Zijn brede glimlach en de geïnteresseerde blik in zijn ogen waren haar gelijk opgevallen. Ze had hem onopvallend geobserveerd. Toen, plotseling had hij haar aangesproken: 'Hey, ben je nieuw hier?' Ze was geschrokken, had niet in zijn ogen durven kijken. Verlegen had ze haar ogen neergeslagen en nauwelijks merkbaar had ze geknikt. En toen kon ze de verleiding niet weerstaan. Ze keek omhoog, recht in die prachtige ogen die zoveel belangstelling weergaven. Ze had heel even verlegen naar hem gelachen, vervolgens had ze iets gestotterd en was weggelopen. En nu is het alweer bijna weekend. Ze heeft niet met hem durven praten. En dat terwijl hij zoveel pogingen heeft gedaan.
Een beetje teneergeslagen loopt ze naar buiten. Ze duikt diep weg in haar jas. Het is ijskoud buiten. Ze kijkt om zich heen. Een landschap bedekt met sneeuw, op het water van het slootje een laag ijs. Ze ziet het. Een ondeugend lachje komt op haar gezicht. Langzaam loopt ze naar de oever van het slootje, en gaat met haar voet op het ijs staan. Heel even staat ze, maar dan breekt het ijs onder haar. Haar andere voet glijdt langzaam weg van de oever. Heel even raakt ze in paniek, maar een sterke hand omvat de hare. Ze wordt naar boven getrokken. Als ze weer met beide benen op de grond staat, kijkt ze omhoog. Recht in die prachtige ogen. Pretlichtjes verschijnen erin als hij zegt: 'Ik neem aan dat het ijs nu gebroken is?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten