Ik wil zeggen dat ik zo blij ben dat de zon vandaag weer schijnt en dat de lucht zo blauw is. Dat de bomen groene kartelrandjes maken tegen de lucht en dat alle blaadjes zich steeds verder ontvouwen. Dat het niet geeft dat de narcissen uitgebloeid raken, omdat de japanse sierkers in de tuin van de buren overdadig lichtroze bloemen geeft. Dat het hier sneeuwt, omdat de bloesemboom haar witte bloemblaadjes laat vallen.
Ik wil tegen je zeggen dat ik vrijdag ergens buiten op de grond lag en dat ik gelukkig was. Dat ik narcissen voor deuren legde in de hoop dat mensen ze de volgende ochtend zouden vinden. Dat ik stil ging slapen en stil wakker werd.
Ik wil je zeggen dat ik bang ben dat onze hond ooit doodgaat -alles en iedereen gaat immers een keer dood- omdat hij zo schriel en mager wordt als een oude hond. Dat ik bang ben dat ik straks zoveel mensen nooit meer zie omdat mijn leven dan een nieuwe fase ingaat. Dat ik soms s’ochtends zo bang ben voor de wereld dat ik niet op wil staan en me nestel in dromen en verlangens die toch nooit uitkomen.
Maar bovenal wil ik je zeggen dat ik je mis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten