Totaal aantal pageviews
dinsdag 26 juni 2012
maandag 25 juni 2012
Hij was verward, wist niet
waar de doekjes lagen.
‘Oh, ik heb ze al’
moest ik vijf keer zeggen
voordat het zoeken stopte.
Zijn handen trilden toen hij zei
dat zijn vrouw verleden jaar was heengegaan
en hij praatte over
‘de voortzetting’
- dat een hemel fijn zou zijn
en dat hij daar dan heen zou fietsen, straks.
Hij zette thee en ik
zoog dode vliegen op,
lapte de vieze spiegel,
sopte het fornuis
en de tafel met de vieze vlekken.
Toen ik naar huis fietste moest ik
stilletjes huilen om hoe hij had gezegd
‘ja, voordat je het weet
ga je zo
het hoekje om.’
waar de doekjes lagen.
‘Oh, ik heb ze al’
moest ik vijf keer zeggen
voordat het zoeken stopte.
Zijn handen trilden toen hij zei
dat zijn vrouw verleden jaar was heengegaan
en hij praatte over
‘de voortzetting’
- dat een hemel fijn zou zijn
en dat hij daar dan heen zou fietsen, straks.
Hij zette thee en ik
zoog dode vliegen op,
lapte de vieze spiegel,
sopte het fornuis
en de tafel met de vieze vlekken.
Toen ik naar huis fietste moest ik
stilletjes huilen om hoe hij had gezegd
‘ja, voordat je het weet
ga je zo
het hoekje om.’
maandag 11 juni 2012
Ik laat los
Wat ik ooit heb vastgehouden
Mijn vingers spreid ik open
Verwachtingsvol naar God.
Mijn handen mogen nu ontvangen
Alles wat mooi is
In de ogen van de Heer
Ik buig mijn knieen
En hef mijn handen
Ik rol mij niet op
Voor de ogen van mijn God
Ik open mijn hart
En blijf verwachten
Hier ben ik
voor de troon van U
Mijn Heer
Wat ik ooit heb vastgehouden
Mijn vingers spreid ik open
Verwachtingsvol naar God.
Mijn handen mogen nu ontvangen
Alles wat mooi is
In de ogen van de Heer
Ik buig mijn knieen
En hef mijn handen
Ik rol mij niet op
Voor de ogen van mijn God
Ik open mijn hart
En blijf verwachten
Hier ben ik
voor de troon van U
Mijn Heer
dinsdag 1 mei 2012
Ik wil zeggen dat ik zo blij ben dat de zon vandaag weer schijnt en dat de lucht zo blauw is. Dat de bomen groene kartelrandjes maken tegen de lucht en dat alle blaadjes zich steeds verder ontvouwen. Dat het niet geeft dat de narcissen uitgebloeid raken, omdat de japanse sierkers in de tuin van de buren overdadig lichtroze bloemen geeft. Dat het hier sneeuwt, omdat de bloesemboom haar witte bloemblaadjes laat vallen.
Ik wil tegen je zeggen dat ik vrijdag ergens buiten op de grond lag en dat ik gelukkig was. Dat ik narcissen voor deuren legde in de hoop dat mensen ze de volgende ochtend zouden vinden. Dat ik stil ging slapen en stil wakker werd.
Ik wil je zeggen dat ik bang ben dat onze hond ooit doodgaat -alles en iedereen gaat immers een keer dood- omdat hij zo schriel en mager wordt als een oude hond. Dat ik bang ben dat ik straks zoveel mensen nooit meer zie omdat mijn leven dan een nieuwe fase ingaat. Dat ik soms s’ochtends zo bang ben voor de wereld dat ik niet op wil staan en me nestel in dromen en verlangens die toch nooit uitkomen.
Maar bovenal wil ik je zeggen dat ik je mis.
Ik wil tegen je zeggen dat ik vrijdag ergens buiten op de grond lag en dat ik gelukkig was. Dat ik narcissen voor deuren legde in de hoop dat mensen ze de volgende ochtend zouden vinden. Dat ik stil ging slapen en stil wakker werd.
Ik wil je zeggen dat ik bang ben dat onze hond ooit doodgaat -alles en iedereen gaat immers een keer dood- omdat hij zo schriel en mager wordt als een oude hond. Dat ik bang ben dat ik straks zoveel mensen nooit meer zie omdat mijn leven dan een nieuwe fase ingaat. Dat ik soms s’ochtends zo bang ben voor de wereld dat ik niet op wil staan en me nestel in dromen en verlangens die toch nooit uitkomen.
Maar bovenal wil ik je zeggen dat ik je mis.
maandag 19 maart 2012
Volbracht
Zijn stem breekt
het Woord betreedt de nacht
kruispunt van liefde en recht
onvergetelijk genade
volbracht
het Woord betreedt de nacht
kruispunt van liefde en recht
onvergetelijk genade
volbracht
woensdag 22 februari 2012
Utrecht Centraal
Marcherende mensen
in de mensenmassa
de massale vervreemding
maakt me bang
Marcherende mensen
in de mensenmassa
contact met elkaar
is niet van belang
Marcherende mensen
in de mensenmassa
elkaar ontwijkend
amper aankijkend
Marcherende mensen
in de mensenmassa
mens,
kijk toch eens om je heen dan.
in de mensenmassa
de massale vervreemding
maakt me bang
Marcherende mensen
in de mensenmassa
contact met elkaar
is niet van belang
Marcherende mensen
in de mensenmassa
elkaar ontwijkend
amper aankijkend
Marcherende mensen
in de mensenmassa
mens,
kijk toch eens om je heen dan.
zondag 19 februari 2012
De Geweldige Gelovige (slot)
De keuken rook naar kots maar het viel me alles mee. Ik ging er in ieder geval niet van over mijn nek De tulpen stonden op de keukentafel en ik werd er voor het eerst een beetje vrolijk van. Thomas zat op de bank te niksen en ik ging naast hem zitten. Ik voelde de woorden ineens opborrelen ook al had ik me iets heel anders voorgenomen. Ik had me voorgenomen om Thomas eens haarfijn uit te leggen hoe het precies zat met hem. Dat we hulp moesten zoeken voor hem en dat ik dan eindelijk thuis de tijd had om alles op een rijtje te zetten. Maar in plaats daarvan zei ik iets wat ik niet zonder een soort van innerlijke kracht had kunnen zeggen:
“Thomas, weet je dat ik heel erg van jou hou?”
Een lichte knik was het sein dat hij me hoorde. Dat deed me goed. Ik wist niet zo goed wat ik nog meer moest zeggen maar het leek net of een zachte stem de woorden in mijn hart toe fluisterde. “Zullen we samen een spelletje doen? En pannenkoeken bakken?”
Zou God werken door het bakken van een ham-kaas pannenkoek? Ik had geen idee. Ik had werkelijk geen idee wat ik stond te doen. Het was apart, een soort van lachwekkend en misschien wel het beste wat ik ooit had gedaan. Iemand die de Rode Zee door twee helften kon verdelen en Jona liet opslokken door een grote vis, OK, dat was genoeg reden om aan te nemen dat God kon werken door pannenkoeken. In elk geval deed het mij een enorm plezier om Thomas uit zijn flauwe houding te zien kruipen. Hij hielp me zelfs en at er wel een stuk of vijf. We hadden niet de meest indrukwekkende gesprekken maar het voelde ontzettend goed om naast hem te staan. Toen ik hem een glas melk aanbood keek hij me zelfs aan en toverde hij een waterige glimlach. Hij raakte zijn sigaretten niet aan en viel met zijn hoofd op mijn schoot in slaap toen we samen nog naar Midsomer’s Murders keken. Het was de meest mooie avond ever, sinds Kerst twee jaar geleden.
Ik wist nu wat het was om diep van binnen rijk te zijn en niet jaloers op de capaciteiten en zegen van de Geweldige Gelovige. Stiekem van binnen wist ik dat de bus was gestopt om mij iets te laten zien. Mijn eigen ego wellicht, maar ook een heleboel moois. God laat ons nooit stuk staren op eigen fouten maar altijd op de skyline van lichtjes en water, een skyline die Hij Zelf bedenkt. Ik vind het in eerste instantie hinderlijk om te geloven dat God echt langs komt met koekjes of door je heen kan werken met pannenkoeken bakken.
In het regenseizoen van mijn leven heb ik heel wat mensen voor verantwoordelijk gehouden. En ontdekt dat de verantwoording of schuld niet te vinden is, laat staan dat de zoektocht zo geweldig was. Maar mijn grootste schuldgevoel lag bij mijzelf, als een soort zwaar dekbed die zelfs in de zomer nog op mij lag. Het was iedere nacht een hele worsteling om van dat dekbed af te komen, maar voor het ochtend werd lag ik met dekbed en al op de grond. Het achtervolgde me met de jaren.
Die zondag werd er niets gedeeld over mijn spontane genezing. Maar goed ook, paracetamol was best simpel. Ik was er blij mee, en beleed mijn vooroordelen direct. Ik voelde me licht en gelukkig en vertelde Anne over mijn bijzondere ervaring met Thomas op de bank. Ze leek oprecht blij en nam het woord ‘amen’, ‘zuster’ en ‘halleluja’ niet in de mond. Ik was God dankbaar. Oprecht. Geen spoor van sarcasme.
God is niet een verloren trend, of van 2004 of zo. God is God en Hij was er ook toen het volledig spaak liep. Misschien maakt dat geloven zo geweldig: je hebt nog steeds geen idee naar welk oord je onderweg bent, maar je gaat en je ontdekt het landschap. En dan deelt Hij nog koekjes uit ook.
Het voelde alsof de eerste echte warme dag van de lente was aangebroken. Lammetjes, een duif die ik in de verte hoorde roepen, en narcissen in de tuin van de buurvrouw. Vanaf die dag lees alles een stukje beter te gaan. Zelfs de Geweldige Gelovige leek ik meer te gaan waarderen. En ik kwam er achter dat hij lang niet zo geweldig was als ik dacht, of in elk geval niet het ‘soort geweldig’ wat ik hem oplegde in mijn gedachten. Het bleek dat zijn vader ernstig ziek was en zijn dochtertje op school een enorme rebel was. Ze hadden er vaak problemen mee gehad in het gezin. Mijn jaloezie zakte en mijn medeleven groeide. Er was iets in mijn hart geplant waardoor ik de wereld om mij heen door zeer realistisch maar ook iets andere ogen bekeek. Door de ogen van Jezus.
Geloven in iets waarvan anderen zeggen dat het ontzettend geweldig is klinkt aannemelijk. Ik vond het ook aannemelijk, toen alles nog goed ging en ik een van die gelukkige stellen was uit de kerk. Niks geen reis voor singles: rampspoed en ellende was aan mij niet besteed. Een fundament bouwen op Christus evenmin. De kerk was een ritueel, mijn vrienden kende ik oppervlakkig en de kring waar ik wekelijks naar toe ging was een leuke verplichting. Ik riep ‘ja amen’ en ‘Gods zegen’ en ga zo maar door, zonder dat ik eigenlijk wist wat het was om dankbaar te zijn, of het ergens mee eens te zijn. Ik nam alles aan, niks landde in mijn hart en ik had de irritante behoefte om altijd klaar te staan met antwoorden. Theologie vond ik prima, zolang het maar begrijpelijk bleef. Twijfel was voor de zwakkeren en de dominee had altijd gelijk. Niks hoefde getoetst of bevestigt te worden. Geloven was easy. Ik was iemand die makkelijk achterover leunde, want God ‘ging het toch wel in me doen’.
Maar dat maakt diep van binnen geloven lang niet zo geweldig.
(Niks is zo saai als een passief en lui christendom)
“Thomas, weet je dat ik heel erg van jou hou?”
Een lichte knik was het sein dat hij me hoorde. Dat deed me goed. Ik wist niet zo goed wat ik nog meer moest zeggen maar het leek net of een zachte stem de woorden in mijn hart toe fluisterde. “Zullen we samen een spelletje doen? En pannenkoeken bakken?”
Zou God werken door het bakken van een ham-kaas pannenkoek? Ik had geen idee. Ik had werkelijk geen idee wat ik stond te doen. Het was apart, een soort van lachwekkend en misschien wel het beste wat ik ooit had gedaan. Iemand die de Rode Zee door twee helften kon verdelen en Jona liet opslokken door een grote vis, OK, dat was genoeg reden om aan te nemen dat God kon werken door pannenkoeken. In elk geval deed het mij een enorm plezier om Thomas uit zijn flauwe houding te zien kruipen. Hij hielp me zelfs en at er wel een stuk of vijf. We hadden niet de meest indrukwekkende gesprekken maar het voelde ontzettend goed om naast hem te staan. Toen ik hem een glas melk aanbood keek hij me zelfs aan en toverde hij een waterige glimlach. Hij raakte zijn sigaretten niet aan en viel met zijn hoofd op mijn schoot in slaap toen we samen nog naar Midsomer’s Murders keken. Het was de meest mooie avond ever, sinds Kerst twee jaar geleden.
Ik wist nu wat het was om diep van binnen rijk te zijn en niet jaloers op de capaciteiten en zegen van de Geweldige Gelovige. Stiekem van binnen wist ik dat de bus was gestopt om mij iets te laten zien. Mijn eigen ego wellicht, maar ook een heleboel moois. God laat ons nooit stuk staren op eigen fouten maar altijd op de skyline van lichtjes en water, een skyline die Hij Zelf bedenkt. Ik vind het in eerste instantie hinderlijk om te geloven dat God echt langs komt met koekjes of door je heen kan werken met pannenkoeken bakken.
In het regenseizoen van mijn leven heb ik heel wat mensen voor verantwoordelijk gehouden. En ontdekt dat de verantwoording of schuld niet te vinden is, laat staan dat de zoektocht zo geweldig was. Maar mijn grootste schuldgevoel lag bij mijzelf, als een soort zwaar dekbed die zelfs in de zomer nog op mij lag. Het was iedere nacht een hele worsteling om van dat dekbed af te komen, maar voor het ochtend werd lag ik met dekbed en al op de grond. Het achtervolgde me met de jaren.
Die zondag werd er niets gedeeld over mijn spontane genezing. Maar goed ook, paracetamol was best simpel. Ik was er blij mee, en beleed mijn vooroordelen direct. Ik voelde me licht en gelukkig en vertelde Anne over mijn bijzondere ervaring met Thomas op de bank. Ze leek oprecht blij en nam het woord ‘amen’, ‘zuster’ en ‘halleluja’ niet in de mond. Ik was God dankbaar. Oprecht. Geen spoor van sarcasme.
God is niet een verloren trend, of van 2004 of zo. God is God en Hij was er ook toen het volledig spaak liep. Misschien maakt dat geloven zo geweldig: je hebt nog steeds geen idee naar welk oord je onderweg bent, maar je gaat en je ontdekt het landschap. En dan deelt Hij nog koekjes uit ook.
Het voelde alsof de eerste echte warme dag van de lente was aangebroken. Lammetjes, een duif die ik in de verte hoorde roepen, en narcissen in de tuin van de buurvrouw. Vanaf die dag lees alles een stukje beter te gaan. Zelfs de Geweldige Gelovige leek ik meer te gaan waarderen. En ik kwam er achter dat hij lang niet zo geweldig was als ik dacht, of in elk geval niet het ‘soort geweldig’ wat ik hem oplegde in mijn gedachten. Het bleek dat zijn vader ernstig ziek was en zijn dochtertje op school een enorme rebel was. Ze hadden er vaak problemen mee gehad in het gezin. Mijn jaloezie zakte en mijn medeleven groeide. Er was iets in mijn hart geplant waardoor ik de wereld om mij heen door zeer realistisch maar ook iets andere ogen bekeek. Door de ogen van Jezus.
Geloven in iets waarvan anderen zeggen dat het ontzettend geweldig is klinkt aannemelijk. Ik vond het ook aannemelijk, toen alles nog goed ging en ik een van die gelukkige stellen was uit de kerk. Niks geen reis voor singles: rampspoed en ellende was aan mij niet besteed. Een fundament bouwen op Christus evenmin. De kerk was een ritueel, mijn vrienden kende ik oppervlakkig en de kring waar ik wekelijks naar toe ging was een leuke verplichting. Ik riep ‘ja amen’ en ‘Gods zegen’ en ga zo maar door, zonder dat ik eigenlijk wist wat het was om dankbaar te zijn, of het ergens mee eens te zijn. Ik nam alles aan, niks landde in mijn hart en ik had de irritante behoefte om altijd klaar te staan met antwoorden. Theologie vond ik prima, zolang het maar begrijpelijk bleef. Twijfel was voor de zwakkeren en de dominee had altijd gelijk. Niks hoefde getoetst of bevestigt te worden. Geloven was easy. Ik was iemand die makkelijk achterover leunde, want God ‘ging het toch wel in me doen’.
Maar dat maakt diep van binnen geloven lang niet zo geweldig.
(Niks is zo saai als een passief en lui christendom)
De Geweldige Gelovige (2)
Liefde is iets wat je overkomt en niet wat je besluit. Dat was mijn grootste les in het leven die ik geleerd had, en mijn meest slechte ervaring. Ik had een kapot huwelijk, lag in een echtscheiding en hield God voor verantwoordelijk. Er was een tijd dat ik een happy clappy christen was, inclusief Michael W Smith T-shirt en een iPod vol met Elly, Opwekking en Troost. Ik was een trotse moeder van een twee jaar oude huppelende peuter en mijn baan ging geweldig goed. De Geweldige Gelovige was niet mijn vijand, maar een vriend.
Tot mijn ex vreemd ging, ik er na drie maanden eindelijk achterkwam, mijn man het huis uit stuurde per direct, mijn zoon actief ging blowen en mijn baan er aan ging omdat ik strak stond van de stress. Mijn liefde voor God verdween als sneeuw voor de zon en ik vroeg me sterk af waar ik het allemaal aan had verdiend.
“”Waarom niet?” had de Geweldige Gelovige vanaf de kansel geroepen. Hij sprak iedereen aan maar ik voelde me persoonlijk teveel aangesproken. Zo persoonlijk dat ik dichtklapte en niemand vertelde dat ik de scheidingsprocedure al had getekend. In eerste instantie geloofde ik dat het leven maar om 1 ding draaide: God. En nu wist ik het niet meer. Geweldige Gelovigen in je nabije omgeving maken het, onbewust, niet makkelijk, hoewel het niet hun schuld is. En toch had ik een hekel aan hen omdat ze zich zo vreselijk cool, puur, zuiver voordeden. En ergens leefden ze dat ook nog op een bepaald soort manier uit ook. Ik vroeg me steeds af of dat echt was of niet. Dat stak me.
De bus was gestopt in mijn hart. Jezus kwam langs mijn stoel met een trommel koekjes. “Wil je er een?” zei Hij. Hij wist dat ik er hevig naar verlangde want de eerste hap zou een beetje vrede in mijn hart toevoegen. Een koekje van vrede. Het klinkt belachelijk maar ik moest er aan denken. Maar ik sloeg Zijn aanbod af. Zijn knappe gezicht en bruine ogen bleven me aankijken. Of ik het zeker wist. Nou, ik wist zeker van niet nee. Ik wilde dolgraag een koekje, Zijn vingers voelen en het allerliefste wilde ik dat Hij naast me kwam zitten. Maar dat deed Hij niet. Of misschien kon Hij toch echt iets van mijn voorhoofd aflezen: een nee-sticker. Misschien kon Hij de hoekjes los trekken. Maar Hij liep weer terug naar God, ging zitten en wees de Geest op het uitzicht. Het was fantastisch, terwijl de bus stil stond.
Het probleem met geloven is dat het mij iets ging kosten. Mijn huwelijk misschien, als God dan toch een beetje op die manier werkt. Weliswaar een rare manier. Op hetzelfde moment dat Jezus wegliep naar Zijn stoel, trok ik de nee-sticker van mijn voorhoofd. Ik kon het plak spul nog voelen, het trok een beetje aan mijn huid. Maar het subtiele wat ik van binnen voelde, het zelfzuchtige zelfmedelijden wat ik moest opgeven was veel nadrukkelijker.
Ik nam een besluit.
Tot mijn ex vreemd ging, ik er na drie maanden eindelijk achterkwam, mijn man het huis uit stuurde per direct, mijn zoon actief ging blowen en mijn baan er aan ging omdat ik strak stond van de stress. Mijn liefde voor God verdween als sneeuw voor de zon en ik vroeg me sterk af waar ik het allemaal aan had verdiend.
“”Waarom niet?” had de Geweldige Gelovige vanaf de kansel geroepen. Hij sprak iedereen aan maar ik voelde me persoonlijk teveel aangesproken. Zo persoonlijk dat ik dichtklapte en niemand vertelde dat ik de scheidingsprocedure al had getekend. In eerste instantie geloofde ik dat het leven maar om 1 ding draaide: God. En nu wist ik het niet meer. Geweldige Gelovigen in je nabije omgeving maken het, onbewust, niet makkelijk, hoewel het niet hun schuld is. En toch had ik een hekel aan hen omdat ze zich zo vreselijk cool, puur, zuiver voordeden. En ergens leefden ze dat ook nog op een bepaald soort manier uit ook. Ik vroeg me steeds af of dat echt was of niet. Dat stak me.
De bus was gestopt in mijn hart. Jezus kwam langs mijn stoel met een trommel koekjes. “Wil je er een?” zei Hij. Hij wist dat ik er hevig naar verlangde want de eerste hap zou een beetje vrede in mijn hart toevoegen. Een koekje van vrede. Het klinkt belachelijk maar ik moest er aan denken. Maar ik sloeg Zijn aanbod af. Zijn knappe gezicht en bruine ogen bleven me aankijken. Of ik het zeker wist. Nou, ik wist zeker van niet nee. Ik wilde dolgraag een koekje, Zijn vingers voelen en het allerliefste wilde ik dat Hij naast me kwam zitten. Maar dat deed Hij niet. Of misschien kon Hij toch echt iets van mijn voorhoofd aflezen: een nee-sticker. Misschien kon Hij de hoekjes los trekken. Maar Hij liep weer terug naar God, ging zitten en wees de Geest op het uitzicht. Het was fantastisch, terwijl de bus stil stond.
Het probleem met geloven is dat het mij iets ging kosten. Mijn huwelijk misschien, als God dan toch een beetje op die manier werkt. Weliswaar een rare manier. Op hetzelfde moment dat Jezus wegliep naar Zijn stoel, trok ik de nee-sticker van mijn voorhoofd. Ik kon het plak spul nog voelen, het trok een beetje aan mijn huid. Maar het subtiele wat ik van binnen voelde, het zelfzuchtige zelfmedelijden wat ik moest opgeven was veel nadrukkelijker.
Ik nam een besluit.
vrijdag 17 februari 2012
De Geweldige Gelovige
“Het geloven gaat je niet al te aardig af hè?” zei de Geweldige Gelovige op een dag tegen me. Ik boog mijn hoofd, voelde tranen prikken en staarde naar de punten van mijn schoenen. “Nee”, perste ik er met samengeknepen lippen uit. Nee, zei de Minder Gelovige.
“Je twijfelt nog steeds of niet?” ging de Geweldige Gelovige verder. Hij ging naast me zitten en legde een hand op mijn rug. Zijn hippe geblokte blouse was nieuw. Rook nieuw. De Geweldige Gelovige rook altijd nieuw. Althans, zo leek dat. Hij had een soort van lichtgevende uitstraling van een engel. Maar dan zonder de vleugels en de kring boven zijn hoofd. Hij maakte grapjes die iedereen grappig vond en wist over alles wel iets te vertellen. Sterker nog, vragen of twijfels: die hoorden niet bij de Geweldige Gelovige. Want hij was Geweldig.
“Ik twijfel over alles. Of God wel of niet bestaat. Of het Evangelie echt waar is. Of Hij me werkelijk hoort”. Ik kon niet voorkomen dat ik een beetje schril klonk. Ik piepte een soort van, het aanloopje naar een flinke huilbui. Maar ik moest me inhouden van mezelf. Want zijn blouse was nieuw en ik zou beslist kwijlen, en dat met mijn rode lippenstift op.
“Oh ja”. Hij knikte instemmend maar toch had ik niet het gevoel alsof hij me begreep. “Tsja.” Dat was een antwoord waar je net niet niks wat aan had. En dat was alles dan. Hij fronste zijn wenkbrauwen en er viel een lange stilte tussen ons. Ik verwachtte een antwoord maar het liefst rende ik hard weg. De Geweldige Gelovige stond bekend om zijn onderwijs, gaven en vruchten. Hij was vriendelijk, lachte altijd naar je en zelfs de oude omaatjes uit de gemeente vonden hem charmant.
“Ga je nog aanstaande vrijdag naar kring toe?” vroeg hij ineens uit het niets. Ik keek verward. “Ik heb het gevoel”, vervolgde hij, “dat het je heel erg goed zal doen”. Ik knikte aarzelend. “Misschien wel, ik denk wel dat ik kom”.
“Geweldig! God gaat zo door jou heen werken, het zal ongelooflijk worden!” Hij toverde zijn Prodent lach tevoorschijn. Ik slikte mijn tranen weg. Dat was een beetje hoop met de nadruk op een beetje. Ik voelde me miezerig, ondankbaar en klein tegelijk. “Ja?”
“Vast en zeker. Wauw.” Hij bleef me aan kijken.
“Oke”, zei ik. Misschien moest ik nu toch maar eens echt gaan geloven.
“Tof joh! Echt geweldig dat ik je vrijdag ga zien”, zei de Geweldige Gelovige. Hij pakte zijn Bijbel. Het had een bruin leren hoes, en de bladzijden roken net zo nieuw als zijn blouse. “Gods zegen zuster!!!”
O ja. Gods zegen. Ik had duizend vragen aan God maar de grootste vraag was de vraag waar die zegen zogenaamd was gebleven. Niet in mijn kapotte huwelijk, niet in mijn zoon Thomas die de hele dag door liep te blowen, niet in mijn baan die op de tocht stond, niet in mijn huis waar 100 klusjes te doen waren, niet in mijn ex die dagelijks mijn voicemail in sprak, niet in mijn auto die niet door de APK was gekomen de afgelopen maand en zelfs niet in mijn gemeente waar Geweldige Gelovige bestond.
Maar eerst vrijdag naar kring. Wie weet.
De Geweldige Gelovige haalde me op. “Ik kom er toch toevallig langs dus ik pik je zo op over 10 minuten”, stond er in de sms. Ik controleerde mijn kapsel en mijn make-up. Aangezien hij aan het andere eind van de stad woonde vond ik het vreemd dat hij ineens mij zou ophalen. En vervelend, dat vooral.
Thomas zat in de woonkamer en zapte teevee. “Er ligt chips voor je in de keuken”, zei ik maar de blik in zijn ogen gaven weinig teken van leven. Ik wist niet zeker of hij wel doorhad dat hij naar SpongeBob keek, en dat hij daar te oud voor was. Zeventien jaar, een fervent spijbelaar, blower en drinker. Ik was de grip verloren, en het begrip.
‘Ding dong’ zei de bel. Een beetje triestig, ze was half kapot en half gemaakt. Ik pakte mijn tas, stopte mijn Bijbel erin en mijn sleutels en liep naar de hal. Door het kijkgaatje kon ik zien dat het de Geweldige Gelovige was.
“Hoi”, zei ik toen ik de deur open deed. Ik stond direct naast hem buiten en klapte de deur dicht. “We kunnen gaan”.
“Geweldig. Wat goed om je te zien zuster”, zei hij. Zijn kraag stond rechtop en ik zag zijn geblokte blouse een stukje tevoorschijn komen. Zijn luxe auto stond naast de mijne, een iets minder luxe en best wel lelijke auto, geparkeerd. Ik voelde me een ander stuk mens toen ik naast hem liep. Hij in zijn dure jas met zijn glanzende Bijbel, ik op mijn afgetrapte schoenen, met een maaltijd achter mijn kiezen van de voedselbank.
Op kring was er minder verschil zichtbaar. Anne was de gastvrouw van de avond. Ze stelde haar huis ter beschikking. Een bescheiden flatje aan de rand van de stad. “Hoi allemaal”, opende ze de avond terwijl ze eerst langs ging met koffie en cake. Het was mijn toetje want die had ik vandaag niet op. De Geweldige Gelovige stelde voor om met zijn allen te gaan staan. Ik had de cake nog nauwelijks op maar toch deed ik mee. “Pak elkaars handen beet en laten we God zoeken”. Hij zuchtte er een soort van bij en herhaalde dit meerdere malen.
Na vijf minuten nam iemand uit de kring het woord. Oh Heer begon hij maar het klonk niet zo klagerig en twijfelachtig als dat ik altijd begon. Hij bad over de avond een zegen uit, sprak zijn medeleven uit naar diegenen die niet konden komen en toen hij amen zei deed iedereen zijn ogen weer open, dronken we onze koffie op en startte Anne de avond. Het was een Bijbelstudie over Jona, en de vraag die centraal stond was of we ook bereid waren om onze hoogmoed voor God op te geven en onze beter-weten plannen. Ik hield me afzijdig en stil totdat de Geweldige Gelovige zich voorover boog naar mij toe.
“Wat vind jij hier allemaal van?” Hij klonk niet belangstellend maar trok de aandacht van Anne en diegenen die naast mij zaten, in een straal van 3 meter.
“Ik weet het niet”, zei ik eerlijk. Ik voelde me een sukkel. Iemand die zelfs te dom hiervoor was. Ik voelde me een loser, ik had heus wel geluisterd maar toch, misschien had Thomas iets teveel geblowd in huis en waren nu ook mijn hersencellen gekrompen.
Niemand zei iets of vroeg erop door. Toen vertelde Anne dat ze aan een nieuw boek was begonnen. “Prijs de Heer”, zei de Geweldige Gelovige. “Waar gaat het over?” vroeg ik.
“Ik ben een verhaal begonnen over een stel vrienden die los van elkaar dezelfde reis boeken. Ze weten wel van elkaar dat ze die reis hebben geboekt, maar niet samen. Hij zit voorin de bus, zij achterin. Hij gaat wel mee naar het museum, zij blijft achter in het hotel. Eigenlijk spreken ze elkaar niet, en toch zijn ze de hele reis met elkaar bezig. Hij heeft zijn gedachten, en zij heeft haar gedachten”
“Wauw, amazing! Dat boek moet ik hebben zodra het uit is”, zei de Geweldige Gelovige.
Ik kon niet ontkennen dat ik niet nieuwsgierig was. “En welke boodschap schuilt daar achter?” vroeg mijn buurman.
Anne knipoogde naar hem. “Nou ja, ik had er niet direct een boodschap zelf achter gevonden. Tot ik begon na te denken over onze reis als christenen die we maken met Jezus, onze beste Vriend. We boeken zo vaak Samen dezelfde reis en toch, we zoeken Hem amper op. Maar stiekem zijn we wel met Hem bezig”.
Mijn buurman knikte. “Dus dat is de diepere laag?” Anne lachte opnieuw. “Ja, ik geloof wel dat God dit zo op mijn hart heeft gelegd” antwoordde ze. “Iemand nog koffie?”
Ik lag in mijn bed en staarde naar het plafond. Het was een tweepersoons bed. En toch lag ik er alleen in. Onder de deur door zag ik een streepje grijs blauwe lichten. Ze leken mijn kamer binnen te schallen als nieuwe gedachten, om aan te vallen en te beuken. Om mijn hoofd aan het trillen te brengen. Thomas zat nog laat teevee te kijken. De 6000e aflevering van SpongeBob misschien. Hij had dezelfde lege blik in zijn ogen als toen ik hem achterliet.
Een reis, een reis Wij Samen. Dat was een totaal nieuwe gedachte maar toen Anne uitlegde waarom drong het door. Recht in mijn hart schoot God Zijn pijlen af. Recht in de roos. Ik was Zijn metgezel en toch voelde ik me verloren. Een single mee op een reis met stelletjes. De verkeerde trip, en ja, in het hotel achterblijven zonder hartjes en verliefde gezichten was een uitstekende optie. Het probleem was, Hij, Mijn Metgezel was wel razend verliefd. Zijn gedachten gingen voortdurend over mij, en dat stak me. Was dat wel de bedoeling? Of was het ook logisch als ik dan net zoveel over Hem dacht?
Maar stiekem zijn ze wel met Hem bezig ik fluisterde de woorden voor mijzelf in het donker. Het was een stukje toegeven en toch ook weer niet. Ergens wist Hij dat allang anders had Hij die reis ook niet geboekt, ook al leek Hij nog net zo ver weg.
“Mam?” Thomas riep me en dat betekende foute boel. Drank op? Sigaretten kwijt? Geld gestolen? Ik schommelde mijn benen het bed uit en reikte naar mijn sloffen onder het bed. Ik kwam mijn Bijbel tegen.
Het was een rot nacht geweest. Mijn hoofd zat vol met nieuwe gedachten, die rond bleven dwarrelen en nergens een plekje vonden. Thomas had drank gepakt, zonder dat hij wist hoe sterk alles was. In een opwelling had hij zijn zoveelste joint opgestoken en hoewel dat normaal gesproken ‘goed’ ging, ging het nu grandioos fout. Hij vloekte de hele nacht door en ik kreeg hem niet rustig in bed. Uiteindelijk is hij naar buiten gegaan en ik heb de seconden geteld tot hij weer thuis was en in zijn bed lag.
Ik verlangde diep hevig naar vrede, maar mijn baan riep aandacht en de auto moest worden verkocht aan een of andere klus nerd die me voor een paar tientjes blij kon maken. Toen ik twee dagen later in de supermarkt stond en een reis aanbieding zag werd het me allemaal even teveel. Ik bleef zaterdag ziek thuis in bed en ook zondag kwam ik voor de kerk mijn bed niet uit.
Ik miste de kerk niet. De Geweldige Gelovige zou beslist vooraan staan, zoals altijd. Handen omhoog en ogen irritant samengeknepen. In mijn ogen dan, heel erg irritant. Hij zou iets prevelen wat op de taal van de Geest leek, want dat doen alle Geweldige Gelovigen, en ‘amen’ zeggen, all the time.
Ik had het gevoel alsof ik sinds vrijdagavond kringavond de bus was ingestapt. De bus van Weet Ik Veel Waar Naar Toe en ik wist niet of ik er goed aan deed om met mijn neus tegen het glas aangedrukt vooraan te zitten. Ik kon het landschap aan me voorbij zien razen en er voor mijn gevoel niets van mee krijgen. Ik voelde van alles in mijn binnenste op borrelen. Vooral als ik na dacht over de kerk, mijn aandeel (of juist het gebrek eraan). Of geloven, dat was ook zoiets vaags geworden en aangezien ik nu op weg was naar weet ik veel waar werd het alleen maar lastiger. Lastiger in de zin van ‘belastend’.
Ik had al genoeg lasten.
Dat wist de Geweldige Gelovige ook. Of in zekere zin, ik had hem nooit iets mede gedeeld maar kennelijk kon je het van mijn voorhoofd aflezen. Hij speculeerde er op los. En suggereerde altijd negen van de tien keer nog raak ook.
Ik kwam hem maandag tegen bij de bloemist.
“Goedemorgen zuster, wat goed je weer te zien”.
Weet je, hij irriteerde me omdat hij altijd zo vriendelijk was. Ik probeerde ook vriendelijk te zijn maar als het niet lukte, dan lukte het niet. En hij deed altijd zo, zo … ZO nep! Of, of niet dan? Ik voelde me direct weer schuldig omdat ik zo verkeerd dacht. Ware gristenen deden dat niet, daarom was hij ook zo geweldig en ik niet.
Maar, kon ik mezelf wel christen noemen?
“Goedemorgen”, zei ik. Ik stond bij de gerbera’s en hij bij de tulpen. “Bloemetje voor jezelf aan het uitkiezen?” vroeg hij. Zelfs die vraag vond ik irritant. “Nee, voor de buurvrouw. Die is ziek”, loog ik. Het was enkel om mezelf te bewijzen. Te bewijzen dat ik ook die zorgzame christen was en niet alleen aan mijn eigen zegen dacht.
“Goed bezig zuster”, zei de Geweldige Gelovige. Hij rechtte zijn rug en knikte me vriendelijk toe. “Waar was je in de kerk zondag? We hebben je gemist. De Heer ook”.
De Heer? Ik miste de Heer vaker dan Hij mij, dacht ik voor mezelf. “Ziek” zei ik kortaf.
“Oh genezing Heer”, bad hij uit het niets hardop. Ik had er al spijt van dat ik niet door was gegaan met liegen. Vreselijk. Waarom moest de Geweldige Gelovige altijd eerst met een oplossing komen in plaats van een opmerking vol medeleven? Of was dit medeleven?
“Ik ben al weer beter hoor”, zei ik snel. Als ik nu niet heel snel die bos tulpen kocht zou ik de gerbera’s opeten. Ter plekke.
“Geweldig, wat is God toch goed! Wat een bemoediging zuster!”
Ik geloof dat ik een stukje miste. Maar het zou waarschijnlijk in de zondag als ‘getuigenis’ worden gedeeld en daarna zou iedereen me blij aan knikken en God loven omdat de Minder Gelovige was ‘gaan staan in genezing’. Al die voorbede had dus toch zin! Halleluja.
Amen.
Geloven was een ontzettend moeilijk iets. Je kunt niet van iemand gaan houden waarop je nooit verliefd bent geweest. Je kunt niet iemand in zekere zin gaan volgen zonder eerst kennis met diegene te hebben gemaakt. Ik vond God ver weg, en bij Jezus kreeg ik het beeld van de Geweldige Gelovige: voor een ieder vriendelijk en altijd de slimste van de klas. De Heilige Geest kende ik een klein beetje, ik kreeg soms een kippenvel-gevoel tijdens de aanbidding. Dan zong Anne en moest ik beetje huilen. En toch had ik sterk het idee dat we nu alle Drie in Dezelfde bus zaten. En dat die bus ongelooflijk hard reed, rondjes in mijn hart. En dat ik elk rondje iets meer van het landschap meekreeg. Dat er mensen buiten stonden te zwaaien en riepen dat ik bij hen moest komen eten, drinken en slapen. Maar de bus reed hard en mijn stoel zat best lekker, zo lang ik maar bleef zitten.
Ik rekende de tulpen af en groette de Geweldige Gelovige. Hij stond te aarzelen over de tulpen of gerbera’s en het zou me niets verbazen als hij zou gaan bidden voor een openbaring. Ik had al genoeg openbaring gezien, dus ik fietste naar huis waar ik Thomas aantrof in een laagje kots en een klein briefje.
Er stond op: sorry mama.
Het brak mijn hart en ik huilde lang en hard toen ik hem uit de smerigheid trok en op de bank legde met een dekentje. Hij viel in slaap alsof er niets aan de hand was.
“Je twijfelt nog steeds of niet?” ging de Geweldige Gelovige verder. Hij ging naast me zitten en legde een hand op mijn rug. Zijn hippe geblokte blouse was nieuw. Rook nieuw. De Geweldige Gelovige rook altijd nieuw. Althans, zo leek dat. Hij had een soort van lichtgevende uitstraling van een engel. Maar dan zonder de vleugels en de kring boven zijn hoofd. Hij maakte grapjes die iedereen grappig vond en wist over alles wel iets te vertellen. Sterker nog, vragen of twijfels: die hoorden niet bij de Geweldige Gelovige. Want hij was Geweldig.
“Ik twijfel over alles. Of God wel of niet bestaat. Of het Evangelie echt waar is. Of Hij me werkelijk hoort”. Ik kon niet voorkomen dat ik een beetje schril klonk. Ik piepte een soort van, het aanloopje naar een flinke huilbui. Maar ik moest me inhouden van mezelf. Want zijn blouse was nieuw en ik zou beslist kwijlen, en dat met mijn rode lippenstift op.
“Oh ja”. Hij knikte instemmend maar toch had ik niet het gevoel alsof hij me begreep. “Tsja.” Dat was een antwoord waar je net niet niks wat aan had. En dat was alles dan. Hij fronste zijn wenkbrauwen en er viel een lange stilte tussen ons. Ik verwachtte een antwoord maar het liefst rende ik hard weg. De Geweldige Gelovige stond bekend om zijn onderwijs, gaven en vruchten. Hij was vriendelijk, lachte altijd naar je en zelfs de oude omaatjes uit de gemeente vonden hem charmant.
“Ga je nog aanstaande vrijdag naar kring toe?” vroeg hij ineens uit het niets. Ik keek verward. “Ik heb het gevoel”, vervolgde hij, “dat het je heel erg goed zal doen”. Ik knikte aarzelend. “Misschien wel, ik denk wel dat ik kom”.
“Geweldig! God gaat zo door jou heen werken, het zal ongelooflijk worden!” Hij toverde zijn Prodent lach tevoorschijn. Ik slikte mijn tranen weg. Dat was een beetje hoop met de nadruk op een beetje. Ik voelde me miezerig, ondankbaar en klein tegelijk. “Ja?”
“Vast en zeker. Wauw.” Hij bleef me aan kijken.
“Oke”, zei ik. Misschien moest ik nu toch maar eens echt gaan geloven.
“Tof joh! Echt geweldig dat ik je vrijdag ga zien”, zei de Geweldige Gelovige. Hij pakte zijn Bijbel. Het had een bruin leren hoes, en de bladzijden roken net zo nieuw als zijn blouse. “Gods zegen zuster!!!”
O ja. Gods zegen. Ik had duizend vragen aan God maar de grootste vraag was de vraag waar die zegen zogenaamd was gebleven. Niet in mijn kapotte huwelijk, niet in mijn zoon Thomas die de hele dag door liep te blowen, niet in mijn baan die op de tocht stond, niet in mijn huis waar 100 klusjes te doen waren, niet in mijn ex die dagelijks mijn voicemail in sprak, niet in mijn auto die niet door de APK was gekomen de afgelopen maand en zelfs niet in mijn gemeente waar Geweldige Gelovige bestond.
Maar eerst vrijdag naar kring. Wie weet.
De Geweldige Gelovige haalde me op. “Ik kom er toch toevallig langs dus ik pik je zo op over 10 minuten”, stond er in de sms. Ik controleerde mijn kapsel en mijn make-up. Aangezien hij aan het andere eind van de stad woonde vond ik het vreemd dat hij ineens mij zou ophalen. En vervelend, dat vooral.
Thomas zat in de woonkamer en zapte teevee. “Er ligt chips voor je in de keuken”, zei ik maar de blik in zijn ogen gaven weinig teken van leven. Ik wist niet zeker of hij wel doorhad dat hij naar SpongeBob keek, en dat hij daar te oud voor was. Zeventien jaar, een fervent spijbelaar, blower en drinker. Ik was de grip verloren, en het begrip.
‘Ding dong’ zei de bel. Een beetje triestig, ze was half kapot en half gemaakt. Ik pakte mijn tas, stopte mijn Bijbel erin en mijn sleutels en liep naar de hal. Door het kijkgaatje kon ik zien dat het de Geweldige Gelovige was.
“Hoi”, zei ik toen ik de deur open deed. Ik stond direct naast hem buiten en klapte de deur dicht. “We kunnen gaan”.
“Geweldig. Wat goed om je te zien zuster”, zei hij. Zijn kraag stond rechtop en ik zag zijn geblokte blouse een stukje tevoorschijn komen. Zijn luxe auto stond naast de mijne, een iets minder luxe en best wel lelijke auto, geparkeerd. Ik voelde me een ander stuk mens toen ik naast hem liep. Hij in zijn dure jas met zijn glanzende Bijbel, ik op mijn afgetrapte schoenen, met een maaltijd achter mijn kiezen van de voedselbank.
Op kring was er minder verschil zichtbaar. Anne was de gastvrouw van de avond. Ze stelde haar huis ter beschikking. Een bescheiden flatje aan de rand van de stad. “Hoi allemaal”, opende ze de avond terwijl ze eerst langs ging met koffie en cake. Het was mijn toetje want die had ik vandaag niet op. De Geweldige Gelovige stelde voor om met zijn allen te gaan staan. Ik had de cake nog nauwelijks op maar toch deed ik mee. “Pak elkaars handen beet en laten we God zoeken”. Hij zuchtte er een soort van bij en herhaalde dit meerdere malen.
Na vijf minuten nam iemand uit de kring het woord. Oh Heer begon hij maar het klonk niet zo klagerig en twijfelachtig als dat ik altijd begon. Hij bad over de avond een zegen uit, sprak zijn medeleven uit naar diegenen die niet konden komen en toen hij amen zei deed iedereen zijn ogen weer open, dronken we onze koffie op en startte Anne de avond. Het was een Bijbelstudie over Jona, en de vraag die centraal stond was of we ook bereid waren om onze hoogmoed voor God op te geven en onze beter-weten plannen. Ik hield me afzijdig en stil totdat de Geweldige Gelovige zich voorover boog naar mij toe.
“Wat vind jij hier allemaal van?” Hij klonk niet belangstellend maar trok de aandacht van Anne en diegenen die naast mij zaten, in een straal van 3 meter.
“Ik weet het niet”, zei ik eerlijk. Ik voelde me een sukkel. Iemand die zelfs te dom hiervoor was. Ik voelde me een loser, ik had heus wel geluisterd maar toch, misschien had Thomas iets teveel geblowd in huis en waren nu ook mijn hersencellen gekrompen.
Niemand zei iets of vroeg erop door. Toen vertelde Anne dat ze aan een nieuw boek was begonnen. “Prijs de Heer”, zei de Geweldige Gelovige. “Waar gaat het over?” vroeg ik.
“Ik ben een verhaal begonnen over een stel vrienden die los van elkaar dezelfde reis boeken. Ze weten wel van elkaar dat ze die reis hebben geboekt, maar niet samen. Hij zit voorin de bus, zij achterin. Hij gaat wel mee naar het museum, zij blijft achter in het hotel. Eigenlijk spreken ze elkaar niet, en toch zijn ze de hele reis met elkaar bezig. Hij heeft zijn gedachten, en zij heeft haar gedachten”
“Wauw, amazing! Dat boek moet ik hebben zodra het uit is”, zei de Geweldige Gelovige.
Ik kon niet ontkennen dat ik niet nieuwsgierig was. “En welke boodschap schuilt daar achter?” vroeg mijn buurman.
Anne knipoogde naar hem. “Nou ja, ik had er niet direct een boodschap zelf achter gevonden. Tot ik begon na te denken over onze reis als christenen die we maken met Jezus, onze beste Vriend. We boeken zo vaak Samen dezelfde reis en toch, we zoeken Hem amper op. Maar stiekem zijn we wel met Hem bezig”.
Mijn buurman knikte. “Dus dat is de diepere laag?” Anne lachte opnieuw. “Ja, ik geloof wel dat God dit zo op mijn hart heeft gelegd” antwoordde ze. “Iemand nog koffie?”
Ik lag in mijn bed en staarde naar het plafond. Het was een tweepersoons bed. En toch lag ik er alleen in. Onder de deur door zag ik een streepje grijs blauwe lichten. Ze leken mijn kamer binnen te schallen als nieuwe gedachten, om aan te vallen en te beuken. Om mijn hoofd aan het trillen te brengen. Thomas zat nog laat teevee te kijken. De 6000e aflevering van SpongeBob misschien. Hij had dezelfde lege blik in zijn ogen als toen ik hem achterliet.
Een reis, een reis Wij Samen. Dat was een totaal nieuwe gedachte maar toen Anne uitlegde waarom drong het door. Recht in mijn hart schoot God Zijn pijlen af. Recht in de roos. Ik was Zijn metgezel en toch voelde ik me verloren. Een single mee op een reis met stelletjes. De verkeerde trip, en ja, in het hotel achterblijven zonder hartjes en verliefde gezichten was een uitstekende optie. Het probleem was, Hij, Mijn Metgezel was wel razend verliefd. Zijn gedachten gingen voortdurend over mij, en dat stak me. Was dat wel de bedoeling? Of was het ook logisch als ik dan net zoveel over Hem dacht?
Maar stiekem zijn ze wel met Hem bezig ik fluisterde de woorden voor mijzelf in het donker. Het was een stukje toegeven en toch ook weer niet. Ergens wist Hij dat allang anders had Hij die reis ook niet geboekt, ook al leek Hij nog net zo ver weg.
“Mam?” Thomas riep me en dat betekende foute boel. Drank op? Sigaretten kwijt? Geld gestolen? Ik schommelde mijn benen het bed uit en reikte naar mijn sloffen onder het bed. Ik kwam mijn Bijbel tegen.
Het was een rot nacht geweest. Mijn hoofd zat vol met nieuwe gedachten, die rond bleven dwarrelen en nergens een plekje vonden. Thomas had drank gepakt, zonder dat hij wist hoe sterk alles was. In een opwelling had hij zijn zoveelste joint opgestoken en hoewel dat normaal gesproken ‘goed’ ging, ging het nu grandioos fout. Hij vloekte de hele nacht door en ik kreeg hem niet rustig in bed. Uiteindelijk is hij naar buiten gegaan en ik heb de seconden geteld tot hij weer thuis was en in zijn bed lag.
Ik verlangde diep hevig naar vrede, maar mijn baan riep aandacht en de auto moest worden verkocht aan een of andere klus nerd die me voor een paar tientjes blij kon maken. Toen ik twee dagen later in de supermarkt stond en een reis aanbieding zag werd het me allemaal even teveel. Ik bleef zaterdag ziek thuis in bed en ook zondag kwam ik voor de kerk mijn bed niet uit.
Ik miste de kerk niet. De Geweldige Gelovige zou beslist vooraan staan, zoals altijd. Handen omhoog en ogen irritant samengeknepen. In mijn ogen dan, heel erg irritant. Hij zou iets prevelen wat op de taal van de Geest leek, want dat doen alle Geweldige Gelovigen, en ‘amen’ zeggen, all the time.
Ik had het gevoel alsof ik sinds vrijdagavond kringavond de bus was ingestapt. De bus van Weet Ik Veel Waar Naar Toe en ik wist niet of ik er goed aan deed om met mijn neus tegen het glas aangedrukt vooraan te zitten. Ik kon het landschap aan me voorbij zien razen en er voor mijn gevoel niets van mee krijgen. Ik voelde van alles in mijn binnenste op borrelen. Vooral als ik na dacht over de kerk, mijn aandeel (of juist het gebrek eraan). Of geloven, dat was ook zoiets vaags geworden en aangezien ik nu op weg was naar weet ik veel waar werd het alleen maar lastiger. Lastiger in de zin van ‘belastend’.
Ik had al genoeg lasten.
Dat wist de Geweldige Gelovige ook. Of in zekere zin, ik had hem nooit iets mede gedeeld maar kennelijk kon je het van mijn voorhoofd aflezen. Hij speculeerde er op los. En suggereerde altijd negen van de tien keer nog raak ook.
Ik kwam hem maandag tegen bij de bloemist.
“Goedemorgen zuster, wat goed je weer te zien”.
Weet je, hij irriteerde me omdat hij altijd zo vriendelijk was. Ik probeerde ook vriendelijk te zijn maar als het niet lukte, dan lukte het niet. En hij deed altijd zo, zo … ZO nep! Of, of niet dan? Ik voelde me direct weer schuldig omdat ik zo verkeerd dacht. Ware gristenen deden dat niet, daarom was hij ook zo geweldig en ik niet.
Maar, kon ik mezelf wel christen noemen?
“Goedemorgen”, zei ik. Ik stond bij de gerbera’s en hij bij de tulpen. “Bloemetje voor jezelf aan het uitkiezen?” vroeg hij. Zelfs die vraag vond ik irritant. “Nee, voor de buurvrouw. Die is ziek”, loog ik. Het was enkel om mezelf te bewijzen. Te bewijzen dat ik ook die zorgzame christen was en niet alleen aan mijn eigen zegen dacht.
“Goed bezig zuster”, zei de Geweldige Gelovige. Hij rechtte zijn rug en knikte me vriendelijk toe. “Waar was je in de kerk zondag? We hebben je gemist. De Heer ook”.
De Heer? Ik miste de Heer vaker dan Hij mij, dacht ik voor mezelf. “Ziek” zei ik kortaf.
“Oh genezing Heer”, bad hij uit het niets hardop. Ik had er al spijt van dat ik niet door was gegaan met liegen. Vreselijk. Waarom moest de Geweldige Gelovige altijd eerst met een oplossing komen in plaats van een opmerking vol medeleven? Of was dit medeleven?
“Ik ben al weer beter hoor”, zei ik snel. Als ik nu niet heel snel die bos tulpen kocht zou ik de gerbera’s opeten. Ter plekke.
“Geweldig, wat is God toch goed! Wat een bemoediging zuster!”
Ik geloof dat ik een stukje miste. Maar het zou waarschijnlijk in de zondag als ‘getuigenis’ worden gedeeld en daarna zou iedereen me blij aan knikken en God loven omdat de Minder Gelovige was ‘gaan staan in genezing’. Al die voorbede had dus toch zin! Halleluja.
Amen.
Geloven was een ontzettend moeilijk iets. Je kunt niet van iemand gaan houden waarop je nooit verliefd bent geweest. Je kunt niet iemand in zekere zin gaan volgen zonder eerst kennis met diegene te hebben gemaakt. Ik vond God ver weg, en bij Jezus kreeg ik het beeld van de Geweldige Gelovige: voor een ieder vriendelijk en altijd de slimste van de klas. De Heilige Geest kende ik een klein beetje, ik kreeg soms een kippenvel-gevoel tijdens de aanbidding. Dan zong Anne en moest ik beetje huilen. En toch had ik sterk het idee dat we nu alle Drie in Dezelfde bus zaten. En dat die bus ongelooflijk hard reed, rondjes in mijn hart. En dat ik elk rondje iets meer van het landschap meekreeg. Dat er mensen buiten stonden te zwaaien en riepen dat ik bij hen moest komen eten, drinken en slapen. Maar de bus reed hard en mijn stoel zat best lekker, zo lang ik maar bleef zitten.
Ik rekende de tulpen af en groette de Geweldige Gelovige. Hij stond te aarzelen over de tulpen of gerbera’s en het zou me niets verbazen als hij zou gaan bidden voor een openbaring. Ik had al genoeg openbaring gezien, dus ik fietste naar huis waar ik Thomas aantrof in een laagje kots en een klein briefje.
Er stond op: sorry mama.
Het brak mijn hart en ik huilde lang en hard toen ik hem uit de smerigheid trok en op de bank legde met een dekentje. Hij viel in slaap alsof er niets aan de hand was.
donderdag 16 februari 2012
voor het liefste Plumaatje uit Nunspeet!
Je merkt dat het leven niet zo eenvoudig is, als dat je zou willen.
Het besef dat je het niet alleen kunt, komt dan ook hard binnen.
De enige optie is dan om alles bij God te brengen.
Om al je problemen en zorgen uit te spreken.
Hoeveel pijn dat ook kan doen en hoeveel kopzorgen je er ook over maakt.
Soms is dat moment er plotseling. Soms zie je het aankomen.
Maar altijd is het een periode waar je doorheen moet.
Een periode van loslaten, van keuzes maken en van vechten voor wie je wilt zijn.
Vechten om achter je te laten wat is geweest en met een frisse blik vooruit te leren kijken
dit las ik hier en het raakte me omdat ik het herken.
Lieve Marjolein! We vechten niet alleen!
Je kan het, want Hij is Overwinnaar!
Dikke knuffel vanuit Gouda <3 !! 8 Beter te schuilen bij de HEER
dan te vertrouwen op mensen.
13 Jullie sloegen mij en ik viel,
maar de HEER heeft geholpen.
14 De HEER is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
#psalm118
en om dan dit terug te krijgen... Zo blijven we janken! ;-)
Het besef dat je het niet alleen kunt, komt dan ook hard binnen.
De enige optie is dan om alles bij God te brengen.
Om al je problemen en zorgen uit te spreken.
Hoeveel pijn dat ook kan doen en hoeveel kopzorgen je er ook over maakt.
Soms is dat moment er plotseling. Soms zie je het aankomen.
Maar altijd is het een periode waar je doorheen moet.
Een periode van loslaten, van keuzes maken en van vechten voor wie je wilt zijn.
Vechten om achter je te laten wat is geweest en met een frisse blik vooruit te leren kijken
dit las ik hier en het raakte me omdat ik het herken.
Lieve Marjolein! We vechten niet alleen!
Je kan het, want Hij is Overwinnaar!
Dikke knuffel vanuit Gouda <3 !! 8 Beter te schuilen bij de HEER
dan te vertrouwen op mensen.
13 Jullie sloegen mij en ik viel,
maar de HEER heeft geholpen.
14 De HEER is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
#psalm118
donderdag 9 februari 2012
vrijdag 2 december 2011
dinsdag 29 november 2011
zondag 27 november 2011
woensdag 23 november 2011
Sinterklaaslootjes.
ghehe, heeeerlijk die nieuwsgierigheid.
Ik heb Zora getrokken natuurlijk :P
maar dat mag je niet doorvertellen..
#flaauuww! ;)
Ik heb Zora getrokken natuurlijk :P
maar dat mag je niet doorvertellen..
#flaauuww! ;)
maandag 21 november 2011
ontketend
In Zijn ontboezeming kwam ik aan het licht
Vredig, doelbewust, God gericht
Ik zie de zware silhouetten staan
Donkere wolken vervormen, ze staren me aan
Zonen van de satan
Dan,
verdubbelde hij zijn bagage
Als nutteloze maar vernietigende ravage
Ik begon met strijden maar verloor
Zwoor nimmermeer altijd, tegen of voor
Hem te komen
zonder vragen of zonder dromen
Ja, de duivel, die lacht
(kort)
Maar wat Hij had bedacht
Het strijden, het bevrijden, het stille lijden
DAT werd mijn kracht
Vredig, doelbewust, God gericht
Ik zie de zware silhouetten staan
Donkere wolken vervormen, ze staren me aan
Zonen van de satan
Dan,
verdubbelde hij zijn bagage
Als nutteloze maar vernietigende ravage
Ik begon met strijden maar verloor
Zwoor nimmermeer altijd, tegen of voor
Hem te komen
zonder vragen of zonder dromen
Ja, de duivel, die lacht
(kort)
Maar wat Hij had bedacht
Het strijden, het bevrijden, het stille lijden
DAT werd mijn kracht
zondag 20 november 2011
mistig
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
ik had wel dood kunnen zijn
of
minstens in het ziekenhuis
maar hij is boos
en zegt geen woord
ik ben misselijk
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
maar
voor hoelang
de schroeven van de zoldertrap zitten weer in de trap
de lange ladder staat weer in de schuur
maar het traphekje is kapot
doordat ik bleef hangen
ik nog niet
maar
voor hoelang?
#au-ik-ben-van-de-trap-gevallen-en-dat-past-niet-in-het-plaatje
ikwordersomszomoevan.
ik heb besloten dat ik niet meer mijn nieuwe (jaja,daargaatmnspaarrekening) laptop aan mag zetten als ik al in bed lig en als er wordt verwacht dat ik slaap want dan blog ik alleen maar depressieve dingen. okee. maar nu moet dat gewoon even dus laat me. ;)
het is mijn redding geweest
ik had wel dood kunnen zijn
of
minstens in het ziekenhuis
maar hij is boos
en zegt geen woord
ik ben misselijk
het traphekje ligt kapot op het grasveld in de tuin
het is mijn redding geweest
maar
voor hoelang
de schroeven van de zoldertrap zitten weer in de trap
de lange ladder staat weer in de schuur
maar het traphekje is kapot
doordat ik bleef hangen
ik nog niet
maar
voor hoelang?
#au-ik-ben-van-de-trap-gevallen-en-dat-past-niet-in-het-plaatje
ikwordersomszomoevan.
ik heb besloten dat ik niet meer mijn nieuwe (jaja,daargaatmnspaarrekening) laptop aan mag zetten als ik al in bed lig en als er wordt verwacht dat ik slaap want dan blog ik alleen maar depressieve dingen. okee. maar nu moet dat gewoon even dus laat me. ;)
vrijdag 18 november 2011
belijdeniscatechisatie
En dé uitspraak van de dag is:
Zoo, van die catechismus wordt je echt wel slimmer! :)maar inderdaad, ik kan mijn standpunt over bekering nu wel verwoorden! :)
werkweek
Voor het eerst in mijn leven liep ik door de gangen van een asielzoekerscentrum.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter een jongen zonder verblijfsvergunning aan.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter iemand aan die al bijna heel zijn leven in onzekerheid hier in Nederland woont.
Voor het eerst in mijn leven maakte ik een grapje met iemand zonder paspoort, een buitenlander, die goed Nederlands kon.
Voor het eerst in mijn leven legde ik mijn hand in de hand van een Afghaanse man.
Voor het eerst in mijn leven huilde een Afghaanse vrouw omdat ik op bezoek kwam.
Voor het eerst in mijn leven zag ik papieren dat de Afghaanse man te vertrouwen was.
Voor het eerst in mijn leven at ik Afghaans eten.
Voor het eerst in mijn leven zat ik op matjes op de grond, zoals ze dat in Afghanistan ook doen.
Voor het eerst in mijn leven zat ik in een huiskamer waar geen stoelen of tafels stonden, gewoon omdat daar het geld niet voor was.
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hoe zwaar het was om van 220 euro per maand 6 personen te onderhouden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een stapelbed van driehoog.
Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat 4 vierkante meter per persoon heel klein is om van te leven.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe weinig privacy je dan hebt.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een slaapkamer van iets groter dan 2 bij 3 met zes dunne matrasjes.
Voor het eerst in mijn leven realiseerde ik me dat varkens zelfs nog beter behandeld werden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man van 65 die nog maar een paar dagen een dak boven zijn hoofd had omdat hij uit het AZC moest.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man in een asielzoekerscentrum met boosheid en onbegrip.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik dat ook: je zou maar 16 jaar in onzekerheid leven.
En voor het eerst in mijn leven vond ik dat die mensen van de regering zelf maar eens een week in een AZC moeten leven.
Voor het eerst in mijn leven snap ik er echt geen zak van!
Voor het eerst in mijn leven bid ik voor asielzoekers
Voor het eerst in mijn leven snap ik dat je gek wordt als je meer dan dan 10 jaar in onzekerheid op een kleine kamer moet leven.
En voor het eerst zie ik in hoe gelukkig en dankbaar ik moet zijn als mijn oom niet gezocht wordt door de regering of dat ze mij het liefst dood willen hebben omdat ik bij de verkeerde partij hoor.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik me echt echt echt enorm machteloos.
Voor het eerst in mijn leven wilde ik onbekende mensen een hele dikke knuffel geven.
Voor het eerst in mijn leven hoopte ik dat buitenlanders een verblijfsvergunning zouden krijgen.
Voor het eerst in mijn leven liep ik met tranen in mijn ogen een gebouw uit.
#heavymomentsindewerkweek.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter een jongen zonder verblijfsvergunning aan.
Voor het eerst in mijn leven liep ik achter iemand aan die al bijna heel zijn leven in onzekerheid hier in Nederland woont.
Voor het eerst in mijn leven maakte ik een grapje met iemand zonder paspoort, een buitenlander, die goed Nederlands kon.
Voor het eerst in mijn leven legde ik mijn hand in de hand van een Afghaanse man.
Voor het eerst in mijn leven huilde een Afghaanse vrouw omdat ik op bezoek kwam.
Voor het eerst in mijn leven zag ik papieren dat de Afghaanse man te vertrouwen was.
Voor het eerst in mijn leven at ik Afghaans eten.
Voor het eerst in mijn leven zat ik op matjes op de grond, zoals ze dat in Afghanistan ook doen.
Voor het eerst in mijn leven zat ik in een huiskamer waar geen stoelen of tafels stonden, gewoon omdat daar het geld niet voor was.
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hoe zwaar het was om van 220 euro per maand 6 personen te onderhouden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een stapelbed van driehoog.
Voor het eerst in mijn leven besefte ik dat 4 vierkante meter per persoon heel klein is om van te leven.
Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe weinig privacy je dan hebt.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een slaapkamer van iets groter dan 2 bij 3 met zes dunne matrasjes.
Voor het eerst in mijn leven realiseerde ik me dat varkens zelfs nog beter behandeld werden.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man van 65 die nog maar een paar dagen een dak boven zijn hoofd had omdat hij uit het AZC moest.
Voor het eerst in mijn leven zag ik een man in een asielzoekerscentrum met boosheid en onbegrip.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik dat ook: je zou maar 16 jaar in onzekerheid leven.
En voor het eerst in mijn leven vond ik dat die mensen van de regering zelf maar eens een week in een AZC moeten leven.
Voor het eerst in mijn leven snap ik er echt geen zak van!
Voor het eerst in mijn leven bid ik voor asielzoekers
Voor het eerst in mijn leven snap ik dat je gek wordt als je meer dan dan 10 jaar in onzekerheid op een kleine kamer moet leven.
En voor het eerst zie ik in hoe gelukkig en dankbaar ik moet zijn als mijn oom niet gezocht wordt door de regering of dat ze mij het liefst dood willen hebben omdat ik bij de verkeerde partij hoor.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik me echt echt echt enorm machteloos.
Voor het eerst in mijn leven wilde ik onbekende mensen een hele dikke knuffel geven.
Voor het eerst in mijn leven hoopte ik dat buitenlanders een verblijfsvergunning zouden krijgen.
Voor het eerst in mijn leven liep ik met tranen in mijn ogen een gebouw uit.
#heavymomentsindewerkweek.
Wat dan wel weer heel leuk was: ik heb gewoon gekleid met een lief klein Joods ventje met een keppeltje op! Te schattig gewoon! =)
zondag 13 november 2011
Gerend. Alsmaar doorgegaan. Nooit gestopt. Waarom zou ik? Het waren geen verkeerde dingen. Het was goed. Ik genoot met volle teugen. Maar ik was moe. Zo ontzettend moe. Maar alles ging prima. Stoppen kon ik niet. Wilde ik niet.
Gedwongen. Gedwongen ging ik het leerproces in. Door de omstandigheden. Door de dingen die er gebeurden. Ingrijpende veranderingen in mijn leven. Het begin van een leerproces. Van tevoren iets anders voorgesteld. Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen.
Eerst de voorbereiding. Rustig. Kalm. Doelen opstellen. Karaktervorming. Dingen die ik wilde leren. Dingen waarvan ik wist dat ik ze nodig had. Nu, maar ook later. Altijd. Daarna de val in het diepe. Gedwongen. Geen weg meer terug. Het moest wel. Het begin van een proces. Een leerproces dat mijn leven vormt. Mijn karakter. Nu al. Eerst ongemerkt. Nu waarneembaar.
Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen. Een weg die ik niet zelf gekozen zou hebben. Die voor mij gekozen is. Een weg die niet de makkelijkste is. Maar die ik nodig heb. Een weg van volharding. Hoop. Kracht. Steun. Een weg die me sterker maakt.
Gedwongen. Gedwongen ging ik het leerproces in. Door de omstandigheden. Door de dingen die er gebeurden. Ingrijpende veranderingen in mijn leven. Het begin van een leerproces. Van tevoren iets anders voorgesteld. Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen.
Eerst de voorbereiding. Rustig. Kalm. Doelen opstellen. Karaktervorming. Dingen die ik wilde leren. Dingen waarvan ik wist dat ik ze nodig had. Nu, maar ook later. Altijd. Daarna de val in het diepe. Gedwongen. Geen weg meer terug. Het moest wel. Het begin van een proces. Een leerproces dat mijn leven vormt. Mijn karakter. Nu al. Eerst ongemerkt. Nu waarneembaar.
Dezelfde leerdoelen. Een andere weg erheen. Een weg die ik niet zelf gekozen zou hebben. Die voor mij gekozen is. Een weg die niet de makkelijkste is. Maar die ik nodig heb. Een weg van volharding. Hoop. Kracht. Steun. Een weg die me sterker maakt.
vrijdag 11 november 2011
Och Absalom, Absalom, mijn zoon
Afgelopen week mocht ik op stage vertellen over Absalom, de zoon van David. En eerst raakte het me niet. Tot ik halfhuilend op woensdagmiddag samen met m´n mentrix voorbereidde. Verdriet omdat het me niet raakte. Verdriet omdat ik het niet zag. Verdriet omdat bij de kinderen niet overkwam wat ik wilde zeggen, verdriet omdat God zo ver weg leek. We mochten samen bidden, en toen ik wist dat God hielp, juist door alle pijn heen, zag ik wat God wilde zeggen:
Ik ben voor jou gestorven.
Hij stierf, voor mijn momenten van twijfel, voor mijn momenten van pijn. Hij stierf voor mijn moment van zwakte.
Absalom, daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.
Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage.
Absalom, bungelend aan zijn lange haren. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen.
Welke breuk is er groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?
Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.
Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.
Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?
En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.
Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.
Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste.
Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere Zoon van David die Jezus heet.
Mijn uur is nog niet gekomen, zegt Hij en Hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt Zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je. Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.
Ik ben voor jou gestorven.
Hij stierf, voor mijn momenten van twijfel, voor mijn momenten van pijn. Hij stierf voor mijn moment van zwakte.
Absalom, daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.
Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage.
Absalom, bungelend aan zijn lange haren. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen.
Welke breuk is er groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?
Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.
Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.
Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?
En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.
Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.
Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste.
Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere Zoon van David die Jezus heet.
Mijn uur is nog niet gekomen, zegt Hij en Hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt Zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je. Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.
zaterdag 29 oktober 2011
De man in de straat,
met grijsgroene gordijnen
en een nietszeggende
brievenbus,
zag door zijn raam de schaduw
van de kat die hij jaren geleden
verloor, toen hij zijn
moestuin met wintergoed
versierde.
Zijn ijzige wangen verkleurden
en de eenzame rimpel verdween
alsof zijn vrouw weer
haar tenen wiebelde,
tot hij besefte
dat het schaduwbeest slechts een
hoopje takken was,
een ingekleurde droom.
Voortaan kleurt hij buiten
de lijntjes.
met grijsgroene gordijnen
en een nietszeggende
brievenbus,
zag door zijn raam de schaduw
van de kat die hij jaren geleden
verloor, toen hij zijn
moestuin met wintergoed
versierde.
Zijn ijzige wangen verkleurden
en de eenzame rimpel verdween
alsof zijn vrouw weer
haar tenen wiebelde,
tot hij besefte
dat het schaduwbeest slechts een
hoopje takken was,
een ingekleurde droom.
Voortaan kleurt hij buiten
de lijntjes.
donderdag 20 oktober 2011
Cadeau
praatje van de sing-in van Dabar van afgelopen zomer.
Een paar weken geleden zat ik er gewoon een beetje door heen. Ik weet eigenlijk al niet meer eens waarom, maar soms kun je je zo moe voelen, druk maken om niks en toch het gevoel houden alsof je overal achteraan moet rennen. Wat ik heb geleerd is dat ik op dat soort momenten terug naar God toe mag gaan. Maar op zulke momenten denk ik daar meestal niet aan. Toen ik aan een goede vriendin vertelde dat ik overal van baalde zei ze waarom ik naar God toe moest gaan. God zegt namelijk in de Bijbel dat je naar Hem toe mag gaan als je vermoeid bent, als je hoofd vol zit met vragen of als je het allemaal even niet meer weet. God heeft belooft dat Hij zal laten zien dat Hij het rustpunt in die het midden van je chaotische gedachten, in het midden van je vragen, je twijfels.
Als ik even heel persoonlijk ben, vind ik dat toch wel lastig. Ik wil zelf oplossen waar ik mee zit. Toch nodigt God je uit: vertel me wat je dwars zit, Ik luister naar je. Huil maar, schreeuw het uit, of zucht maar eens. Ik weet wat je bedoelt.
En ik plofte op mijn bed, pakte mijn Bijbel erbij en ik hoopte maar dat God ervoor zou zorgen dat ik de Bijbel op een bepaalde bladzijde open zou slaan en dat ik iets zou lezen waar ik wat mee kon..
Ik las Handelingen 16 over Paulus die droomt dat een man uit Macedonië hem roept om te komen helpen.
Ik stelde me voor hoe dat geweest moet zijn. Voor Paulus was het in één keer duidelijk wat God bedoelde en hij ging zo snel mogelijk op reis om in Macedonië te vertellen over God.
Was het bij mij ook maar zo. Hoe vaak heb je wel niet het gevoel dat je kan schreeuwen, kan huilen, kan roepen, kan zuchten wat je wilt, maar dat God je niet hoort.
Ik begon te denken en ik zag Jezus. Gewoon als mens, Hij zag er leuk uit. Hij had een mooi huis aan de zee, open ramen en Hij schreef brieven aan een bureautje bij het raam. Stel je het eens voor. Jezus, wonend op zo’n vredige plek. Hij kwam zijn huis uitlopen, stapte in het bootje en voer naar een eiland. Op dat eiland zat ik. Ik woonde in een krot. Een huisje van golfplaten, karton en vuilniszakken. Jezus stapte op het land en nodigde me uit mee te gaan uit eten. Hij pakte mijn hand toen ik in het bootje stapte en we voeren terug naar Zijn huis. Galant als Hij is liet Hij me eerst uitstappen. We aten en we hadden een goede tijd, toen bracht Hij me terug. Dat ging zo een paar weken door, af en aan en elke keer was het zo gezellig. Op een middag dobberden we ergens rond. Ik denk dat Jezus oprecht houdt van plezierige dingen met ons doen. Genieten van elkaar of de zonsondergang, of zoals Hij liet ziet: samen varen in Zijn bootje op de golven van mijn leven.
Het volgende wat Hij zei raakte me enorm.
Hij hield een enorm cadeau voor mijn neus. Glimmend inpak papier met een grote strik. Hij zei: “Dit is voor jou Lianne” Ik schrok ervan en zei met een brok in mijn keel: “Maar dat heb ik helemaal niet verdient Jezus, want..” en ik somde al mijn slechte dingen en fouten op die ik door de jaren heen had gemaakt. Eerst zag ik aan de ene kant van het bootje alleen maar haaien. Mijn zonde. Mijn verleden. Toen aan de andere kant zag ik allemaal goudvissen zwemmen. Zegeningen! Hij zei: “Maar Lianne, het zou zo fijn zijn als je nu gewoon simpel dankjewel zei en glimlachte en dit cadeau aanneemt. Want kijk eens naar het goud wat Ik je geef, Ik gun het je allemaal”. Ik zei niets. Ik kon alleen maar huilen. En we voeren verder en Hij bracht me terug naar het eiland. Het krot was er niet meer.
Paulus kreeg een duidelijke boodschap: hij moest naar Macedonië gaan. En soms baal ik ervan dat God niet duidelijk is, dat Hij iets vaags is, dat ik Hem niet snap. Toch is God zo duidelijk als het maar kan! In de Bijbel staat het allemaal. Hoe God begonnen is de aarde te maken, hoe er ziekten en nog veel meer verkeerde dingen kwamen. Er staat dat God ervan baalt dat er nu zonde op de aarde is. Ik weet zeker dat God immens verdrietig is als een arts tegen ouders moet zeggen: ik heb een slechte boodschap. Jullie kind heeft kanker. En ik weet ook zeker dat God ervan baalt als mensen hun geweer pakken en zomaar andere mensen doodschieten. God heeft alle mensen gemaakt, dus ook de mensen die vermoord worden, ook de mensen die moordenaar zijn. God heeft Zijn Zoon Jezus naar de aarde gestuurd. Niet om alle verkeerde dingen te laten stoppen. Deze verkeerde dingen zijn van de duivel en de duivel heeft haast evenveel macht als God. Maar Jezus heeft ervoor gezorgd dat God de verkeerde dingen die de mens doen, kan vergeven. Als de moordenaar berouw heeft van wat hij heeft gedaan, en als hij dit tegen God vertelt, zegt God: jongen, ik ben blij dat je beseft wat je hebt gedaan. Het is niet goed te praten, maar ik vergeet het. Ik vergeef het. Je bent een kanjer! En ik vertelde tegen God: God, het is niet goed geweest dat ik U helemaal vergeten ben. Toen ik er helemaal doorheen zat, heb ik dat niet eens vertelt. En God zei tegen mij: weet je nog, dat cadeau wat ik je geef. Er zit genade in. Omdat jij bij mij hoort. Nu moet je het nog aanpakken..
Heb jij er soms moeite mee om Gods genade echt te accepteren? Ten volle? In de zin van dat je dan ook accepteert dat God je leven kan en gaat zegenen.
God slikt je verleden allang. Hij kijkt er niet meer naar om. De meest egoïstische fouten die jij en ik maken, vergeeft Hij als jij daarom vraagt. Hij zit er niet mee. Ik soms nog wel. Het draait in dit leven om genade. Leef je daarin of zeg je er alleen maar amen op omdat het elke zondag zo mooi klinkt in de kerk?
Genade is eigenlijk een levensstijl. Voor Jezus in ieder geval wel. Genade is dichtbij te vinden, en God belooft het zo vaak in de Bijbel dat het voor ons allemaal duidelijk moet zijn. Genade is de zon in je gezicht, de boterham die je eet, genade is het goede nieuws wat je bereikt, genade is gedag roepen aan de Turkse mevrouw bij jou in de straat, genade is groot, genade is klein, genade is puur en echt. Breekbaar, maar zo krachtig. Genade is geven en geschonken worden.
Genade is het feit dat God jou ziet als een kanjer, als een prinses, als een stoere vent en niet als dat meisje wat vroeger altijd gepest heeft, die puber die de schuur in brand gestoken heeft. God ziet jou niet als iemand die zichzelf lelijk vindt, God ziet jou niet als een vervelend iemand. Als Hij naar je kijkt zegt hij: Wat ben je toch een mooi mens! Je bent een parel!
God wil iedere dag een cadeau aanbieden maar wanneer wij Hem steeds tegenhouden omdat we onszelf te min achten -wat regelrechte bullshit is in Zijn ogen- beperken we Hem en Zijn zegen. Bovenal onszelf.
Dus, pak jij dat cadeau uit, of laat je het liggen?
dinsdag 18 oktober 2011
ik denk dat u een moment uit uw kindertijd nodig heeft. voor het geval er eens iets mis zou gaan, als u stilaan naar bed gaat en zich realiseert dat vandaag weer een dag was die wel degelijk iets opleverde, maar alleen voor anderen. ik denk dat iedereen een moment van vroeger nodig heeft om eens in het jaar af te spelen en eventjes de buikkriebels weer terug te krijgen die nodig waren om gelukkig te zijn, op zijn minst het proberen te zijn, doen alsof.
ik denk dat ik vandaag zo een moment had. ik zou mezelf bijna gelukkig noemen.
ik denk dat ik vandaag zo een moment had. ik zou mezelf bijna gelukkig noemen.
C=
zondag 16 oktober 2011
Sterk in U.
Zoveel ligt te wachten,
tot ik het aanpak Heer.
Een dag vol werk en taken,
soms is het veel te veel.
Bij ’t opstaan in de morgen,
beklemt me al dat juk.
Soms maak ik me zorgen,
zo onmachtig onder druk.
Ik zal gaan vertrouwend,
doen wat U van mijn vraagt.
Lichtend zijn en zoutend,
door alles heen vandaag.
Ik zie weer helder verder,
als ik mij op U richt.
Ik hoef het niet alleen te doen,
U houdt me steeds in zicht.
Dus ik kniel voor U neer,
van wie ik hulp verwacht.
Mijn blik is op U Heer,
‘k wil sterk zijn in Uw kracht.
Dus ik kniel voor U neer,
om daarna sterk te staan.
Omdat vandaag ook weer,
Christus voor zal gaan.
#AtOnce.
tot ik het aanpak Heer.
Een dag vol werk en taken,
soms is het veel te veel.
Bij ’t opstaan in de morgen,
beklemt me al dat juk.
Soms maak ik me zorgen,
zo onmachtig onder druk.
Ik zal gaan vertrouwend,
doen wat U van mijn vraagt.
Lichtend zijn en zoutend,
door alles heen vandaag.
Ik zie weer helder verder,
als ik mij op U richt.
Ik hoef het niet alleen te doen,
U houdt me steeds in zicht.
Dus ik kniel voor U neer,
van wie ik hulp verwacht.
Mijn blik is op U Heer,
‘k wil sterk zijn in Uw kracht.
Dus ik kniel voor U neer,
om daarna sterk te staan.
Omdat vandaag ook weer,
Christus voor zal gaan.
#AtOnce.
donderdag 13 oktober 2011
take my life, do with it whatever You like
God,
Ik wil niet gebroken worden
Ik wil alleen maar dromen
dromen dromen
genieten tot ik vind dat ik LEEF
God,
Maak mijn hart niet te zacht
voor de mensen om mij heen
want ik verlies het hard
en huil om hun pijnen
God,
Leer mij niet teveel wat vrijheid is
want ik sla mijn vleugels uit
en vlieg weg
als een vlinder de wereld in
God,
Breek mij maar niet
want ik ben bang U ten volle te ontdekken
ik ben bang voor de pijn en de mensen
die U me wilt laten zien
God,
U mocht alles doen
zei ik ooit
en nu pas
besef ik wat die keus inhoud
Ik wil niet gebroken worden
Ik wil alleen maar dromen
dromen dromen
genieten tot ik vind dat ik LEEF
God,
Maak mijn hart niet te zacht
voor de mensen om mij heen
want ik verlies het hard
en huil om hun pijnen
God,
Leer mij niet teveel wat vrijheid is
want ik sla mijn vleugels uit
en vlieg weg
als een vlinder de wereld in
God,
Breek mij maar niet
want ik ben bang U ten volle te ontdekken
ik ben bang voor de pijn en de mensen
die U me wilt laten zien
God,
U mocht alles doen
zei ik ooit
en nu pas
besef ik wat die keus inhoud
vrijdag 7 oktober 2011
Genade
U maakt me meer mij
dan ik ooit ben geweest
terwijl ik door anderen
word gezeeft
en gefilterd
ze halen door wat niet van toepassing is
maar U niet
U houdt van mij
en kan eigenlijk niet begrijpen waarom
dan ik ooit ben geweest
terwijl ik door anderen
word gezeeft
en gefilterd
maar U niet
U houdt van mij
en kan eigenlijk niet begrijpen waarom
woensdag 17 augustus 2011
Stille tijd
Stille tijd. Dat was rond mijn 11e jaar echt zo’n big issue. Omdat ik er nooit zin in had en omdat mama een boekje voor me had gekocht. Er stond op in kleurrijke letters: ‘een stukje Bijbel voor elke dag’. Wauw. Wat werd ik daar enthousiast van, zeg! Niet dus. Ik had een hekel aan stille tijd, elke ochtend was het stille strijd in plaats van tijd met God.
Gelukkig is het goed gekomen.
Lang leve de dag dat ik stille tijd liet voor wat het is en de meest beste manier voor mezelf ontdekte om God te leren kennen. Gewoon, op de fiets als ik naar school reed bad ik hardop. Of in het zonnetje in de bus, tegen het raam aan geleund, overdacht ik mijn fouten en beleed ik deze. Of eigenlijk gewoon wanneer ik met Hem bezig was, of dat nu s’ochtends of s’ avonds was. God liet Zich vinden. (lees: laat)
Vanmiddag deed ik ook stille tijd. Ik zat in de trein van Utrecht naar Den Haag en samen met een meisje van 3,5, wat van haar moeder naast mij moest zitten omdat er bij haar geen plek meer was, keek ik naar de koeien. Naar de kantoren, en naar de mensen in de trein. Een half uur was ik bezig (met alle plezier, hoor ;] ) om dat meisje te entertainen. Maar het was ook tijd met God. Eigenlijk wilde ik keihard evangeliseren: die koeien, dat gras, de zon, de wolken en die stralend blauwe lucht: dat heeft de Heere God gemaakt. Maar dat durfde ik toch niet echt aan. En samen kenen we hoe mooi het wel niet was. De Dabartekst van een paar weken schoot door mijn hoofd: Heer, ik prijs U omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt (ps 139:14). Het meisje wees weer naar de koeien: mooi, mooi, mooie vlekken, zwart en wit. Blauwe lucht. Ik beaamde het: mooi! 'En weet je wie er ook mooi is? Jij!' Het meisje keek naar me. 'Mooi'. En in stilte bad ik of dit kind ook zou gaan beseffen Wie haar zo mooi gemaakt had.
Stille tijd. Je hoeft niet altijd met een Bijbel in je hand stil te worden voor God. Ik werd stil van wat Hij heeft gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat dit mijn God is, de God van wie ik hou en waarmee ik tijd wil doorbrengen. En dat kan voor mij zus werken en voor jou weer zo.
Geen punt bij God.
Gelukkig is het goed gekomen.
Lang leve de dag dat ik stille tijd liet voor wat het is en de meest beste manier voor mezelf ontdekte om God te leren kennen. Gewoon, op de fiets als ik naar school reed bad ik hardop. Of in het zonnetje in de bus, tegen het raam aan geleund, overdacht ik mijn fouten en beleed ik deze. Of eigenlijk gewoon wanneer ik met Hem bezig was, of dat nu s’ochtends of s’ avonds was. God liet Zich vinden. (lees: laat)
Vanmiddag deed ik ook stille tijd. Ik zat in de trein van Utrecht naar Den Haag en samen met een meisje van 3,5, wat van haar moeder naast mij moest zitten omdat er bij haar geen plek meer was, keek ik naar de koeien. Naar de kantoren, en naar de mensen in de trein. Een half uur was ik bezig (met alle plezier, hoor ;] ) om dat meisje te entertainen. Maar het was ook tijd met God. Eigenlijk wilde ik keihard evangeliseren: die koeien, dat gras, de zon, de wolken en die stralend blauwe lucht: dat heeft de Heere God gemaakt. Maar dat durfde ik toch niet echt aan. En samen kenen we hoe mooi het wel niet was. De Dabartekst van een paar weken schoot door mijn hoofd: Heer, ik prijs U omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt (ps 139:14). Het meisje wees weer naar de koeien: mooi, mooi, mooie vlekken, zwart en wit. Blauwe lucht. Ik beaamde het: mooi! 'En weet je wie er ook mooi is? Jij!' Het meisje keek naar me. 'Mooi'. En in stilte bad ik of dit kind ook zou gaan beseffen Wie haar zo mooi gemaakt had.
Stille tijd. Je hoeft niet altijd met een Bijbel in je hand stil te worden voor God. Ik werd stil van wat Hij heeft gemaakt. Ik kwam tot de conclusie dat dit mijn God is, de God van wie ik hou en waarmee ik tijd wil doorbrengen. En dat kan voor mij zus werken en voor jou weer zo.
Geen punt bij God.
maandag 8 augustus 2011
Jezus in een Volkswagen Golf.
Een aantal nachten geleden kwam ik Jezus tegen. Vermomd met een lichtbruine teint, zwarte krullen en twee paar bezorgde ogen.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
God, wat was ik dankbaar.
Je zult maar Lianne heten en zo dom zijn dat je na je avonddienst, tijdens een fijn gesprekje met een vriendin je tas vergeet. Je tas, waar alles in zit! Pasjes, geld, ID, OV, MP3, mobiel, een mooi paar schoenen (ik had er 2 mee), sleutels… En dan er thuis achter komen dat die verrekte tas vergeten is. Terug gescheurd, voor zover dat gaat achterop de fiets met zachte banden. Maar ik fiets en speur de weg af. Geen tas. Ik voel een grote regenwolk komen, in mijn hoofd. Inclusief onweer. Ik bid hard om een wonder. Een kleintje als het kan?
Ik ben weer thuis. Oma belt. Geschrokken. Dat twee jongens mijn tas hebben gevonden en haar nummer hadden gebeld. Aha, denk ik, dat was die auto die ik net tegenkwam. En ik wantrouwend denken dat ‘die gasten kwaad willen’. Integendeel. Ze hebben mijn tas.
Ik fiets terug, het is pikdonker en bijna 12 uur. Een auto rijdt op me af en stopt. Het raampje gaat omlaag en twee Marokkanen kijken mij aan. ‘Ben jij Lianne?’
Ik knik hard. Zeg tien keer dat ze geweldig zijn. Ik krijg de waarschuwing dat ik beter voor mijn spullen moet zorgen.
‘Ja, er zaten schoenen in en we dachten van, wat kan er gebeurd zijn?’ zegt de ene. Ik knik en staar naar mijn gympen. Stilletjes dank ik God.
Die jongens? Waarom vermeld ik hun afkomst? Omdat we dat altijd doen. In de media, dus ook hier.
En die link met Jezus? Wel, Hij zou van ons verlangen dat we stoppen voor een tas, onze neus er niet nieuwsgierig in steken maar echt helpen.
Want Zijn vriendelijkheid is mij bekend.
zaterdag 30 juli 2011
Liefde wint.
Liefde wint, gek genoeg, van haat en wat al voor ellende niet meer.
Liefde wint, gek genoeg, en mijn zelfzuchtigheid verbleekt.
Liefde wint, gek genoeg, en de zwerver op de hoek stinkt niet meer. Ik ga op hem af.
Liefde wint, gek genoeg, en ik zie mooie mensen gemaakt door God. Want ik kijk door Zijn ogen.
Liefde wint, gek genoeg, uiteindelijk. Op het laatst. A happy ending!
Liefde wint, gek genoeg, en fluistert de boventoon.
Liefde wint, gek genoeg, en domineert op de meest zwarte plekken en in de meest zwarte harten, als we haar die kans gunnen.
Liefde wint, gek genoeg, aan een houten kruis op een eenzame heuvel. In het diepste graf.
Liefde wint, gek genoeg, en haalt uit naar al het slechte en maait ze neer. Voor eeuwig.
Liefde wint.
Liefde wint altijd.
Liefde wint, gek genoeg, en mijn zelfzuchtigheid verbleekt.
Liefde wint, gek genoeg, en de zwerver op de hoek stinkt niet meer. Ik ga op hem af.
Liefde wint, gek genoeg, en ik zie mooie mensen gemaakt door God. Want ik kijk door Zijn ogen.
Liefde wint, gek genoeg, uiteindelijk. Op het laatst. A happy ending!
Liefde wint, gek genoeg, en fluistert de boventoon.
Liefde wint, gek genoeg, en domineert op de meest zwarte plekken en in de meest zwarte harten, als we haar die kans gunnen.
Liefde wint, gek genoeg, aan een houten kruis op een eenzame heuvel. In het diepste graf.
Liefde wint, gek genoeg, en haalt uit naar al het slechte en maait ze neer. Voor eeuwig.
Liefde wint.
Liefde wint altijd.
vrijdag 15 juli 2011
De rozen
De wind doet een poging
Wolken weg te blazen
Ik tel ze in het raam
Het licht schijnt bedachtzaam
Alles waarvan ik wel wil
Je rozen staan mooi
Verder lijkt alles dood
Wolken weg te blazen
Ik tel ze in het raam
Het licht schijnt bedachtzaam
Alles waarvan ik wel wil
Je rozen staan mooi
Verder lijkt alles dood
dinsdag 25 mei 2010
Aan Gods hart
God wil soms geen woorden,
alleen maar een brul of een traan.
God zegt: 'Laat Mij maar spreken'
Mensen zeggen:
'Je bent een poëet,
je kan alles zo mooi vertellen'
Ja, met woorden
kom ik bij God,
wil ik bij God komen.
Maar wanneer spreek ik Hem?
- door de traan, door de brul
En dan, door de traan,
spreek ik opnieuw.
Nu met mijn hoofd aan Gods hart.
En het is goed.
Want God geeft me woorden.
- en voor het eerst voel ik me geen huichelaar
Zaterdag 22 mei, 06:42 @ PinksterWeekend
alleen maar een brul of een traan.
God zegt: 'Laat Mij maar spreken'
Mensen zeggen:
'Je bent een poëet,
je kan alles zo mooi vertellen'
Ja, met woorden
kom ik bij God,
wil ik bij God komen.
Maar wanneer spreek ik Hem?
- door de traan, door de brul
En dan, door de traan,
spreek ik opnieuw.
Nu met mijn hoofd aan Gods hart.
En het is goed.
Want God geeft me woorden.
- en voor het eerst voel ik me geen huichelaar
Zaterdag 22 mei, 06:42 @ PinksterWeekend
Pinksterweekend
Als je met 40 mensen, je ontbijt, lunch en avondeten nuttigt eet je gewoonlijk aan lange tafels.
En aangezien iedereen mijn gewoonte deelt om veel en vaak hagelslag te eten, zijn de pakken hagelslag altijd leeg of aan de andere kant van de tafel.
Ik pak een bruine boterham, volmaakt met een glanzend korstje en beslis dat een laagje boter en een laag glanzende korrels chocolade erop lang niet gek zou zijn.
Ik zucht. De tafel is lang. De zoektocht is groots, veel omvattend. Het liefst zou ik willen dat alle 40 mensen even zouden oplossen. Ik zou willen dat ze zouden verdwijnen, zodat ik zwevend over de tafels mijn pak hagelslag zou vinden. Ik zou willen dat ik niemand tot last zou hoeven te zijn.
Helaas is dit, zoals altijd, een illusie.
Ik besef dat ik te kort schiet, dat mijn capaciteiten te klein zijn. Het besef giert door mijn lijf, als een ongeboren vogel door zijn ei. Met een schok realiseer ik me, dat ik iemand zal moeten vragen om de hagelslag
Spiedend gaan mijn ogen over de tafel, zakken wit brood, bruin brood, hazelnootpastapokken, aardbeienjam ontwijkend, totdat ze vast blijven haken in het altijd olijke rode pak waarop donkerbruine hagelslagjes vrolijk pronken.
'Wil jij me even de hagelslag aangeven?'
En aangezien iedereen mijn gewoonte deelt om veel en vaak hagelslag te eten, zijn de pakken hagelslag altijd leeg of aan de andere kant van de tafel.
Ik pak een bruine boterham, volmaakt met een glanzend korstje en beslis dat een laagje boter en een laag glanzende korrels chocolade erop lang niet gek zou zijn.
Ik zucht. De tafel is lang. De zoektocht is groots, veel omvattend. Het liefst zou ik willen dat alle 40 mensen even zouden oplossen. Ik zou willen dat ze zouden verdwijnen, zodat ik zwevend over de tafels mijn pak hagelslag zou vinden. Ik zou willen dat ik niemand tot last zou hoeven te zijn.
Helaas is dit, zoals altijd, een illusie.
Ik besef dat ik te kort schiet, dat mijn capaciteiten te klein zijn. Het besef giert door mijn lijf, als een ongeboren vogel door zijn ei. Met een schok realiseer ik me, dat ik iemand zal moeten vragen om de hagelslag
Spiedend gaan mijn ogen over de tafel, zakken wit brood, bruin brood, hazelnootpastapokken, aardbeienjam ontwijkend, totdat ze vast blijven haken in het altijd olijke rode pak waarop donkerbruine hagelslagjes vrolijk pronken.
'Wil jij me even de hagelslag aangeven?'
donderdag 20 mei 2010
Klussende mensen
Ik hou van de relaxtheid van klussende mensen. Van mensen die écht klussen. Het gekeuvel over behang, de verfspatten in het haar en het oude kloffie.
De mensen die écht klussen gaan naar de Formido. Daar klinken de zuchten hoogstens als er een zak met 30 kilo grind op de lopende band moet worden getild.
Hoe anders is het bij de Hema.
"14,95 alstublieft"
Een stilte gevolgd door een verbijsterde blik.
"Daar klopt dus niks van!! Voor het vak stond 14,50!"
Ze kijkt de cassière aan alsof ze haar een oneindig groot onrecht aandoet. De cassière grijpt de omroepmicrofoon, wetende dat het haar redding kan zijn.
"Ik zal even iemand roepen."
'Attentie, Meneer XX kassa 1 alstublieft'
Een rode kop en minstens 3 minuten later komt meneer XX op zijn dooie gemakje aangelopen.
'Riep jij mij?'
'Ja' zeg ze.
Dan neemt de klant bruut het woord over, ze is inmiddels uitgerust met een gebalde vuist, twee streng op elkaar geperste lippen, waarvan de lippenstift niet meer opvalt bij de kleur van haar gezicht.
'Zij!!!' sist ze, terwijl ze de cassière priemend aanwijst, 'zij, zegt dat dít 14.95 kost!'
Meneer XX kijkt de cassière onderzoekend aan.
'Sla hem maar aan voor 14.50' zegt hij.
Ze doe wat haar gezegd wordt en de klant rekent af.
Ze kijkt de cassière nog een keer vuil aan en stevent de winkel uit, woest, winkelende mensen opzij duwend.
De cassière haalt een keer diep adem en kijkt in het gezicht van de volgende klant. Deze kijkt de cassière boos aan. Natuurlijk, hoe kon ze dat vergeten.
Ze leeft natuurlijk mee met haar voorgangster. De griet achter de kassa is nu de kwaaie. De griet achter de kassa is nu de geld aftroggelaar. De griet achter de kassa is nu de schuld van de economische recessie. De griet achter de kassa heeft meegewerkt aan de invoering van de euro! (ze was toen amper 10 jaar, maar dat terzijde) Ja.. als die griet achter de kassa niet bestond, zou alles anders zijn!
De griet achter de kassa werkt dapper de rij af. Dan zal niemand meer van het incident weten, dan zal haar fout vervlogen zijn, tot ongekende hoogtes.
Hoe anders is het bij de Formido.
Daar klinken de zuchten hoogstens als er een zak met 30 kilo grind op de lopende band moet worden getild.
De mensen die écht klussen gaan naar de Formido. Daar klinken de zuchten hoogstens als er een zak met 30 kilo grind op de lopende band moet worden getild.
Hoe anders is het bij de Hema.
"14,95 alstublieft"
Een stilte gevolgd door een verbijsterde blik.
"Daar klopt dus niks van!! Voor het vak stond 14,50!"
Ze kijkt de cassière aan alsof ze haar een oneindig groot onrecht aandoet. De cassière grijpt de omroepmicrofoon, wetende dat het haar redding kan zijn.
"Ik zal even iemand roepen."
'Attentie, Meneer XX kassa 1 alstublieft'
Een rode kop en minstens 3 minuten later komt meneer XX op zijn dooie gemakje aangelopen.
'Riep jij mij?'
'Ja' zeg ze.
Dan neemt de klant bruut het woord over, ze is inmiddels uitgerust met een gebalde vuist, twee streng op elkaar geperste lippen, waarvan de lippenstift niet meer opvalt bij de kleur van haar gezicht.
'Zij!!!' sist ze, terwijl ze de cassière priemend aanwijst, 'zij, zegt dat dít 14.95 kost!'
Meneer XX kijkt de cassière onderzoekend aan.
'Sla hem maar aan voor 14.50' zegt hij.
Ze doe wat haar gezegd wordt en de klant rekent af.
Ze kijkt de cassière nog een keer vuil aan en stevent de winkel uit, woest, winkelende mensen opzij duwend.
De cassière haalt een keer diep adem en kijkt in het gezicht van de volgende klant. Deze kijkt de cassière boos aan. Natuurlijk, hoe kon ze dat vergeten.
Ze leeft natuurlijk mee met haar voorgangster. De griet achter de kassa is nu de kwaaie. De griet achter de kassa is nu de geld aftroggelaar. De griet achter de kassa is nu de schuld van de economische recessie. De griet achter de kassa heeft meegewerkt aan de invoering van de euro! (ze was toen amper 10 jaar, maar dat terzijde) Ja.. als die griet achter de kassa niet bestond, zou alles anders zijn!
De griet achter de kassa werkt dapper de rij af. Dan zal niemand meer van het incident weten, dan zal haar fout vervlogen zijn, tot ongekende hoogtes.
Hoe anders is het bij de Formido.
Daar klinken de zuchten hoogstens als er een zak met 30 kilo grind op de lopende band moet worden getild.
woensdag 19 mei 2010
examens
We spenderen vele dagen
aan het bureau
Klagen en vragen.
Leren en creëren.
Zo nu en dan ff flippen,
jammen,
rammen.
Dan weer ff bidden,
denken,
vlammen.
Lieve vriendinnetjes
om mee
te lachen,
te huilen,
te danken.
En dan aan het eind van de dag
dumpen we het in ZIJN handen.
aan het bureau
Klagen en vragen.
Leren en creëren.
Zo nu en dan ff flippen,
jammen,
rammen.
Dan weer ff bidden,
denken,
vlammen.
Lieve vriendinnetjes
om mee
te lachen,
te huilen,
te danken.
En dan aan het eind van de dag
dumpen we het in ZIJN handen.
dinsdag 18 mei 2010
# # #
ik herinner je
zoals je was
kilo's humor
bierbuik en
voetbalbenen
het is goed zo
je hebt je leven geleefd
en het was goed
zoals je was
kilo's humor
bierbuik en
voetbalbenen
het is goed zo
je hebt je leven geleefd
en het was goed
zondag 16 mei 2010
Uit het niets
Opeens was het er. Ik hoefde er niet extreem naar te verlangen. Ik hoefde er zelfs niet naar te zoeken. Ik had het wel geprobeerd, maar het liet zich niet vinden. Het was er. Plotseling. Ongemerkt was het erin geslopen. Ik werd er blij van. Het voelde goed, ik was gelukkig. Ik ging de dagen door met een glimlach op mijn gezicht. Eventjes. Ik was vrolijk. Vrolijk, maar onrustig. Want. Maar. Eigenlijk.
Maar even plotseling als het gekomen was, was het ook weer weg. Niet omdat het weg wilde, maar omdat het weg moest. Omdat ik het wilde, omdat het niet mocht. Ik zette een blokkade op, stelde een grens. Een grens tussen mijn hart en mijn verstand. Een grens met een onzichtbare bewaker ervoor. En die bewaker was mijn verstand. Ik zou de grens niet mogen passeren. Het was precies op tijd. Voordat mijn verstand en mijn hart één zouden zijn geworden en een compromis zouden hebben gesloten. Voordat het hart zou hebben overwonnen. Het hart dat de gevoelens kent. Het hart dat geen logica kent. Geen samenwerking. Het hart dat dominant is. Het hart dat geen denken kent, alleen maar gevoel. Voordat het verstand teniet zou zijn gedaan had ik het als hoofd aangesteld. Als hoofd van het hart. Om mijn denken te beheersen. Om mijn gevoel te relativeren. Mijn hart te controleren. Ik werd rustig, bleef vrolijk. Want. Maar. Eigenlijk.
Van alles waar je over waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven. Spreuken 4:23
Maar even plotseling als het gekomen was, was het ook weer weg. Niet omdat het weg wilde, maar omdat het weg moest. Omdat ik het wilde, omdat het niet mocht. Ik zette een blokkade op, stelde een grens. Een grens tussen mijn hart en mijn verstand. Een grens met een onzichtbare bewaker ervoor. En die bewaker was mijn verstand. Ik zou de grens niet mogen passeren. Het was precies op tijd. Voordat mijn verstand en mijn hart één zouden zijn geworden en een compromis zouden hebben gesloten. Voordat het hart zou hebben overwonnen. Het hart dat de gevoelens kent. Het hart dat geen logica kent. Geen samenwerking. Het hart dat dominant is. Het hart dat geen denken kent, alleen maar gevoel. Voordat het verstand teniet zou zijn gedaan had ik het als hoofd aangesteld. Als hoofd van het hart. Om mijn denken te beheersen. Om mijn gevoel te relativeren. Mijn hart te controleren. Ik werd rustig, bleef vrolijk. Want. Maar. Eigenlijk.
Van alles waar je over waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven. Spreuken 4:23
donderdag 13 mei 2010
Jongetje
Er zit zoveel onrust in je lijf.
'Kenmerken van ADHD' noemen ze het.
Tja, plak er een etiket op.
Het wordt er niet anders van.
En ik maar zeggen dat je rustig moet zijn.
Nou vooruit, dat je rustig moet doen.
Dat je stil moet zitten.
Dat je moet luisteren.
Dat je stil moet zijn, omdat iemand anders aan het woord is.
Ik vraag vast veel te veel van je, stel te hoge eisen.
Het is dus ook niet zo gek dat je niet dol op me bent.
Dat zou ik ook niet zijn als ik jou was...
'Kenmerken van ADHD' noemen ze het.
Tja, plak er een etiket op.
Het wordt er niet anders van.
En ik maar zeggen dat je rustig moet zijn.
Nou vooruit, dat je rustig moet doen.
Dat je stil moet zitten.
Dat je moet luisteren.
Dat je stil moet zijn, omdat iemand anders aan het woord is.
Ik vraag vast veel te veel van je, stel te hoge eisen.
Het is dus ook niet zo gek dat je niet dol op me bent.
Dat zou ik ook niet zijn als ik jou was...
zondag 9 mei 2010
Ik hou
Ik hou
jij van mij?
Ik zie
jij naar mij?
Ik hoor
jij bij mij.
Jij houdt
zij van mij?
Jij ziet
zij naar mij?
Jij hoort
ik bij haar.
jij van mij?
Ik zie
jij naar mij?
Ik hoor
jij bij mij.
Jij houdt
zij van mij?
Jij ziet
zij naar mij?
Jij hoort
ik bij haar.
zaterdag 1 mei 2010
Houd mij vast
Vader, waar bent U,
verbergt U zich voor mij?
Jezus, U kent mij,
bent U bedroeft om mij?
Laat mij niet los Heer,
'k heb zo lang gestreden,
eindeloos gebeden,
op zoek naar Uw aanwezig.
Houd mij vast Heer,
al heb ik kwaad bedreven
met schuld kan ik niet leven,
in Uw tegenwoordigheid.
Laat me kiezen,
mij zelf in U verliezen.
Ik wil me in U vinden,
kom tot Uw doel met mij!
Sela
verbergt U zich voor mij?
Jezus, U kent mij,
bent U bedroeft om mij?
Laat mij niet los Heer,
'k heb zo lang gestreden,
eindeloos gebeden,
op zoek naar Uw aanwezig.
Houd mij vast Heer,
al heb ik kwaad bedreven
met schuld kan ik niet leven,
in Uw tegenwoordigheid.
Laat me kiezen,
mij zelf in U verliezen.
Ik wil me in U vinden,
kom tot Uw doel met mij!
Sela
Een nieuw verbond
Ik sta aan de zijlijn
en zie je lopen
Ik schreeuw:
'Goed bezig! Je kan het!'
Je bent vermoeid
Ik heb een fles water
'Nog even volhouden!'
Schreeuw ik langs de lijn
Je tempo zwakt af
Ik zie nog geen finish
'Ik zie al het einde!'
Roep ik je snel toe
Je leunt tegen de hekken
ik zie hoe je worstelt
'niet stoppen! kom op!'
zeg ik achter het hek
Je zet een paar passen
en valt op je knieën
'Sta op!' fluister ik naar je:
'Sta op en zet nog even door!'
Ik leun over het hek heen
en zie je daar zitten
'sta op!' gebaar ik naar je:
'Sta op!! Je kan het wel!'
Je staat op en twijfelt
mijn handen kunnen je niet duwen
de zijlijn schreeuwt naar me:
'stop.'
Ik zie tranen en dichte ogen. Ik zie gebalde vuisten en beschermende tralies. Ik zie machteloosheid en paniek.
Ik zie mezelf achter de zijlijn en kan niets doen dan ze brengen bij God, mijn Vader die ziet en redt.
De mens is niet gemaakt om gedwongen te worden.
De mens heeft voeten gekregen om zelf die stap te nemen.
De mens heeft handen gekregen om zelf die kans te
pakken.
De mens heeft ogen gekregen om zelf de mogelijkheden te zien.
Ze heeft oren om het evangelie, de boodschap van hoop, te horen.
Een mond om het tot haar te nemen en een keel om het door te slikken.
Ze heeft de organen die het naar haar bloed brengen
en een hart die het laat kloppen.
de stap naar die ene God, die liefde wordt genoemd. De God, die de Vader van Jezus is en ons Zijn kinderen noemt. De God, die niets anders van ons vraagt dan dit:
'Hierheen! Hier is water,
voor ieder die dorst heeft.
Kom, ook al heb je geen geld.
Koop hier je voedsel en eet.
Kom, koop voedsel zonder geld,
koop wijn en melk zonder betaling,
waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan iets dat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar mij,
en je zult ruimschoots te eten hebben,
en genieten van een overvloedig maal.
Leen mij je oor en kom bij mij,
luister, en je zult leven.
(Jesaja 55: 1-3A)
en zie je lopen
Ik schreeuw:
'Goed bezig! Je kan het!'
Je bent vermoeid
Ik heb een fles water
'Nog even volhouden!'
Schreeuw ik langs de lijn
Je tempo zwakt af
Ik zie nog geen finish
'Ik zie al het einde!'
Roep ik je snel toe
Je leunt tegen de hekken
ik zie hoe je worstelt
'niet stoppen! kom op!'
zeg ik achter het hek
Je zet een paar passen
en valt op je knieën
'Sta op!' fluister ik naar je:
'Sta op en zet nog even door!'
Ik leun over het hek heen
en zie je daar zitten
'sta op!' gebaar ik naar je:
'Sta op!! Je kan het wel!'
Je staat op en twijfelt
mijn handen kunnen je niet duwen
de zijlijn schreeuwt naar me:
'stop.'
Ik zie tranen en dichte ogen. Ik zie gebalde vuisten en beschermende tralies. Ik zie machteloosheid en paniek.
Ik zie mezelf achter de zijlijn en kan niets doen dan ze brengen bij God, mijn Vader die ziet en redt.
De mens is niet gemaakt om gedwongen te worden.
De mens heeft voeten gekregen om zelf die stap te nemen.
De mens heeft handen gekregen om zelf die kans te
pakken.
De mens heeft ogen gekregen om zelf de mogelijkheden te zien.
Ze heeft oren om het evangelie, de boodschap van hoop, te horen.
Een mond om het tot haar te nemen en een keel om het door te slikken.
Ze heeft de organen die het naar haar bloed brengen
en een hart die het laat kloppen.
de stap naar die ene God, die liefde wordt genoemd. De God, die de Vader van Jezus is en ons Zijn kinderen noemt. De God, die niets anders van ons vraagt dan dit:
'Hierheen! Hier is water,
voor ieder die dorst heeft.
Kom, ook al heb je geen geld.
Koop hier je voedsel en eet.
Kom, koop voedsel zonder geld,
koop wijn en melk zonder betaling,
waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan iets dat niet verzadigen kan?
Luister aandachtig naar mij,
en je zult ruimschoots te eten hebben,
en genieten van een overvloedig maal.
Leen mij je oor en kom bij mij,
luister, en je zult leven.
(Jesaja 55: 1-3A)
vrijdag 30 april 2010
< 3
"Waar heb ik dat aan verdiend?"
Ik zet een mooi oranje gebakje bij mevrouw X op tafel, terwijl ik het Wilhelmus meezing met de fanfare die buiten in de regen de schoolkinderen begeleiden tijdens de aubade. Ik haal een oranje strikje uit de zak van mijn uniform en ik speld het op de trui van mevrouw X terwijl ik zeg: "Het is vandaag koninginnedag, en we maken er een feestje van omdat dit het 30e regeringsjaar van Koningin Beatrix is, maar dit gebakje is niet zozeer voor de Koningin, maar u heeft deze ook wel verdiend!"
Mevrouw X schudt haar hoofd. "Maar ik doe toch niets voor jullie? Jullie zijn altijd zo goed voor mij. Eet dit taartje zelf maar op." Ze zet het schoteltje weer op het dienblad. Het dienblad zet ik op tafel, en ik schuif het gordijn opzij zodat mevrouw X naar buiten kan kijken.
"Wat denkt u mevrouw, zullen de kinderen hier komen zingen voor de Koningin of ook een beetje voor de mensen hier in Geldershof?"
"Deze aubade is toch voor de Koningin?" Mevrouw X wijst op de oranje vlaggetjes en de rood-wit-blauwe slingers.
"Mevrouw, als de aubade alleen voor de Koningin zou zijn, zouden de kinderen ook op het schoolplein kunnen gaan zingen. Maar ze komen hier bij Geldershof zingen, omdat u en alle andere mensen hier, altijd zo lief voor de zusters zijn!"
Mevrouw X slaat een arm om mijn schouders en zegt dat ik dat ik het raam open moet doen. "Nu wil ik het wel horen. Eigenlijk vind ik het onzin, maar als de schoolkinderen het ook voor mij zingen, ga ik luisteren ook."
De depressieve blik is verdwenen uit de ogen van mevrouw X en trots laat ze aan zuster S. het strikje zien wat op haar trui gespeld is. "Omdat ik vandaag ook een beetje koningin mag zijn!"
< 3
Ik zet een mooi oranje gebakje bij mevrouw X op tafel, terwijl ik het Wilhelmus meezing met de fanfare die buiten in de regen de schoolkinderen begeleiden tijdens de aubade. Ik haal een oranje strikje uit de zak van mijn uniform en ik speld het op de trui van mevrouw X terwijl ik zeg: "Het is vandaag koninginnedag, en we maken er een feestje van omdat dit het 30e regeringsjaar van Koningin Beatrix is, maar dit gebakje is niet zozeer voor de Koningin, maar u heeft deze ook wel verdiend!"
Mevrouw X schudt haar hoofd. "Maar ik doe toch niets voor jullie? Jullie zijn altijd zo goed voor mij. Eet dit taartje zelf maar op." Ze zet het schoteltje weer op het dienblad. Het dienblad zet ik op tafel, en ik schuif het gordijn opzij zodat mevrouw X naar buiten kan kijken.
"Wat denkt u mevrouw, zullen de kinderen hier komen zingen voor de Koningin of ook een beetje voor de mensen hier in Geldershof?"
"Deze aubade is toch voor de Koningin?" Mevrouw X wijst op de oranje vlaggetjes en de rood-wit-blauwe slingers.
"Mevrouw, als de aubade alleen voor de Koningin zou zijn, zouden de kinderen ook op het schoolplein kunnen gaan zingen. Maar ze komen hier bij Geldershof zingen, omdat u en alle andere mensen hier, altijd zo lief voor de zusters zijn!"
Mevrouw X slaat een arm om mijn schouders en zegt dat ik dat ik het raam open moet doen. "Nu wil ik het wel horen. Eigenlijk vind ik het onzin, maar als de schoolkinderen het ook voor mij zingen, ga ik luisteren ook."
De depressieve blik is verdwenen uit de ogen van mevrouw X en trots laat ze aan zuster S. het strikje zien wat op haar trui gespeld is. "Omdat ik vandaag ook een beetje koningin mag zijn!"
< 3
woensdag 28 april 2010
homealone lui zijn.
Ik zit op de bank. Het is midden op de middag. De tv staat aan, mijn laptop binnen handbereik. Ik kijk wat nieuws, daarna een nutteloos programma. Zet de tv uit. Dan de laptop maar. Mail checken. Uitzending gemist. Niks bijzonders gemist, dus laat maar. Wat zal ik nu eens doen? Mwah, nog even wat weblogjes bekijken. Mijn favorieten nog eens doorscrollen. Neh, verder niks boeiends meer. De zon schijnt door het raam. Buiten rent een hond... Wat zit ik hier nu lui op de bank te zijn? GA EENS WAT DOEN! Neeh, geen zin. JAWEL, huppakee! Nou, vooruit. Ik sta op, de wasmachine draait al. Daardoor lijkt het alsof ik al ergens mee bezig ben, met de was namelijk. Als ik dan toch al bezig ben, dan kan ik beter bezig blijven, voordat ik zomaar opeens weer op de bank terecht kon. Goed, armen uit de mouwen. Afwas doen. Na een half uur en veel geboen ben ik klaar. Wat nu? Ik zou alle losse papieren op het bureautje in mn kamer nog eens op kunnen ruimen. Ik kan ook met iets makkelijkers beginnen. Papieren waar ik al naar gekeken had en toen niet gelijk kon afhandelen maar nu misschien wel. Dan is dat ook weer gebeurd. Ze liggen op tafel dus ik hoef dan niet eens eerst te zoeken. Okee, vooruit dan maar weer. En straks nog boodschappen doen. En brownies bakken. Lekker lekker, voor vanavond. Ja, het wordt nog wel wat met mijn middag... misschien
woensdag 21 april 2010
Eet taart en wapper de vlag!
Het examendossier is volledig ingevuld,
en ik ben trots!
Examens, here I come!
en ik ben trots!
Examens, here I come!
en ik denk aan wat ze mompelde en wat waar was
hoe de tijd vliegt
de tijd vliegt
maandag 19 april 2010
Ik weet het niet
“Ik weet het gewoon niet!” Ze zat op haar bed en keek de kamer rond. “Heer, lieve God, ik weet gewoon niet wat ik moet doen! Help me, zeg het me, geef me duidelijkheid. Ik wil graag Uw wil doen, maar hoe weet ik wat die is?” Ze wist dat Hij luisterde, nee, dat wist ze niet. Maar ze hoopte het toch. Ze hoopte dat Hij opkeek vanaf zijn troon en haar zag zitten in haar kamer. Ze hoopte dat hij haar zou horen en haar een briefje zou geven met daarop haar toekomst. Ze was stil en staarde naar de grond. De last die ze op haar schouders droeg, brandde en leek zwaarder dan gewoonlijk. “U bent een liefdevolle God, U bent hier, U luistert, maar waarom twijfel ik dan weer? Waarom twijfel ik zoveel aan Hem die perfect is? U, mijn God. Ik baal ervan Heer, dat U altijd zo vaag lijkt te zijn. U lijkt altijd te willen dat we tot het uiterste gaan, alles geven in de strijd. Nou verschrikkelijk vind ik het! Ik wil rust in mijn hoofd, duidelijkheid.”
Mocht ze zoiets wel zeggen tegen God?
“Heer, ik vind het gewoon zo moeilijk. Wat U wilt, dat moet gedaan worden. Ik wil Uw wil doen, maar soms weet ik gewoon niet wat die is.”
Ze zuchtte diep en liet zich vallen op haar kussen. Was het maar gewoon makkelijk, kon ze het maar begrijpen. Hij leek zo ver weg op dit moment. Ze zou Hem zo makkelijk kunnen vergeten. Maar haar hart was vastberaden, zo makkelijk ging dat niet. Als God wilde dat ze Hem zocht, dan zou ze dat doen. Maar waarom dan iedere keer? Waar was dat vertrouwen gebleven? Elke keer als ze dicht bij God was, dreef ze weer van Hem weg. “Heer, waarom kan het niet gewoon anders? Ik wil U vertrouwen, ik wil dicht bij U leven, ik wil U nooit en te nimmer vergeten. Het spijt me dat het zo vaak niet lukt, maar ik wil het wel lieve God.”
Ze slaakte nogmaals een diepe zucht en trok de dekens over zich heen. Haar ogen waren moe en haar hart wilde slapen. Weg van alle zorgen, vluchten naar het land van de illusies.
Mocht ze zoiets wel zeggen tegen God?
“Heer, ik vind het gewoon zo moeilijk. Wat U wilt, dat moet gedaan worden. Ik wil Uw wil doen, maar soms weet ik gewoon niet wat die is.”
Ze zuchtte diep en liet zich vallen op haar kussen. Was het maar gewoon makkelijk, kon ze het maar begrijpen. Hij leek zo ver weg op dit moment. Ze zou Hem zo makkelijk kunnen vergeten. Maar haar hart was vastberaden, zo makkelijk ging dat niet. Als God wilde dat ze Hem zocht, dan zou ze dat doen. Maar waarom dan iedere keer? Waar was dat vertrouwen gebleven? Elke keer als ze dicht bij God was, dreef ze weer van Hem weg. “Heer, waarom kan het niet gewoon anders? Ik wil U vertrouwen, ik wil dicht bij U leven, ik wil U nooit en te nimmer vergeten. Het spijt me dat het zo vaak niet lukt, maar ik wil het wel lieve God.”
Ze slaakte nogmaals een diepe zucht en trok de dekens over zich heen. Haar ogen waren moe en haar hart wilde slapen. Weg van alle zorgen, vluchten naar het land van de illusies.
zondagmiddag
een jongetje vindt een blikje en een schroef
het is een snelle raket -natuurlijk- maar hij vliegt niet
en de zon kriebelt op mijn gezicht
de raket is nu een mierenhuisje
de mieren willen niet naar binnen
en zwevend op de wind vliegt een vogel vredig over
als een raket zo snel
we kijken
het moet wel stil zijn, daarboven
was ik maar een vogel
ver weg van de rumoerige, haastende wereld,
ver weg van de wereld zonder ziekte, pijn en ellende.
Ik snap het leven niet zo,
terwijl ik weet dat al die ellende niet door God gestuurd is,
om alles te verwoesten en te vernietigen.
----
Diezelfde dag zei een jongetje op zondagschool op fluistertoon tegen me: 'Ik hoop dat de Heere Jezus snel terug komt, want hier op de aarde gebeuren allemaal dingen die niet leuk zijn. En nu weer een 'vulkaan-exprosie' in ijsland: ik weet het zeker, de Heere Jezus komt snel terug, want in de bijbel staat dat er eerst heel veel verdriet is op de wereld en dan komt de Heere Jezus terug. Maar ondertussen vind ik dat de Heere Jezus wel terug mag komen, want er is al genoeg verdriet geweest, en ik wil dat alle mensen op de wereld gelukkig zijn, en in de Heere Jezus geloven, want dan pas worden ze echt gelukkig, toch?'
het is een snelle raket -natuurlijk- maar hij vliegt niet
en de zon kriebelt op mijn gezicht
de raket is nu een mierenhuisje
de mieren willen niet naar binnen
en zwevend op de wind vliegt een vogel vredig over
als een raket zo snel
we kijken
het moet wel stil zijn, daarboven
was ik maar een vogel
ver weg van de rumoerige, haastende wereld,
ver weg van de wereld zonder ziekte, pijn en ellende.
Ik snap het leven niet zo,
terwijl ik weet dat al die ellende niet door God gestuurd is,
om alles te verwoesten en te vernietigen.
Wat wil God met mijn leven,
met het leven van die lieve mensen die ik ken,
met wie het niet goed gaat,
wat wil God met ons?
----
Diezelfde dag zei een jongetje op zondagschool op fluistertoon tegen me: 'Ik hoop dat de Heere Jezus snel terug komt, want hier op de aarde gebeuren allemaal dingen die niet leuk zijn. En nu weer een 'vulkaan-exprosie' in ijsland: ik weet het zeker, de Heere Jezus komt snel terug, want in de bijbel staat dat er eerst heel veel verdriet is op de wereld en dan komt de Heere Jezus terug. Maar ondertussen vind ik dat de Heere Jezus wel terug mag komen, want er is al genoeg verdriet geweest, en ik wil dat alle mensen op de wereld gelukkig zijn, en in de Heere Jezus geloven, want dan pas worden ze echt gelukkig, toch?'
zaterdag 17 april 2010
slaap zacht
het was een mooi bed. keurig opgemaakt. zelfs de kussens zorgvuldig geschikt tegen het hoofdeinde. dat deed hij iedere ochtend omdat het hoorde en hij ervan hield. hij deed zijn bril af en stapte in het bed. de lakens waren koel en hij had zijn nieuwe pyama aan. hij stelde de wekker in op half acht, pakte zijn boek en keek even naar de jonge vrouw in de deuropening. in het grote bed leek hij een kleine jongen en ik draaide me om en zei alleen: slaap zacht. slaap zacht papa.
en liep de trap af en fluisterde
ik zal bidden voor het slapen gaan
voor jou
en mij
ik hou zo van je
amen.
en liep de trap af en fluisterde
ik zal bidden voor het slapen gaan
voor jou
en mij
ik hou zo van je
amen.
vrijdag 16 april 2010
caged bird
In de huiskamer van de buren
hokt een vogel.
Deze ochtend
was hij bezig
naar de buitenwereld
te communiceren.
Zeggende: " HELP! HELLLLUP!
Ik haat deze kooi. "
Geloof me,
ik weet zulke dingen.
Toen ik hem vanmiddag aankeek
brak mn hart.
Een vogel in een kooi..
Hij zou vogelvrij moeten zijn.
En vliegen,
eindeloos vliegen.
En mij laten slapen,
eindeloos laten slapen.
Misschien moet ik maar bij de partij voor de dieren...
---------
Soms heb je van die dagen dat, wanneer je wakker wordt, gewekt door de kanarie van de buren, je er totaal geen zin in hebt. Dit was zo'n dag. Weken keek ik er al tegenop, onderuit komen ging niet. Het moest een keer gebeuren.. Het Engelse mondeling. Misschien was het je al opgevallen aan de titel, maar dat stomme rotcijfer van dat waardeloze Engels blijft in mijn hoofd zitten en nu weet ik precies de antwoorden op de vragen die leraar X vanmorgen aan me stelde en ik baal, ik baal en ik baal!
hokt een vogel.
Deze ochtend
was hij bezig
naar de buitenwereld
te communiceren.
Zeggende: " HELP! HELLLLUP!
Ik haat deze kooi. "
Geloof me,
ik weet zulke dingen.
Toen ik hem vanmiddag aankeek
brak mn hart.
Een vogel in een kooi..
Hij zou vogelvrij moeten zijn.
En vliegen,
eindeloos vliegen.
En mij laten slapen,
eindeloos laten slapen.
Misschien moet ik maar bij de partij voor de dieren...
---------
Soms heb je van die dagen dat, wanneer je wakker wordt, gewekt door de kanarie van de buren, je er totaal geen zin in hebt. Dit was zo'n dag. Weken keek ik er al tegenop, onderuit komen ging niet. Het moest een keer gebeuren.. Het Engelse mondeling. Misschien was het je al opgevallen aan de titel, maar dat stomme rotcijfer van dat waardeloze Engels blijft in mijn hoofd zitten en nu weet ik precies de antwoorden op de vragen die leraar X vanmorgen aan me stelde en ik baal, ik baal en ik baal!
Mijn examendossier is een 4,3 rijker.
dinsdag 13 april 2010
Verlangen
De zon schijnt, de hemel is diepblauw, er waait een heerlijke wind en ik verlang zo - verlang - naar alles... Naar praten, naar vrijheid, naar vrienden, naar alleen zijn. Ik verlang zo... naar huilen! Ik heb een gevoel in me of ik spring en ik weet dat het met huilen beter zou worden; ik kan het niet. Ik ben onrustig, loop van de ene naar de andere kamer, adem door de kier van een dicht raam, voel m'n hart kloppen alsof het zegt: 'Voldoe toch eindelijk aan m'n verlangen.'
Ik geloof dat ik het voorjaar in me voel, ik voel het lente-ontwaken, ik voel het in m'n lichaam en in m'n ziel. Ik moet me in bedwang houden om gewoon te doen, ik ben totaal in de war, weet niet wat te lezen, wat te schrijven, wat te doen, weet alleen, dat ik verlang...
Uit: Het dagboek van Anne Frank, zaterdag 12 februari 1944.
Ik geloof dat ik het voorjaar in me voel, ik voel het lente-ontwaken, ik voel het in m'n lichaam en in m'n ziel. Ik moet me in bedwang houden om gewoon te doen, ik ben totaal in de war, weet niet wat te lezen, wat te schrijven, wat te doen, weet alleen, dat ik verlang...
Uit: Het dagboek van Anne Frank, zaterdag 12 februari 1944.
zondag 11 april 2010
Leven is kiezen
Leven is keuzes maken. Keuzes maken waarvan de oorsprong ligt in de nieuwsgierigheid van de mens. Misschien. Je staat elke keer weer op een kruispunt. Het enige dat je ziet is een paal met borden erop die naar vier richtingen wijzen. Hierop een naam die aangeeft dat er iets is, maar je hebt geen idee wat. Je ziet vier verschillende landschappen en vraagt je af wat zich erachter bevindt. Een klein stukje vooruit kan je kijken, die zekerheid heb je, maar verder niet. Maar op een gegeven moment komt er een moment waarop je kiest. Waarop je datgene kiest wat het beste bij je lijkt te passen en wat het meest nieuwsgierigheid oproept.
Je staat aan het begin van een weg, waarvan je denkt dat het een weg is die leidt naar het goede. Het niet weten waar iets toe leidt, het onbekende dat er voor je komt te liggen als je een keuze maakt. Kiezen is lastig. Je weet niet of je het goede doet. Je weet niet welke consequenties één keuze met zich meebrengen. Je kiest voor niets anders dan een verpakking, de inhoud komt vanzelf. Datgene waar je het meest nieuwsgierig naar bent, is meestal de keuze die je maakt. Want als je het niet probeert, dan zul je nooit weten wat er gebeurd zou zijn. Tenzij je op die veilige weg wandelt. Die weg die slechts recht is. Zonder bochten. Zonder kruisingen. Alleen recht. Maar zelfs dan zul je het ooit zien. Leven is keuzes maken.
Je staat aan het begin van een weg, waarvan je denkt dat het een weg is die leidt naar het goede. Het niet weten waar iets toe leidt, het onbekende dat er voor je komt te liggen als je een keuze maakt. Kiezen is lastig. Je weet niet of je het goede doet. Je weet niet welke consequenties één keuze met zich meebrengen. Je kiest voor niets anders dan een verpakking, de inhoud komt vanzelf. Datgene waar je het meest nieuwsgierig naar bent, is meestal de keuze die je maakt. Want als je het niet probeert, dan zul je nooit weten wat er gebeurd zou zijn. Tenzij je op die veilige weg wandelt. Die weg die slechts recht is. Zonder bochten. Zonder kruisingen. Alleen recht. Maar zelfs dan zul je het ooit zien. Leven is keuzes maken.
donderdag 8 april 2010
chagrijnig
Herken je dit:
Dat je moeder zomaar
uit het luchtledige
een niet passende vraag afschiet.
Zomaar
wanneer je water in de waterkoker doet.
Je denkt:
"Hou toch je smoel!"
en vervolgens werp je één blik,
ze ziet het.
Wijs.
Herken je dit:
Dat je vader zomaar
uit het luchtledige
een niet passende zin laat vallen.
Zomaar
wanneer je troosteloos een reep chocola uit de kelder pakt.
Je denkt:
"Hou toch je smoel!'
en vervolgens werp je één blik,
hij ziet het niet.
Vervelend.
En hij reageert
en reageert.
en als je reageert
reageert hij ook.
Mannen. Ik snap ze niet.
Ik vertelde vanmorgen tegen een leraar hoe ik over zijn toets dacht.
Je weet wel: zo'n toets waar je maximaal een 4 voor kan halen tenzij je 8 jaar op de universiteit natuurkunde hebt gestudeerd.
Mannen maken altijd stomme grapjes, dus ik vond het echt geen leuk grapje dat ik zo'n toets voor mn neus kreeg,
toen ik helemaal vooraan in lokaal 267 zat.
Maar nee, toetsen zijn geen grapjes
toetsen zijn testen!
Had ik daarom gevraagd?
Als ik baal van toetsen kan ik niet tegen zulke opmerkingen.
Ik dacht:
"Hou toch je mond!"
en vervolgens wierp ik een blik.
Hij zag het niet
en ging verder.
En ik ook.
Na de dagopening
over eerst-geloven-dan-zien
met een wiskundetentamen.
Dus nu geloof ik dat ik een 1 voor wiskunde heb,
later zal ik het boven mijn blaadje zien staan.
Rottoets.
het is toch zo fijn dat ik maar 2 herkansingen heb.
ik heb pas per ongeluk de link onder mijn mail niet weggehaald
dus als hij dit leest:
ik kan er ook niets aan doen dat mannen niet zien dat ik mn dag/week niet heb, omdat ik al mn toetsen verpest, en niet meer werk omdat ik daar geen tijd voor heb en baal van alles wat los en vast zit, bijvoorbeeld van de buurman die geen middagslaapje kan doen als ik gitaar, keyboard of blokfluit speel. Of van de andere buurman die zonodig in mijn laatste cruciale toetsweek 2 tuinmannen uitnodigd om zijn tuin opnieuw aan te laten leggen. Of van broertjelief die thuiskomt met een jaloezie-opwekkend examendossier met achten en negens en afgerond zelfs een 10 voor natuurkunde... Leuk, zulke broertjes. Vooral als ze zeggen: zulke cijfers heb JIJ niet hè?
ach, ik overleef het wel.
editI: ik heb mn dag weer! Week niet.
editII: dat leuke grapje van een natuurkundetoets werd beloond met een 5,2. valt dus zooo ontzettend mee.. tenzij het een grapje is n'tuurlijk..
editIII: ondertussen heb ik al mannen gevonden die wel zien dat ik mn dag/week niet heb en die zien dat ik echt chagrijnig ben en lach omdat dat zo hoort. Gelukkig.
Dat je moeder zomaar
uit het luchtledige
een niet passende vraag afschiet.
Zomaar
wanneer je water in de waterkoker doet.
Je denkt:
"Hou toch je smoel!"
en vervolgens werp je één blik,
ze ziet het.
Wijs.
Herken je dit:
Dat je vader zomaar
uit het luchtledige
een niet passende zin laat vallen.
Zomaar
wanneer je troosteloos een reep chocola uit de kelder pakt.
Je denkt:
"Hou toch je smoel!'
en vervolgens werp je één blik,
hij ziet het niet.
Vervelend.
En hij reageert
en reageert.
en als je reageert
reageert hij ook.
Mannen. Ik snap ze niet.
Ik vertelde vanmorgen tegen een leraar hoe ik over zijn toets dacht.
Je weet wel: zo'n toets waar je maximaal een 4 voor kan halen tenzij je 8 jaar op de universiteit natuurkunde hebt gestudeerd.
Mannen maken altijd stomme grapjes, dus ik vond het echt geen leuk grapje dat ik zo'n toets voor mn neus kreeg,
toen ik helemaal vooraan in lokaal 267 zat.
Maar nee, toetsen zijn geen grapjes
toetsen zijn testen!
Had ik daarom gevraagd?
Als ik baal van toetsen kan ik niet tegen zulke opmerkingen.
Ik dacht:
"Hou toch je mond!"
en vervolgens wierp ik een blik.
Hij zag het niet
en ging verder.
En ik ook.
Na de dagopening
over eerst-geloven-dan-zien
met een wiskundetentamen.
Dus nu geloof ik dat ik een 1 voor wiskunde heb,
later zal ik het boven mijn blaadje zien staan.
Rottoets.
het is toch zo fijn dat ik maar 2 herkansingen heb.
ik heb pas per ongeluk de link onder mijn mail niet weggehaald
dus als hij dit leest:
ik kan er ook niets aan doen dat mannen niet zien dat ik mn dag/week niet heb, omdat ik al mn toetsen verpest, en niet meer werk omdat ik daar geen tijd voor heb en baal van alles wat los en vast zit, bijvoorbeeld van de buurman die geen middagslaapje kan doen als ik gitaar, keyboard of blokfluit speel. Of van de andere buurman die zonodig in mijn laatste cruciale toetsweek 2 tuinmannen uitnodigd om zijn tuin opnieuw aan te laten leggen. Of van broertjelief die thuiskomt met een jaloezie-opwekkend examendossier met achten en negens en afgerond zelfs een 10 voor natuurkunde... Leuk, zulke broertjes. Vooral als ze zeggen: zulke cijfers heb JIJ niet hè?
ach, ik overleef het wel.
editI: ik heb mn dag weer! Week niet.
editII: dat leuke grapje van een natuurkundetoets werd beloond met een 5,2. valt dus zooo ontzettend mee.. tenzij het een grapje is n'tuurlijk..
editIII: ondertussen heb ik al mannen gevonden die wel zien dat ik mn dag/week niet heb en die zien dat ik echt chagrijnig ben en lach omdat dat zo hoort. Gelukkig.
woensdag 7 april 2010
ik sta op wacht
waar ben je eigenlijk
loop je misschien langs zonder dat ik het weet en kijk je naar boven omdat daar mijn kamer is maar jij hier nog niet bent geweest
denk je nog wel eens aan mij
zoals die keer dat ik je een brief stuurde maar je niet terug schreef
dacht je aan mij
omdat ik voor de eerste keer doe waarvan ik droomde
ben ik in je hoofd en ben je trots want dat wil ik
ik loog tegen je
die keer dat ik dapper zei dat het zo is
dat vrienden een stuk oplopen maar dat het niet erg is als je een andere weg inslaat en elkaar vergeet - misschien wel
loop je misschien langs zonder dat ik het weet en kijk je naar boven omdat daar mijn kamer is maar jij hier nog niet bent geweest
denk je nog wel eens aan mij
zoals die keer dat ik je een brief stuurde maar je niet terug schreef
dacht je aan mij
omdat ik voor de eerste keer doe waarvan ik droomde
ben ik in je hoofd en ben je trots want dat wil ik
ik loog tegen je
die keer dat ik dapper zei dat het zo is
dat vrienden een stuk oplopen maar dat het niet erg is als je een andere weg inslaat en elkaar vergeet - misschien wel
maandag 5 april 2010
Muis
Wij hebben een logé.
Een tuinkat,
geen grijze muis.
Nee,
een tuinkat!
Muis.
Ik roep.
Hij komt,
mauwt even
en draait om mn been.
Het liefst wil ie naar binnen
maar dat mag niet
want ons hondjelief houdt niet van Muis.
Muis blijft in de tuin
en daar alleen.
Zijn gele ogen
volgen mijn werkzaamheden.
Ik loop,
en zing
van 'U zij de glorie'
terwijl ik wacht
tot de bitterballen uit de frituurpan kunnen
en heb nu geen tijd.
Want ik ruim mn regenpak op.
Vervelend
valt hij in slaap
en snort.
Een rare vogel
die Muis.
Een tuinkat,
geen grijze muis.
Nee,
een tuinkat!
Muis.
Ik roep.
Hij komt,
mauwt even
en draait om mn been.
Het liefst wil ie naar binnen
maar dat mag niet
want ons hondjelief houdt niet van Muis.
Muis blijft in de tuin
en daar alleen.
Zijn gele ogen
volgen mijn werkzaamheden.
Ik loop,
en zing
van 'U zij de glorie'
terwijl ik wacht
tot de bitterballen uit de frituurpan kunnen
en heb nu geen tijd.
Want ik ruim mn regenpak op.
Vervelend
valt hij in slaap
en snort.
Een rare vogel
die Muis.
vrijdag 2 april 2010
Geweldig!
Ergens in een klein huisje in Melissant woont een gezinnetje: vader, moeder en 3 keurig opgevoedde kinderen. En het is mij een eer dat ik aan die opvoeding mee mag helpen. Alvast oefenen voor later. Maar in die nette buurt waar alleen maar netjes opgevoedde mensen wonen, spreekt men, dacht ik, alleen net taalgebruik. Je weet wel: dat keurig, algemeen, beschaafd Nederlandsch. Met rollende R en zachte G.
Een van die nette kinderen die in die nette buurt in Melissant wonen is Bente. Bente zit in groep 4 en heeft een beetje moeite met spelling. Vorige week hielp ik haar met wat woordjes oefenen. Ik gaf wat instructie over de woordjes die ik haar zou dicteren en ik begon: 'vakje, schrijf op: vakje'.
Waarop Bente ongeloofwaardig vroeg: 'Echt Lianne, moet ik echt f**k you schrijven? Bente heeft in ieder geval al een keurig nette Engelse uitspraak.
In dat keurige gezinnetje wordt natuurlijk ook keurig, netjes en vooral gezond gekookt. Dat betekent: ovenfrites à la Sonja Bakker, inclusief zelfgemaakte rauwkost van sla, wortel, komkommer en tomaat. Omdat ik ook wel eens oppas rond etenstijd wordt er natuurlijk van mij verlangd dat ik de kids gezond voedsel voorzet, dus nadat er overfrites en ovenbitterballen in de magnetron-met-ovenfunctie waren gegaan, begonnen we aan de sla. Ik vroeg aan Wesley van 5 of hij de sladressing even uit de koelkast wilde pakken. Waarop Wesley antwoordde: 'Bedoel je van dat groen doorweekte moerasspul?'
Voor het eten wordt er natuurlijk ook keurig netjes gebeden. Stijn is 9 en kan het Onze Vader opgezeggen, dus die avond werd het Onze Vader gebeden voordat we aan onze gezonde patat & bitterballen & nog gezondere rauwkost begonnen.
.... Want van U is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
Maar: na amen is het gebed bij Stijn nog niet afgelopen -> Dit gebed werd mede mogelijk gemaakt door de Heere Jezus.
Een van die nette kinderen die in die nette buurt in Melissant wonen is Bente. Bente zit in groep 4 en heeft een beetje moeite met spelling. Vorige week hielp ik haar met wat woordjes oefenen. Ik gaf wat instructie over de woordjes die ik haar zou dicteren en ik begon: 'vakje, schrijf op: vakje'.
Waarop Bente ongeloofwaardig vroeg: 'Echt Lianne, moet ik echt f**k you schrijven? Bente heeft in ieder geval al een keurig nette Engelse uitspraak.
In dat keurige gezinnetje wordt natuurlijk ook keurig, netjes en vooral gezond gekookt. Dat betekent: ovenfrites à la Sonja Bakker, inclusief zelfgemaakte rauwkost van sla, wortel, komkommer en tomaat. Omdat ik ook wel eens oppas rond etenstijd wordt er natuurlijk van mij verlangd dat ik de kids gezond voedsel voorzet, dus nadat er overfrites en ovenbitterballen in de magnetron-met-ovenfunctie waren gegaan, begonnen we aan de sla. Ik vroeg aan Wesley van 5 of hij de sladressing even uit de koelkast wilde pakken. Waarop Wesley antwoordde: 'Bedoel je van dat groen doorweekte moerasspul?'
Voor het eten wordt er natuurlijk ook keurig netjes gebeden. Stijn is 9 en kan het Onze Vader opgezeggen, dus die avond werd het Onze Vader gebeden voordat we aan onze gezonde patat & bitterballen & nog gezondere rauwkost begonnen.
.... Want van U is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
Maar: na amen is het gebed bij Stijn nog niet afgelopen -> Dit gebed werd mede mogelijk gemaakt door de Heere Jezus.
Ik hou van ze!
woensdag 31 maart 2010
inspiratie
Mijn hoofd zit vol. Honderden woorden vinden hun weg in mijn brein maar vinden geen structuur. Ze buitelen over elkaar en vechten met elkaar om voorrang. Gedachten vechten om de eerste plaats te verkrijgen. Er zit zoveel in mijn hoofd maar er komt niets uit. Mijn vingers liggen bewegingloos op het toetsenbord, te wachten op dat ene moment. Dat ene moment waarop de woorden structuur vinden en netjes in een rij gaan staan. Dat ene moment waarop de woorden betekenis krijgen en samen een zinsverband vormen. Tientallen stukjes heb ik gelezen, in me opgenomen. Een handjevol definities heb ik aan me voorbij laten gaan, maar geen ervan heeft geholpen. Telkens weer ben ik opnieuw begonnen. Een zin stond op papier, fraai gevormd met mooie woorden. Maar het gaf niet weer wat er in mijn hoofd zat. Een nieuwe zin stond op papier, mooi geschreven, taalkundig uitstekend. Maar het waren niet mijn gedachten.
Totdat ik erbij stil ging staan wat het nou eigenlijk inhoudt. Is het een helder moment in het midden van de nacht? Is het iets kleins dat je ziet, iets wat je opvalt, iets bijzonders? Is het een moment uit een film, is het een liedje? Is er een fluitje dat ervoor zorgt dat de woorden netjes in een rij gaan staan? Er is geen specifieke definitie te noemen. Van Dale noemt het bezieling, maar wat is bezieling? In gesprek probeerde ik uit te leggen wat mijn mogelijke definitie was. Met het moment dat ik het ging definiëren, was het er. Dat ene moment. Het moment waarop de woorden in mijn hoofd betekenis kregen en structuur vonden. Het moment waarop de gedachten en woorden in mijn hoofd een relatie kregen met de werkelijkheid. Er was een connectie. En met die connectie was het er. Het moment van inspiratie.
Totdat ik erbij stil ging staan wat het nou eigenlijk inhoudt. Is het een helder moment in het midden van de nacht? Is het iets kleins dat je ziet, iets wat je opvalt, iets bijzonders? Is het een moment uit een film, is het een liedje? Is er een fluitje dat ervoor zorgt dat de woorden netjes in een rij gaan staan? Er is geen specifieke definitie te noemen. Van Dale noemt het bezieling, maar wat is bezieling? In gesprek probeerde ik uit te leggen wat mijn mogelijke definitie was. Met het moment dat ik het ging definiëren, was het er. Dat ene moment. Het moment waarop de woorden in mijn hoofd betekenis kregen en structuur vonden. Het moment waarop de gedachten en woorden in mijn hoofd een relatie kregen met de werkelijkheid. Er was een connectie. En met die connectie was het er. Het moment van inspiratie.
woensdag 24 maart 2010
Tussen
Verdwaald
tussen huis en thuis
zoek ik
naar wat er slingert.
Mijn kamer
wacht op me
en ik zit hier
in de leegte
van een kamer
welke ooit de mijne was.
tussen huis en thuis
zoek ik
naar wat er slingert.
Mijn kamer
wacht op me
en ik zit hier
in de leegte
van een kamer
welke ooit de mijne was.
dinsdag 23 maart 2010
niet altijd
alles moet altijd leuk
de zon moet schijnen en deuren openen vanzelf en dat mensen denken dat ze weet wat ze doet
glinsterende ogen en haar haren die glanzen
vertederend als ze met haar hoofd op je knie leunt en onder de indruk omdat ze weet waar ze over praat
niet altijd - dacht ze terwijl ze in de regen liep
en er viel iets van haar af en ze pakte Zijn hand
de zon moet schijnen en deuren openen vanzelf en dat mensen denken dat ze weet wat ze doet
glinsterende ogen en haar haren die glanzen
vertederend als ze met haar hoofd op je knie leunt en onder de indruk omdat ze weet waar ze over praat
niet altijd - dacht ze terwijl ze in de regen liep
en er viel iets van haar af en ze pakte Zijn hand
vrijdag 19 maart 2010
De lente
Langzaam doe ik mijn ogen open. Ik verwacht licht, maar om me heen is het donker. De wereld om me heen is pikzwart. Een ogenblik staar ik voor me uit, in het niets. Mijn gedachten zijn leeg. Plotseling hoor ik iets. Dwars door al het donker heen hoor ik buiten vogeltjes fluiten. Vrolijk. Ze storen zich niet aan de nacht. Ik luister, ik geniet. En langzaam droom ik weer weg op de melodie van de vogels.
Langzaam doe ik mijn ogen open. Om mij heen is het licht, de zon schijnt zachtjes naar binnen. Ik hoor het verkeer buiten razen, maar dwars door deze herrie heen hoor ik de vogeltjes fluiten. Het wordt weer warmer, de zon schijnt, de dagen worden langer. Er beginnen fleurige bloemen te groeien langs de kant van de weg. De wereld lijkt weer tot leven te komen. Mensen gaan weer naar buiten, wandelen, fietsen. Kinderen spelen op de grasvelden. De terrasjes stromen vol, studenten komen vroeger uit bed. Mannen werken in de tuin. Iedereen lacht. Alles lijkt net een stukje beter.
Met deze lente kom ook ik weer tot leven. De dagen beginnen weer met een glimlach. Het raam staat wagenwijd open. Ik fluit, ik zing, ik lach. Mijn blik wordt breder, ik heb weer oog voor detail. Ik geniet van de wereld om me heen. Ik leef weer.
En met de lente is ook de inspiratie teruggekeerd. Mijn gedachten en mijn blik zijn vernieuwd, de inspiratie is herboren. Ik schrijf, ik leef, ik geniet.
Een droom die werkelijkheid wordt.
Langzaam doe ik mijn ogen open. Om mij heen is het licht, de zon schijnt zachtjes naar binnen. Ik hoor het verkeer buiten razen, maar dwars door deze herrie heen hoor ik de vogeltjes fluiten. Het wordt weer warmer, de zon schijnt, de dagen worden langer. Er beginnen fleurige bloemen te groeien langs de kant van de weg. De wereld lijkt weer tot leven te komen. Mensen gaan weer naar buiten, wandelen, fietsen. Kinderen spelen op de grasvelden. De terrasjes stromen vol, studenten komen vroeger uit bed. Mannen werken in de tuin. Iedereen lacht. Alles lijkt net een stukje beter.
Met deze lente kom ook ik weer tot leven. De dagen beginnen weer met een glimlach. Het raam staat wagenwijd open. Ik fluit, ik zing, ik lach. Mijn blik wordt breder, ik heb weer oog voor detail. Ik geniet van de wereld om me heen. Ik leef weer.
En met de lente is ook de inspiratie teruggekeerd. Mijn gedachten en mijn blik zijn vernieuwd, de inspiratie is herboren. Ik schrijf, ik leef, ik geniet.
Een droom die werkelijkheid wordt.
woensdag 17 maart 2010
vanmorgen
ik zit hier
in een bijna-lege school
en er zijn middelbare scholieren
studenten die werken
ze bestaan
morgen de pws-presentatie
leven met een open rug heet het
en ik ben trots
in een bijna-lege school
en er zijn middelbare scholieren
studenten die werken
ze bestaan
morgen de pws-presentatie
leven met een open rug heet het
en ik ben trots
zondag 14 maart 2010
pasen
Toch apart,
dat de hele wereld eitjes koopt
en paashazen,
dat er idioten in zachte hazenpakken door de straten lopen,
dat mensen straks gezellig gaan ontbijten,
en allemaal andere leuke dingen gaan doen...
maar er helemaal niet bij stilstaan
dat Pasen zoveel meer is dan dat!
Het is een feest van waarheid,
van verlossing,
van het Offer voor ons.
Hij dacht aan ons,
maar wij,
wij hadden het te druk met paaseitjes...
Te druk om ook aan Hem te denken.
En stil te staan,
bij wat Hij heeft gedaan...
Hij!
voor mij...
door mij...
Genade.
Zijn genade is ook voor jou! Denk daar maar even aan als je paaseitjes koopt, overweegt om in een hazenpak te gaan lopen of van plan bent om op 4 april uit te slapen, met de hele familie gezellig te gaan ontbijten, brunchen of lunchen en op die manier vergeet stil te staan bij wat Jezus deed! Ook voor jou!
dat de hele wereld eitjes koopt
en paashazen,
dat er idioten in zachte hazenpakken door de straten lopen,
dat mensen straks gezellig gaan ontbijten,
en allemaal andere leuke dingen gaan doen...
maar er helemaal niet bij stilstaan
dat Pasen zoveel meer is dan dat!
Het is een feest van waarheid,
van verlossing,
van het Offer voor ons.
Hij dacht aan ons,
maar wij,
wij hadden het te druk met paaseitjes...
Te druk om ook aan Hem te denken.
En stil te staan,
bij wat Hij heeft gedaan...
Hij!
voor mij...
door mij...
Genade.
Zijn genade is ook voor jou! Denk daar maar even aan als je paaseitjes koopt, overweegt om in een hazenpak te gaan lopen of van plan bent om op 4 april uit te slapen, met de hele familie gezellig te gaan ontbijten, brunchen of lunchen en op die manier vergeet stil te staan bij wat Jezus deed! Ook voor jou!
dinsdag 9 maart 2010
Ik had niet door
God Vader..
Ik had niet door
dat ik mijzelf overstemde
om Uw bewijs schreeuwde
en in blindheid riep
hoewel ikzelf het bewijs ben
dat U mij schiep
God Vader..
Ik had niet door
dat ik U overstemde
bleef roepen zonder U te willen zien
alleen maar stilstond bij mijn eigen pijn
zonder te begrijpen
dat ik in stilte bij U had kunnen zijn
God Vader..
Nu wil ik roepen
zonder mijn mond te openen
zonder mijn ogen te sluiten voor U
U laat ik vrij
breng dan toch
de stilte van Uw Vaderhart in mij
Ik had niet door
dat ik mijzelf overstemde
om Uw bewijs schreeuwde
en in blindheid riep
hoewel ikzelf het bewijs ben
dat U mij schiep
God Vader..
Ik had niet door
dat ik U overstemde
bleef roepen zonder U te willen zien
alleen maar stilstond bij mijn eigen pijn
zonder te begrijpen
dat ik in stilte bij U had kunnen zijn
God Vader..
Nu wil ik roepen
zonder mijn mond te openen
zonder mijn ogen te sluiten voor U
U laat ik vrij
breng dan toch
de stilte van Uw Vaderhart in mij
maandag 8 maart 2010
just a ray of sunshine
Het is alsof het jarenlang winter is geweest. Alsof ik mezelf jarenlang binnen opgesloten heb omdat het buiten te koud was. het lijkt alsof ik oneindig lang naar buiten heb gestaard in de hoop dat alles op een dag zou veranderen. In de hoop dat het lichter zou worden, ik weer naar buiten zou willen en ik me weer zou kunnen hullen in die warme stralen van de zon. Het is alsof ik jarenlang heimwee heb gehad naar die tijd waar ik nog wel íets van afwist maar die me niet veel meer zei. Een tijd dat de glimlach op mijn gezicht niet wegging. Het is alsof het jarenlang winter is geweest.
En nu, plotseling is voor mij de zomer aangebroken. Geen overgangsperiode zoals de lente, maar plotseling heb ik me kunnen baden in de warme stralen van de zon. Alles waar ik al die jaren naar uit heb gezien was opeens realiteit. Geen winter, geen kou maar volop zon en fluitende vogeltjes. En ik geniet ervan. Ik geniet met volle teugen. Ik vang elke zonnestraal die ik vangen kan, ik neem alles op en bewaar het.
Maar soms ben ik bang. Bang dat het allemaal maar een droom was. Bang dat ik teveel heb gedroomd, dat het niet waar kan zijn. Dat de zonnestralen niet voor mij bedoeld zijn. Dat de zomer maar van korte duur was en dat er binnenkort een wolkje voor de zon zal komen die het allemaal weer wegneemt. Dat er een windvlaag zal nemen die alle warmte die de zon mij geeft weg zal nemen.
Want diep in mijn hart kan ik nog steeds niet geloven dat de zonnestralen er zijn en dat ze me verwarmen.
En nu, plotseling is voor mij de zomer aangebroken. Geen overgangsperiode zoals de lente, maar plotseling heb ik me kunnen baden in de warme stralen van de zon. Alles waar ik al die jaren naar uit heb gezien was opeens realiteit. Geen winter, geen kou maar volop zon en fluitende vogeltjes. En ik geniet ervan. Ik geniet met volle teugen. Ik vang elke zonnestraal die ik vangen kan, ik neem alles op en bewaar het.
Maar soms ben ik bang. Bang dat het allemaal maar een droom was. Bang dat ik teveel heb gedroomd, dat het niet waar kan zijn. Dat de zonnestralen niet voor mij bedoeld zijn. Dat de zomer maar van korte duur was en dat er binnenkort een wolkje voor de zon zal komen die het allemaal weer wegneemt. Dat er een windvlaag zal nemen die alle warmte die de zon mij geeft weg zal nemen.
Want diep in mijn hart kan ik nog steeds niet geloven dat de zonnestralen er zijn en dat ze me verwarmen.
zaterdag 6 maart 2010
sprookje
In een land hier ver vandaan, waar de bergen glinsteren in Gods ogen en de schaduw meegedragen wordt op de handen van de engelen. In dat land, waar beekjes klateren over Gods liefde en de bomen Zijn naam fluisteren, zwierf een geheim. Vergeten dat zij ooit geweest was, zwierf zij rond. Takken prikten in haar voeten, ze bloedde – maar voelde niets. Haar adem verspreidde zich door de koude lucht en lieten kleine kristallen achter op de bladeren die zij raakte. Ze stond niet stil, haar voeten stapten haastig voort. Haar benen waren bedekt met modder, bladeren en kleine takjes. Ze veegde ze niet af, haar handen had ze voor zich uit gestrekt. Kleine druppels dauw hingen aan haar vingertoppen, ze waren vermengd met het grond van de aarde. Wanhopig zocht ze haar weg. Haar jurk was vermengd met de kleuren van de paden waarop zij liep. Het donker van het bos op haar benen, het groen van de wijde lag op haar jurk, en de kleur van de hemel scheen in haar ogen. Haar gezicht was gehavend; niemand wilde haar laten zien, maar iedereen wilde haar bekijken.
Ze was een geheim, giftig voor hen die haar aanraakte.
Haar geboortedag, vervloekt door haar vader en moeder. Zij had er niet mogen zijn, ze had nooit adem mogen halen en haar ogen verwonderd mogen opslaan naar de wereld. Haar ouders besloten haar nooit kennis te laten maken met de wereld. Ze stopten haar weg, legden haar onder hun bed waar ze haar probeerden te vergeten. Maar geheimen zoals zij, worden niet vergeten.
Stiekem, toen haar moeder niet keek, kroop ze onder het bed vandaan en rende de wereld in. Haar vader zag haar gaan en fluisterde: ‘Ga niet ver.’
Wanhopig als haar ogen stonden liepen haar voeten en voelden haar vingers aan de nieuwe grote wereld. Haar hart schreeuwde om de dood, maar haar ouders lieten haar leven. Ze klopten op de deuren van huizen waar licht naar buiten stroomde, maar niemand wilde open doen. Niemand gaf haar een deken en verloste haar. Zij was een vergissing, een keuze die niet gemaakt had mogen worden. Wanneer de wereld haar oren open deed en haar vonden op de deur posten, spogen ze op haar en brachten haar naar het eerste beste huis dat zij vinden konden. Bij elke nieuwe kennismaking vervloog de hoop dat zij ooit haar rust zou vinden. Ruw werd ze in de kast geduwd, naast de andere stilzwijgenden. Niemand gaf haar te eten, maar zij schreeuwde totdat haar adem stokte. Wanhopig als zij was, ze was vastberaden om haar hoofd ten ruste te leggen. Haar vuisten sloegen tegen de deuren, totdat zij braken en haar handen de deurklink probeerden vast te pakken. Dan was het genoeg voor de wereld, en werd ze doorgestuurd naar een nieuw onderkomen, waar zij opnieuw werd opgesloten. Ze huilde zichzelf inslaap wiegend op de wetenschap dat ze ooit op Gods schoot zou mogen liggen.
Op een dag – toen God Zijn toestemming gaf – sloeg zij weer tegen de deur en de deur werd geopend.
Ze rende naar buiten, schichtig om haar heen kijkend. Ze hield armen voor zich uit, opzoek naar de dood. Takken prikten in haar voeten, ze bloedde – maar voelde niets. Kleinen druppels dauw hingen aan haar vingertoppen terwijl zij wanhopig haar weg vervolgde. Waar moest zij heen, wat moest zij vertellen? De wind liet haar sneller lopen, takken zweepten haar op. Sneller moesten haar voeten rennen, sneller - sneller.
Ze hield haar oren stijf dicht, niets wilde zij horen. Ze hield haar adem in haar longen, bang dat zij zou struikelen. Het bos laat zijn schaduw over haar vallen, de weide beschut haar niet.
Als dan. .
Ze struikelt en valt op de harde stenen. Haar knieen zijn geschaaft en haar armen doen pijn. Ze heft haar hoofd en haar hart springt op. Daar in de verte, bij het rood van de ochtendzon, ziet zij een huis en de deuren zijn geopend. De ramen glinsteren en ze ruikt de geur van versgebakken brood. Stilletjes laat ze haar voeten voorgaan, haar handen tintelen. In de deurpost kijkt ze voorzichtig om het hoekje. Rozen bloeien op de donkere eettafel. Een vuur brand in de openhaard.
Vermoeid van haar reis laat ze zich vallen in een stoel die dicht bij de haard staat. Ze sluit haar ogen en geniet van het knapperen van het vuur. Ze dommelt weg, maar haar hart blijft razendsnel kloppen. Haar vingers trillen in haar schoot en vangen de druppels van haar wensen op.
Een hand wordt op haar schouders gelegd, haar adem ontsnapt aan haar longen. Ze zucht en sluit haar ogen. De hand streelt over haar wangen en haalt haar vochtige haar uit haar gezicht. Het vuur wordt opgestookt en een bed wordt opgemaakt. De hand neemt haar handen en brengen haar naar de bedrand. Ze hoort het knisperen van de dekens en voelt het zacht van de kussen als zij haar hoofd neerlegt.
Liefelijk wordt ze toegestopt, de warmte verspreid zich over haar lichaam. Ze ademt diep, terwijl haar hart stopt met kloppen. Haar vingers trillen niet meer, haar ogen zijn gestopt met huilen. Haar voeten zijn ontspannen, haar stem is gestopt met schreeuwen.
In een land hier heel dichtbij, waar de bergen glinsteren in Gods ogen en de schaduw meegedragen wordt op de handen van de engelen. In dat land, waar beekjes klateren over Gods liefde en de bomen Zijn naam fluisteren, zwierf een geheim..
En zij vond verlossing.
Ze was een geheim, giftig voor hen die haar aanraakte.
Haar geboortedag, vervloekt door haar vader en moeder. Zij had er niet mogen zijn, ze had nooit adem mogen halen en haar ogen verwonderd mogen opslaan naar de wereld. Haar ouders besloten haar nooit kennis te laten maken met de wereld. Ze stopten haar weg, legden haar onder hun bed waar ze haar probeerden te vergeten. Maar geheimen zoals zij, worden niet vergeten.
Stiekem, toen haar moeder niet keek, kroop ze onder het bed vandaan en rende de wereld in. Haar vader zag haar gaan en fluisterde: ‘Ga niet ver.’
Wanhopig als haar ogen stonden liepen haar voeten en voelden haar vingers aan de nieuwe grote wereld. Haar hart schreeuwde om de dood, maar haar ouders lieten haar leven. Ze klopten op de deuren van huizen waar licht naar buiten stroomde, maar niemand wilde open doen. Niemand gaf haar een deken en verloste haar. Zij was een vergissing, een keuze die niet gemaakt had mogen worden. Wanneer de wereld haar oren open deed en haar vonden op de deur posten, spogen ze op haar en brachten haar naar het eerste beste huis dat zij vinden konden. Bij elke nieuwe kennismaking vervloog de hoop dat zij ooit haar rust zou vinden. Ruw werd ze in de kast geduwd, naast de andere stilzwijgenden. Niemand gaf haar te eten, maar zij schreeuwde totdat haar adem stokte. Wanhopig als zij was, ze was vastberaden om haar hoofd ten ruste te leggen. Haar vuisten sloegen tegen de deuren, totdat zij braken en haar handen de deurklink probeerden vast te pakken. Dan was het genoeg voor de wereld, en werd ze doorgestuurd naar een nieuw onderkomen, waar zij opnieuw werd opgesloten. Ze huilde zichzelf inslaap wiegend op de wetenschap dat ze ooit op Gods schoot zou mogen liggen.
Op een dag – toen God Zijn toestemming gaf – sloeg zij weer tegen de deur en de deur werd geopend.
Ze rende naar buiten, schichtig om haar heen kijkend. Ze hield armen voor zich uit, opzoek naar de dood. Takken prikten in haar voeten, ze bloedde – maar voelde niets. Kleinen druppels dauw hingen aan haar vingertoppen terwijl zij wanhopig haar weg vervolgde. Waar moest zij heen, wat moest zij vertellen? De wind liet haar sneller lopen, takken zweepten haar op. Sneller moesten haar voeten rennen, sneller - sneller.
Ze hield haar oren stijf dicht, niets wilde zij horen. Ze hield haar adem in haar longen, bang dat zij zou struikelen. Het bos laat zijn schaduw over haar vallen, de weide beschut haar niet.
Als dan. .
Ze struikelt en valt op de harde stenen. Haar knieen zijn geschaaft en haar armen doen pijn. Ze heft haar hoofd en haar hart springt op. Daar in de verte, bij het rood van de ochtendzon, ziet zij een huis en de deuren zijn geopend. De ramen glinsteren en ze ruikt de geur van versgebakken brood. Stilletjes laat ze haar voeten voorgaan, haar handen tintelen. In de deurpost kijkt ze voorzichtig om het hoekje. Rozen bloeien op de donkere eettafel. Een vuur brand in de openhaard.
Vermoeid van haar reis laat ze zich vallen in een stoel die dicht bij de haard staat. Ze sluit haar ogen en geniet van het knapperen van het vuur. Ze dommelt weg, maar haar hart blijft razendsnel kloppen. Haar vingers trillen in haar schoot en vangen de druppels van haar wensen op.
Een hand wordt op haar schouders gelegd, haar adem ontsnapt aan haar longen. Ze zucht en sluit haar ogen. De hand streelt over haar wangen en haalt haar vochtige haar uit haar gezicht. Het vuur wordt opgestookt en een bed wordt opgemaakt. De hand neemt haar handen en brengen haar naar de bedrand. Ze hoort het knisperen van de dekens en voelt het zacht van de kussen als zij haar hoofd neerlegt.
Liefelijk wordt ze toegestopt, de warmte verspreid zich over haar lichaam. Ze ademt diep, terwijl haar hart stopt met kloppen. Haar vingers trillen niet meer, haar ogen zijn gestopt met huilen. Haar voeten zijn ontspannen, haar stem is gestopt met schreeuwen.
In een land hier heel dichtbij, waar de bergen glinsteren in Gods ogen en de schaduw meegedragen wordt op de handen van de engelen. In dat land, waar beekjes klateren over Gods liefde en de bomen Zijn naam fluisteren, zwierf een geheim..
En zij vond verlossing.
zondag 28 februari 2010
Beetje mijmeren op de fiets
Ik zit op de fiets. Het liefst zou ik op de bank zitten, thuis. Maar ik kom net uit mijn werk, dus ik zal nog even mijn benen moeten bewegen voor ik onderuit op de bank kan zitten. En dat is nog niet het ergste. Ik ben moe en heb het gehad. Ik heb de afgelopen dagen 30 uur gewerkt, dus ik heb mijn rust wel verdiend. Maar het regent. En alsof dat nog niet genoeg is, zingt James Morrison zwoel door mijn oordopjes
‘If it's gonna be a rainy day there's nothing we can do to make it change. We can pray for sunny weather but that won't stop the rain.’ Of hij is realistisch, of hij is kleingelovig. Hoe dan ook, het stopt voorlopig nog niet met regenen. Even later hoor ik een ander liedje voorbij komen. Dat het Nick en Simon zijn weet ik dan nog niet, maar wat ze zingen is wel toepasselijk.
Luister maar even: De dag dat alles beter is - Nick en Simon
Zware wolken pakken zich nu samen
Je hoofd weerhoudt het laatste streepje licht
Je ziet de schaduw van je vingers
Ze wijzen allemaal naar jouw gezicht
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Hmm… Dus toch! Wat nou ‘that won’t stop the rain?!’ Alles wat je wenst dat krijg je echt. Het lijkt net een bijbeltekst...
Herinner je die ondergaande zon
De ochtend dat de dag te mooi begon
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is
Nog een religieus tintje aan het liedje. Bereid je maar vast voor… Tja, straks geen regen meer? Alleen nog zonneschijn?! Ik kan er nu al naar uitzien!
Je dromen rijzen uit 't diepe water
Ze nemen langzaam vaste vormen aan
Geen enkele seconde
Verspil jij nog aan kastelen in de lucht
Inderdaad, want het is de enige realiteit:
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Herinner je die ondergaande zon Ja.
De ochtend dat de dag te mooi begon Prachtig inderdaad.
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is Nog beter?
Ach, als het dan toch alleen nog maar beter wordt, dan kan ik James Morrison ook nog wel even uithouden. Ik ben nu toch al nat!
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
‘If it's gonna be a rainy day there's nothing we can do to make it change. We can pray for sunny weather but that won't stop the rain.’ Of hij is realistisch, of hij is kleingelovig. Hoe dan ook, het stopt voorlopig nog niet met regenen. Even later hoor ik een ander liedje voorbij komen. Dat het Nick en Simon zijn weet ik dan nog niet, maar wat ze zingen is wel toepasselijk.
Luister maar even: De dag dat alles beter is - Nick en Simon
Zware wolken pakken zich nu samen
Je hoofd weerhoudt het laatste streepje licht
Je ziet de schaduw van je vingers
Ze wijzen allemaal naar jouw gezicht
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Hmm… Dus toch! Wat nou ‘that won’t stop the rain?!’ Alles wat je wenst dat krijg je echt. Het lijkt net een bijbeltekst...
Herinner je die ondergaande zon
De ochtend dat de dag te mooi begon
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is
Nog een religieus tintje aan het liedje. Bereid je maar vast voor… Tja, straks geen regen meer? Alleen nog zonneschijn?! Ik kan er nu al naar uitzien!
Je dromen rijzen uit 't diepe water
Ze nemen langzaam vaste vormen aan
Geen enkele seconde
Verspil jij nog aan kastelen in de lucht
Inderdaad, want het is de enige realiteit:
Alles wat je zoekt dat komt terecht
En alles wat je wenst dat krijg je echt
Alles wat je liefhebt,
wordt vanzelf aan jou gehecht
Herinner je die ondergaande zon Ja.
De ochtend dat de dag te mooi begon Prachtig inderdaad.
Bereid je maar vast voor
Op de dag dat alles beter is Nog beter?
Ach, als het dan toch alleen nog maar beter wordt, dan kan ik James Morrison ook nog wel even uithouden. Ik ben nu toch al nat!
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
(Let it fall, let it fall, let it fall)
Please don't stop the rain
maandag 22 februari 2010
sleutel
Lang heeft hij door een doolhof gedwaald, op zoek naar die ene goede weg. En nou staat hij daar voor die deur. Die grote, zware deur. Wat daarachter is, hij weet het niet. Hij heeft geen vermoeden, hij ziet geen enkel aanknopingspunt. Het enig dat hij zien is een grote, zware deur. Hij zucht één keer diep, kijkt nog een keer achterom. Aarzelend laat hij zijn hand naar de deur gaan en bonst op de deur. Het geluid klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij kan niet meer terug, met geen mogelijkheid. Weer bonst hij op de deur, twee keer. Geen antwoord. De grote, zware deur blijft gesloten. Voor hem.
De volgende dag staat hij weer voor de deur. Vol twijfel en onrust gaat hij met zijn hand naar de deur en klopt. Geen antwoord. De volgende dag staat hij, en klopt. Elke dag weer staat hij voor die grote, zware deur en klopt. Zachtjes, niet te hard. Maar vol vertrouwen dat er achter die deur iets is. Iets waardevols. Iets moois aan het einde van deze wirwar van gangen waarin slechts een enkeling de goede weg vindt. En dat is hij.
Peinzend loopt hij om het huisje heen. Bekijkt de kozijnen, de ramen, het hout. Hij kijkt door het raam naar binnen, maar krijgt telkens maar een glimp te zien. Dagenlang loopt hij daar, verkent hij het huis. Dan, plotseling, na tientallen dagen merkt hij iets op. Aan een spijker, verborgen onder de planten, hangt een dikke, zware sleutel. Hij pakt de sleutel en loopt ermee naar de deur. Het geluid waarmee de sleutel in het slot valt klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij draait de sleutel om.
Heel langzaam gaat de deur open.
De volgende dag staat hij weer voor de deur. Vol twijfel en onrust gaat hij met zijn hand naar de deur en klopt. Geen antwoord. De volgende dag staat hij, en klopt. Elke dag weer staat hij voor die grote, zware deur en klopt. Zachtjes, niet te hard. Maar vol vertrouwen dat er achter die deur iets is. Iets waardevols. Iets moois aan het einde van deze wirwar van gangen waarin slechts een enkeling de goede weg vindt. En dat is hij.
Peinzend loopt hij om het huisje heen. Bekijkt de kozijnen, de ramen, het hout. Hij kijkt door het raam naar binnen, maar krijgt telkens maar een glimp te zien. Dagenlang loopt hij daar, verkent hij het huis. Dan, plotseling, na tientallen dagen merkt hij iets op. Aan een spijker, verborgen onder de planten, hangt een dikke, zware sleutel. Hij pakt de sleutel en loopt ermee naar de deur. Het geluid waarmee de sleutel in het slot valt klinkt door tot in de gangen van het uitgebreide doolhof dat achter hem ligt. Hij draait de sleutel om.
Heel langzaam gaat de deur open.
woensdag 17 februari 2010
De allerlekkerste spaghetti die ooit gemaakt is.
'Lianne, kom je koken vandaag?' Ik heb Bente aan de telefoon. Bente is een van mijn oppaskindjes en sinds ze een keer bij mij thuis lasagne gegeten heeft wil ze absoluut dat ik een keer ga koken voor haar ouders. Maar wil ik dat wel? Mijn kooktalent is niet bepaald denderend te noemen en op de standaardgerechten zoals de meeste pasta's en aardappelen/groenten/vlees kan ik niets bijzonders koken. Ik vraag Bente waarom ik vandaag zou moeten koken.. En dan moet ze opeens huilen. Ik schrik ervan en vraag wat er is. Ze is alleen thuis. Helemaal alleen. Mama is weg, en papa is ook weg. Ik weet dat Francine en Gert allebei vrij zijn op woensdag, dus ik zeg Bente dat ze wel televisie mag gaan kijken; papa en mama komen immers snel terug.
Ik bel Francine op haar mobiel. Ik zeg haar dat Bente alleen thuis zit en mij belde. Francine schrikt. Bente van 7 kan over het algemeen wel eventjes op zichzelf passen, maar Francine zit nu met Wesley in het ziekenhuis. Wesley is gevallen heeft waarschijnlijk zijn been gebroken. Zo snel als ze kon is Francine met hem naar het ziekenhuis gereden en vergat daarbij de ouders van de vrienden van haar andere twee kinderen te bellen. Francine vraagt mij wat Bente nog meer zei. Ik zeg haar dat ze vroeg of ik kwam koken. En terwijl ik dat zeg zie ik Francine een gat in het plafond van de huisartsenpostgangen springen. Ze vraagt of ik dat wil doen. Ik moet dan wel eerst boodschappen doen, maar dat doe ik wel vaker voor de ouders van mijn oppaskindjes.
Dus ik race naar de Albert Heijn, koop gauw alles wat er op een bord spaghetti hoort te liggen en smeek mijn moeder of ze me naar Melissant wil brengen. En samen met Bente en Stijn, die inmiddels ook thuisgekomen is, maken we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is! =) We bakten het gehakt en met een pot spaghettisaus en een zak roerbakgroenten is het geheel compleet.
Na het eten vraagt Stijn of ik met hem gitaar wil spelen. Als onervaren gitarist componeer ik samen met een nog onervarener gitarist een beterschapslied voor Wesley en dat zingen we als hij thuis komt. Wesley's gezichtje is nog nat van de tranen, maar er verschijnt weer een lach op. Zijn kleine beentje zit in het gips en op zijn kin zit een pleister, maar gelukkig is zijn been niet gebroken maar zit er een scheurtje in het bot en op zijn kin was het een schaafwond.
Zodra ons lied afgelopen is, en we zelf meeapplaudiseren om het tot een daverend applaus te doen laten komen, zegt Bente: 'Zo, leuk dat jullie weer thuis zijn, maar jullie hebben we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is gemist! En ík had het gekookt!'
Gert schiet in de lach en vraagt aan Bente of ze niet is heeft overgehouden. 'Nee', zegt Bente, en rent naar het fornuis waar de pan met spaghetti staat. Dan schiet Stijn zijn ouders te hulp: 'Kijk eens mama, een hele pan vol, helemaal voor jullie. Geniet ervan.' Als een echte ober bedient hij zijn ouders en zet zelfs een glaasje wijn op tafel. Wesley zegt: 'Hebbie ook toetje gekoopt?' Wesley is niet zo'n warm-eten-eter. En speciaal voor zijn zere beentje had ik een chocoladetoetje gekocht. Als ik dit tegen Wesley zeg, zegt zijn zus: 'Oh, dat is gemeen! Wij moesten yoghurt eten. Maar Wesley heeft een zeer been. Nou, vooruit dan maar. Hij mag het wel opeten!'
Wat een geweldige oppaskindertjes heb ik toch! =D
Ik bel Francine op haar mobiel. Ik zeg haar dat Bente alleen thuis zit en mij belde. Francine schrikt. Bente van 7 kan over het algemeen wel eventjes op zichzelf passen, maar Francine zit nu met Wesley in het ziekenhuis. Wesley is gevallen heeft waarschijnlijk zijn been gebroken. Zo snel als ze kon is Francine met hem naar het ziekenhuis gereden en vergat daarbij de ouders van de vrienden van haar andere twee kinderen te bellen. Francine vraagt mij wat Bente nog meer zei. Ik zeg haar dat ze vroeg of ik kwam koken. En terwijl ik dat zeg zie ik Francine een gat in het plafond van de huisartsenpostgangen springen. Ze vraagt of ik dat wil doen. Ik moet dan wel eerst boodschappen doen, maar dat doe ik wel vaker voor de ouders van mijn oppaskindjes.
Dus ik race naar de Albert Heijn, koop gauw alles wat er op een bord spaghetti hoort te liggen en smeek mijn moeder of ze me naar Melissant wil brengen. En samen met Bente en Stijn, die inmiddels ook thuisgekomen is, maken we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is! =) We bakten het gehakt en met een pot spaghettisaus en een zak roerbakgroenten is het geheel compleet.
Na het eten vraagt Stijn of ik met hem gitaar wil spelen. Als onervaren gitarist componeer ik samen met een nog onervarener gitarist een beterschapslied voor Wesley en dat zingen we als hij thuis komt. Wesley's gezichtje is nog nat van de tranen, maar er verschijnt weer een lach op. Zijn kleine beentje zit in het gips en op zijn kin zit een pleister, maar gelukkig is zijn been niet gebroken maar zit er een scheurtje in het bot en op zijn kin was het een schaafwond.
Zodra ons lied afgelopen is, en we zelf meeapplaudiseren om het tot een daverend applaus te doen laten komen, zegt Bente: 'Zo, leuk dat jullie weer thuis zijn, maar jullie hebben we de allerlekkerste spaghetti die hier ooit op aarde gemaakt is gemist! En ík had het gekookt!'
Gert schiet in de lach en vraagt aan Bente of ze niet is heeft overgehouden. 'Nee', zegt Bente, en rent naar het fornuis waar de pan met spaghetti staat. Dan schiet Stijn zijn ouders te hulp: 'Kijk eens mama, een hele pan vol, helemaal voor jullie. Geniet ervan.' Als een echte ober bedient hij zijn ouders en zet zelfs een glaasje wijn op tafel. Wesley zegt: 'Hebbie ook toetje gekoopt?' Wesley is niet zo'n warm-eten-eter. En speciaal voor zijn zere beentje had ik een chocoladetoetje gekocht. Als ik dit tegen Wesley zeg, zegt zijn zus: 'Oh, dat is gemeen! Wij moesten yoghurt eten. Maar Wesley heeft een zeer been. Nou, vooruit dan maar. Hij mag het wel opeten!'
Wat een geweldige oppaskindertjes heb ik toch! =D
Abonneren op:
Posts (Atom)