezen. Ineen gedoken in een hoek van de bank en gehuld in een sfeervolle stilte. Dan kom ik bij een nieuwe bladzijde. Mijn ogen gaan voorbij aan de titel en ik lees de eerste zin. Dit komt me bekend voor. Ik sla een paar bladzijden terug en ik zie 'uitbreiding woordenschat' zien. Woorden die me herinneren aan de natuurkundeles van vandaag: het nieuwe hoofdstuk was niet zo zeer moeilijk. Het eerder geleerde werd herhaald, alleen een stukje complexer.
Op dat moment wordt de betovering verbroken. Het beeld van mijzelf als de doelgroep van dit verhaal valt in duigen. Het moet niet té moeilijk worden natuurlijk, woorden als 'complex' kent het publiek dat geïnteresseerd is in natuurkunde of Engels niet.
zaterdag 6 februari 2010
huiskamerzuster
"Rood!', roept ze terwijl ze verheugd een rood kaartje van me aanpakt. Op de voorkant staat: 'Tussen Keulen en Parijs...'. Ik ben benieuwd of ze de zin af kan maken. Ik help haar mee: 'Tussen Keulen en Parijs..'. Ik kan niet zingen, maar het is goed om met die mensen liedjes te zingen dus jaa. En ja hoor. Mevrouw A kan het afmaken. De rest van de avond klinkt het uit haar mond 'Tussen Keulen en Parijs leidt de weg naar Rome'.
Naast haar zit mevrouw B. Mevrouw B kan niet zo goed lezen, dus krijgt ze een geel kaartje met zwarte letters. 'Wat zijn de 4 seizoenen?' Alle personen aan de tafel denken mee. 'Je hebt zomer en winter', zegt meneer C. 'Ja, en herfst', zegt mevrouw A. 'Er zijn vier seizoenen', help ik ze mee. 'O ja', roept mevrouw D. Je hebt zomer, herfst, winter en lente.' 'Ja', roep ik blij. 'Dat is helemaal goed!' De zes mensen die bij mij aan de tafel zitten glunderen helemaal omdat ze het antwoord weten.
Op het kaartje die meneer C krijgt staat: 'Slaap kindje slaap'. Ik denk wel dat hij het vervolg van dit liedje weet. En ja hoor, daar zingt hij: 'Slaap kindje slaap, daar buiten loop een aap.' 'Een aap!', roep ik verbaasd. Volgens mij heeft u het verkeerd. 'Meneer C schud verontwaardigd zijn hoofd. Hij zingt verder. 'Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een aap, mijn moeder is de koster en mijn vader is de dominee'. Ik schud mijn hoofd. 'U heeft het helemaal verkeerd.' Meneer C is het niet met mij eens. Maar mevrouw D weet het goede antwoord. Ze zegt tegen hem: 'U weet er niets van, ik zal het eens zingen.' En mevrouw D krijgt heel de zaal mee. Uit aller mond klinkt er nu: 'Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.'
Opeens klonk er gestommel op de gang. Mevrouw E, die al op bed lag, komt op de gezelligheid af. Ze zegt: 'Ik wil ook mee doen!' En mevrouw E pakt de dobbelsteen terwijl ik haar pantoffels aan haar voeten doe en een vest over haar schouders leg. Ze gooit oranje. En mevrouw A zingt meteen: 'Oranje boven, oranje boven!' Mevrouw F, die aan het kleuren was, pakt een oranje potlood uit het bakje en zwaait ermee terwijl ze luistert naar de liedjes die de rest van de groep zingt. We pakken geen oranje kaartje meer, het is kwart voor 9: opruimtijd. Snel haal ik de Swiffer over de vloer, haal een doek over de tafel, zet de spelletjes en de puzzels weer in de kast, zet de glazen in de vaatwasser, breng mevrouw E weer naar bed, dek de tafel voor morgenochtend, schrijf snel in de map dat het heeeel gezellig was, dat iedereen mee deed met de spelletjes en dat we de hele avond gezongen hebben, en ik ga naar huis. Twee dames zwaaien mij uit. Nee, dit keer willen ze niet mee naar beneden, ze hadden het naar hun zin, ze wilden niet naar vader, moeder of oma. Nee, het was er leuk.
Tot zondag!
Naast haar zit mevrouw B. Mevrouw B kan niet zo goed lezen, dus krijgt ze een geel kaartje met zwarte letters. 'Wat zijn de 4 seizoenen?' Alle personen aan de tafel denken mee. 'Je hebt zomer en winter', zegt meneer C. 'Ja, en herfst', zegt mevrouw A. 'Er zijn vier seizoenen', help ik ze mee. 'O ja', roept mevrouw D. Je hebt zomer, herfst, winter en lente.' 'Ja', roep ik blij. 'Dat is helemaal goed!' De zes mensen die bij mij aan de tafel zitten glunderen helemaal omdat ze het antwoord weten.
Op het kaartje die meneer C krijgt staat: 'Slaap kindje slaap'. Ik denk wel dat hij het vervolg van dit liedje weet. En ja hoor, daar zingt hij: 'Slaap kindje slaap, daar buiten loop een aap.' 'Een aap!', roep ik verbaasd. Volgens mij heeft u het verkeerd. 'Meneer C schud verontwaardigd zijn hoofd. Hij zingt verder. 'Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een aap, mijn moeder is de koster en mijn vader is de dominee'. Ik schud mijn hoofd. 'U heeft het helemaal verkeerd.' Meneer C is het niet met mij eens. Maar mevrouw D weet het goede antwoord. Ze zegt tegen hem: 'U weet er niets van, ik zal het eens zingen.' En mevrouw D krijgt heel de zaal mee. Uit aller mond klinkt er nu: 'Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.'
Opeens klonk er gestommel op de gang. Mevrouw E, die al op bed lag, komt op de gezelligheid af. Ze zegt: 'Ik wil ook mee doen!' En mevrouw E pakt de dobbelsteen terwijl ik haar pantoffels aan haar voeten doe en een vest over haar schouders leg. Ze gooit oranje. En mevrouw A zingt meteen: 'Oranje boven, oranje boven!' Mevrouw F, die aan het kleuren was, pakt een oranje potlood uit het bakje en zwaait ermee terwijl ze luistert naar de liedjes die de rest van de groep zingt. We pakken geen oranje kaartje meer, het is kwart voor 9: opruimtijd. Snel haal ik de Swiffer over de vloer, haal een doek over de tafel, zet de spelletjes en de puzzels weer in de kast, zet de glazen in de vaatwasser, breng mevrouw E weer naar bed, dek de tafel voor morgenochtend, schrijf snel in de map dat het heeeel gezellig was, dat iedereen mee deed met de spelletjes en dat we de hele avond gezongen hebben, en ik ga naar huis. Twee dames zwaaien mij uit. Nee, dit keer willen ze niet mee naar beneden, ze hadden het naar hun zin, ze wilden niet naar vader, moeder of oma. Nee, het was er leuk.
Tot zondag!
donderdag 4 februari 2010
prayer
Take my hand, everywhere I go
Keep my feet from falling
Lead me on, keep my fire aglow
And let me hear Your calling
Keep my feet from falling
Lead me on, keep my fire aglow
And let me hear Your calling
Abonneren op:
Posts (Atom)