Hij keek me aandachtig aan en nam zijn bril van zijn hoofd. Nadenkend kamde hij zijn grijze haren achter zijn linkeroor met de -eveneens linker- poot van zijn bril. Toen hij naar het scheen tevreden was met het resultaat, liet hij de bril met zijn hand langs zijn lichaam bungelen.
Ik vroeg me af wat hij op mijn woorden zou zeggen. Zijn koele grijze ogen die als brandpunten in zijn gegroefde huid lagen bestudeerden mijn gezicht nauwlettend. Ik stelde me voor hoe er in zijn hoofd talloze gedachten en herinneringen cirkelden. Alsof de gehele inhoud van zijn hoofd een spinnenweb was, waarop de spin rustig afwachtte totdat zijn omgeving werd getroffen door een vlieg, door een gebeurtenis. Als het moment daar was, zou hij zich naar zijn prooi begeven om deze vervolgens in te kapselen met een zijden draad. Een zijden draad, gesponnen uit zijn eigen lijf en van dezelfde stof als zijn web vol eerder ingekapselde gebeurtenissen.
Alles wat er om hem heen gebeurde, zag hij in het licht van zijn eigen ervaringen, van zijn eigen herinneringen, van zijn eigen gedachten. In het licht van het geheel aan voorvallen die in zijn reeds lange leven hadden plaatsgevonden. Nog nooit was het hem gelukt voorvallen niet op deze manier te benaderen. Hij kon simpelweg niet anders. Dit was wie hij was, dit was hoe hij omging met de wereld en anders kon hij niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten