Het is alsof het jarenlang winter is geweest. Alsof ik mezelf jarenlang binnen opgesloten heb omdat het buiten te koud was. het lijkt alsof ik oneindig lang naar buiten heb gestaard in de hoop dat alles op een dag zou veranderen. In de hoop dat het lichter zou worden, ik weer naar buiten zou willen en ik me weer zou kunnen hullen in die warme stralen van de zon. Het is alsof ik jarenlang heimwee heb gehad naar die tijd waar ik nog wel íets van afwist maar die me niet veel meer zei. Een tijd dat de glimlach op mijn gezicht niet wegging. Het is alsof het jarenlang winter is geweest.
En nu, plotseling is voor mij de zomer aangebroken. Geen overgangsperiode zoals de lente, maar plotseling heb ik me kunnen baden in de warme stralen van de zon. Alles waar ik al die jaren naar uit heb gezien was opeens realiteit. Geen winter, geen kou maar volop zon en fluitende vogeltjes. En ik geniet ervan. Ik geniet met volle teugen. Ik vang elke zonnestraal die ik vangen kan, ik neem alles op en bewaar het.
Maar soms ben ik bang. Bang dat het allemaal maar een droom was. Bang dat ik teveel heb gedroomd, dat het niet waar kan zijn. Dat de zonnestralen niet voor mij bedoeld zijn. Dat de zomer maar van korte duur was en dat er binnenkort een wolkje voor de zon zal komen die het allemaal weer wegneemt. Dat er een windvlaag zal nemen die alle warmte die de zon mij geeft weg zal nemen.
Want diep in mijn hart kan ik nog steeds niet geloven dat de zonnestralen er zijn en dat ze me verwarmen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten