Hij was verward, wist niet
waar de doekjes lagen.
‘Oh, ik heb ze al’
moest ik vijf keer zeggen
voordat het zoeken stopte.
Zijn handen trilden toen hij zei
dat zijn vrouw verleden jaar was heengegaan
en hij praatte over
‘de voortzetting’
- dat een hemel fijn zou zijn
en dat hij daar dan heen zou fietsen, straks.
Hij zette thee en ik
zoog dode vliegen op,
lapte de vieze spiegel,
sopte het fornuis
en de tafel met de vieze vlekken.
Toen ik naar huis fietste moest ik
stilletjes huilen om hoe hij had gezegd
‘ja, voordat je het weet
ga je zo
het hoekje om.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten