Totaal aantal pageviews

zaterdag 14 juli 2012

'En ik bedacht me hoe gelukkig ik eigenlijk ben'

Hij was alleen. Met zijn achterkleindochter, dat wel. Hij moest even oppassen terwijl de moeder naar de supermarkt was, daarom was hij met haar alleen. Maar ze huilde. Hij wist daar geen raad mee. Zusters zijn van alle markten thuis. De kleine meid kwam bij me op schoot zitten. We deden kiekeboe. Niet echt het werk wat een zuster in een bejaardentehuis moet doen, maar wel leuk.
'Moet je vanavond nog naar de disco?' Ik schudde mijn hoofd. Wat moest ik daar zoeken? Je kan elkaar niet eens verstaan. Denk ik.
'Maar je hebt toch verkering?' Mijn chagrijnigheid maakte een beetje plaats voor een kleine glimlach. Ik knikte van ja, en vroeg me af hoe hij dat wist.
'Komt je liefje je zo ophalen?' Hij keek op zijn horloge en mompelde dat ik nog 10 minuten moest werken. Nee, geen taxi van de liefste van de hele wereld. Dat niet. Ik had mijn eigen vervoer. Maar dat woord 'liefje'. Daar had hij dan weer wel gelijk in.
'Ga je grassen vanavond?' Ik vroeg hem wat dat was. Tja, ik was van nu, 19 nog maar, hij bijna 91, dus wist ik daar niets van. Gewoon, op het gras zitten. Oude jas mee, of picknickkleed.
Ik moest lachen. 'Met dit weer ook?' En hij vertelde over zijn vrouw. Hoe hun verkeringstijd was. Ik herkende het. De vlinders in je buik, de zon die zelfs schijnt als het regent. Dat je soms moet huilen van geluk. Of omdat je hem zo mist.
'Nou zuster, nu weet ik het nog niet, ga je grassen vanavond of heb je dat nog nooit gedaan?'
'U bent wel erg nieuwsgierig hoor..' En ik dacht aan die dag dat we, zelfs al was de lucht stralend blauw, in de wolken waren.
'Ik zie het wel aan je, je bent gewoon te verliefd om te praten. Leuk is dat. Kom je morgen weer?' Ik knikte, gaf de kleine meid wat drinken en ik bedacht me hoe gelukkig ik eigenlijk ben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten