Als je met 40 mensen, je ontbijt, lunch en avondeten nuttigt eet je gewoonlijk aan lange tafels.
En aangezien iedereen mijn gewoonte deelt om veel en vaak hagelslag te eten, zijn de pakken hagelslag altijd leeg of aan de andere kant van de tafel.
Ik pak een bruine boterham, volmaakt met een glanzend korstje en beslis dat een laagje boter en een laag glanzende korrels chocolade erop lang niet gek zou zijn.
Ik zucht. De tafel is lang. De zoektocht is groots, veel omvattend. Het liefst zou ik willen dat alle 40 mensen even zouden oplossen. Ik zou willen dat ze zouden verdwijnen, zodat ik zwevend over de tafels mijn pak hagelslag zou vinden. Ik zou willen dat ik niemand tot last zou hoeven te zijn.
Helaas is dit, zoals altijd, een illusie.
Ik besef dat ik te kort schiet, dat mijn capaciteiten te klein zijn. Het besef giert door mijn lijf, als een ongeboren vogel door zijn ei. Met een schok realiseer ik me, dat ik iemand zal moeten vragen om de hagelslag
Spiedend gaan mijn ogen over de tafel, zakken wit brood, bruin brood, hazelnootpastapokken, aardbeienjam ontwijkend, totdat ze vast blijven haken in het altijd olijke rode pak waarop donkerbruine hagelslagjes vrolijk pronken.
'Wil jij me even de hagelslag aangeven?'
sinds wanneer gieren ongeboren vogels door hun ei?
BeantwoordenVerwijderenHeb je wel eens een ei vastgehouden dat bijna uitgekomen is?
BeantwoordenVerwijderenAls ik aan hagelslag denk, denk ik niet meteen aan het schrijven van een blogje, maar er zijn mensen, die dat dus wel denken :P
BeantwoordenVerwijderenDat vind ik ook altijd zo vervelend, vragen om broodbeleg dat aan de andere kant van de tafel staat. 9 van de 10 keer horen ze het niet eens, omdat ik niet zo hard praat :P
BeantwoordenVerwijderen